Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesgang
2.Motivering
3.Beslissing
fn: 631)
Rechtbank Noord-Nederland
De minderjarige is onder toezicht gesteld vanaf 20 februari 2013 en de Stichting Bureau Jeugdzorg Friesland gaf op 3 april 2013 een schriftelijke aanwijzing aan de moeder met voorwaarden omtrent hulpverlening en contactbeperkingen. De moeder verzocht de aanwijzing vervallen te verklaren omdat deze niet zorgvuldig tot stand was gekomen en onvoldoende gemotiveerd was.
De stichting stelde dat de aanwijzing noodzakelijk was vanwege risicofactoren zoals het belast verleden van de ouders en het belang van informatie voor hulpverlening. De kinderrechter oordeelde echter dat de aanwijzing niet in het wettelijk kader van de ondertoezichtstelling paste, onvoldoende overleg had plaatsgevonden en de motivering gebrekkig was.
De kinderrechter concludeerde dat de schriftelijke aanwijzing niet op goede gronden was gegeven en wees het verzoek van de moeder toe om de aanwijzing te laten vervallen.
Uitkomst: De schriftelijke aanwijzing van 3 april 2013 wordt vervallen verklaard wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige totstandkoming.