ECLI:NL:RBNNE:2013:7322
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen kantonrechter Van den Bosch vanwege vermeende partijdigheid, omdat stukken door de wederpartij naar een onjuist adres waren verzonden en de kantonrechter niet ambtshalve had ingegrepen. Verzoeker stelde dat de kantonrechter vooringenomen was en de procedure onrechtvaardig voerde.
De kantonrechter heeft betwist partijdig te zijn en benadrukte dat verzoeker meerdere mogelijkheden kreeg om op de stukken te reageren, maar zelf koos voor voortzetting van de procedure met overlegging van de stukken. De wrakingskamer heeft het verzoek behandeld en geoordeeld dat de subjectieve vrees van verzoeker niet objectief gerechtvaardigd is en dat geen uitzonderlijke omstandigheden voor partijdigheid aanwezig zijn.
De rechtbank concludeerde dat de vraagstelling van de kantonrechter bedoeld was om feiten te verzamelen en niet om een vooringenomen oordeel te bevestigen. Beide partijen kregen gelijke gelegenheid hun standpunten toe te lichten. Bovendien werd vastgesteld dat een volgend wrakingsverzoek tegen dezelfde kantonrechter niet in behandeling zal worden genomen wegens misbruik van het wrakingsmiddel.
De beslissing werd op 25 november 2013 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen kantonrechter Van den Bosch wordt afgewezen wegens ontbreken van objectieve aanwijzingen voor partijdigheid.