Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De feiten:
2.Het geschil en de beoordeling daarvan:
fn: 19)
Rechtbank Noord-Nederland
Partijen waren getrouwd en hebben hun huwelijk omgezet in een geregistreerd partnerschap dat op 18 juni 2007 werd beëindigd. In het convenant is afgesproken dat de man maandelijks € 750,- partneralimentatie betaalt aan de vrouw, met een niet wijzigingsbeding tot 1 juli 2012.
De man verzoekt wijziging van de alimentatie wegens gewijzigde omstandigheden, stellende dat de vrouw nu in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. De vrouw betwist dit en stelt dat zij onvoldoende inkomen heeft en geen schenkingen meer ontvangt. De rechtbank beoordeelt de financiële situatie van de vrouw aan de hand van haar inkomen uit werk, WW-uitkering en belastingaangifte.
De rechtbank concludeert dat de vrouw in staat is haar behoefte te voorzien en dat er sprake is van een wijziging van omstandigheden zoals bedoeld in art. 401 lid 1 BW Pro. Daarom wordt de alimentatie met ingang van 18 december 2013 op nihil gesteld. Een terugwerkende kracht wordt afgewezen vanwege rechtszekerheid.
De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders verzochte wordt afgewezen. Tegen deze beschikking kan binnen drie maanden hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De partneralimentatie wordt per 18 december 2013 op nihil gesteld wegens gewijzigde omstandigheden.