ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7947
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Matiging loonvordering na nietig ontslag tijdens proeftijd in kapperszaak
De werknemer werd op 11 augustus 2010 tijdens de proeftijd ontslagen. De kantonrechter stelde in een tussenvonnis vast dat de proeftijd niet geldig was overeengekomen en verklaarde het ontslag nietig. De werknemer vorderde loon over 13 maanden, terwijl zij feitelijk minder dan drie weken had gewerkt.
De kantonrechter matigde de loonvordering tot drie maanden vanwege de grote wanverhouding tussen de korte gewerkte periode en de lange loonperiode, de herstart van de werknemer in haar eigen kapsalon vanaf oktober 2010, en de financiële problemen van de werkgever die haar oorspronkelijke kapperszaak niet meer exploiteert.
Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot betaling van vakantiegeld, wettelijke rente, een gemaximeerde wettelijke verhoging wegens te late betaling, en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens werd de werkgever verplicht de werknemer met terugwerkende kracht aan te melden bij het bedrijfstakpensioenfonds.
De arbeidsovereenkomst werd geacht 24 uur per week te omvatten, ondanks onduidelijkheden over ziekte-uren. De werknemer werd geacht als topstyliste te zijn betaald, gezien haar diploma's en verantwoordelijkheden. Het vonnis is uitgesproken door kantonrechter G.J.J. Smits op 12 maart 2013.
Uitkomst: Ontslag nietig verklaard en loonvordering gematigd tot drie maanden met betaling van vakantiegeld, wettelijke rente en incassokosten.