ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9329
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Werkstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf voor voordeel uit uitkeringsfraude
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 3 mei 2013 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die ervan werd verdacht in de periode van 1 juli 2006 tot en met 31 juli 2012 voordeel te hebben getrokken uit een bijstandsuitkering die door zijn (ex-)vrouw was verkregen via misdrijf. Verdachte maakte gebruik van de woning en voorzieningen die werden betaald uit deze uitkering, terwijl hij wist dat de samenwoning niet was doorgegeven aan de uitkeringsinstantie, wat invloed had op het recht op en de hoogte van de uitkering.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte vanaf 1 juli 2006 feitelijk samenwoonde met de betrokkene en dat hij opzettelijk voordeel trok uit de opbrengst van het misdrijf. De bewijsvoering bestond onder meer uit verklaringen van aangever, verbalisant, getuigen, proces-verbaal van doorzoeking en observaties. Verdachte heeft bekend en geen vrijspraak bepleit.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het meer of anders tenlastegelegde, oordeelde dat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren en hield rekening met zijn slechte gezondheid en het geringe gevaar van herhaling. Op basis van deze omstandigheden en het lagere benadelingsbedrag dan door het OM gesteld, legde de rechtbank een werkstraf van 120 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaar. Tevens werd rekening gehouden met de terugbetalingsverplichting aan de gemeente.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 120 uur werkstraf en 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf wegens voordeel trekken uit uitkeringsfraude.