ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ2113
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende wettig bewijs van seksueel misbruik minderjarige
De rechtbank Noord-Nederland behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van seksueel misbruik van een minderjarige tussen januari 2008 en februari 2012 in Lemmer. De tenlastelegging betrof het seksueel binnendringen en aanraken van het slachtoffer, dat toen jonger dan twaalf jaar was.
Tijdens de terechtzitting op 4 februari 2013 werd vastgesteld dat de beschuldigingen uitsluitend gebaseerd waren op de verklaring van het slachtoffer. De verdediging voerde aan dat er geen betrouwbaar, wettig en overtuigend bewijs was om tot een veroordeling te komen. De rechtbank benadrukte dat een enkele getuigenverklaring volgens artikel 342 Sv Pro onvoldoende is om bewezenverklaring te staven.
Hoewel de officier van justitie stelde dat het opvallende gedrag van het slachtoffer als steunbewijs kon dienen, oordeelde de rechtbank dat alternatieve verklaringen voor dit gedrag niet waren uitgesloten. Daarnaast werden twijfels geuit over de consistentie en betrouwbaarheid van de verklaringen van het slachtoffer. Gezien het ontbreken van wettig bewijs werd verdachte vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten.
De rechtbank kon geen beslissing nemen over de teruggave van een computer omdat uit het dossier niet bleek dat een dergelijk voorwerp in beslag was genomen. De uitspraak werd uitgesproken door de meervoudige kamer op 18 februari 2013 te Leeuwarden.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.