ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7369
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugwerkende kracht verlaging overdrachtsbelasting en rechtsgrondslag
Eiser verkreeg op 6 juni 2011 appartementsrechten en betaalde daarop 6% overdrachtsbelasting. Na bekendmaking van een verlaging van het tarief naar 2% met terugwerkende kracht tot 15 juni 2011, maakte eiser bezwaar tegen de betaalde belasting en stelde beroep in bij de rechtbank. Eiser voerde aan dat de heffing in strijd was met artikel 17 van Pro het Handvest van de grondrechten van de EU en dat de terugwerkende kracht in strijd was met het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod.
De rechtbank oordeelde dat het Handvest niet van toepassing is omdat bij de heffing van overdrachtsbelasting geen Unierecht wordt toegepast. Daarnaast is geen sprake van een verboden inbreuk op het recht van eigendom volgens artikel 1 van Pro het Eerste Protocol EVRM, omdat geen individuele buitensporige last is aangetoond. De beperking van de terugwerkende kracht tot 15 juni 2011 is volgens de rechtbank niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel, mede gezien de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever en de gewekte verwachtingen door kabinetsuitlatingen.
Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het beroep tegen de heffing van 6% overdrachtsbelasting wordt ongegrond verklaard.