ECLI:NL:RBNNE:2013:8082
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan overtuiging in poging doodslag en poging afpersing bij overval
Op 25 maart 2011 vond een overval plaats op een Turkse winkel in Hoogezand waarbij sprake was van poging doodslag en poging afpersing. Verdachte werd ervan verdacht samen met een mededader de overval te hebben gepleegd, waarbij met een vuurwapen is geschoten.
De officier van justitie stelde dat het wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte en zijn medeverdachte de daders waren, onder meer op basis van getuigenverklaringen, DNA-sporen op gevonden handschoenen en een hemd, en verklaringen over de gezichtsbedekking en het wapenbezit.
De verdediging voerde aan dat het politieonderzoek gebrekkig was, met niet-verbaliseerde contacten en mogelijke tunnelvisie, en dat getuigenverklaringen inconsistent en onbetrouwbaar waren. Ook wees zij op alternatieve mogelijke daders en een plausibele verklaring voor het aantreffen van DNA.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het aanwezige wettige bewijs er onvoldoende overtuiging was dat verdachte de dader was. De verklaringen lieten ruimte voor andere daders, waren deels van horen zeggen en mogelijk beïnvloed door geruchten binnen de gemeenschap. Het politieonderzoek werd kritisch beoordeeld vanwege procesverbaalfouten. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen omdat verdachte werd vrijgesproken en zij hun vorderingen bij de burgerlijke rechter moeten indienen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan overtuiging ondanks wettig bewijs.