Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de kantonrechter d.d. 26 november 2013
Procesverloop
Motivering
1.200,00(4 punten x tarief EUR 300,00)
Rechtbank Noord-Nederland
De Boldert heeft werkzaamheden uitgevoerd aan het schip Oostende 156 van Goewind en factureerde hiervoor een totaalbedrag van EUR 20.628,92. Na het leggen van beslag op het schip en het sluiten van een vaststellingsovereenkomst over betaling in termijnen, ontstond een geschil over de betaling en de uitvoering van de werkzaamheden.
De kantonrechter oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd was, mede door stilzwijgende aanvaarding van Goewind. Nederlands recht was van toepassing. De facturen van De Boldert werden als juist aangenomen, aangezien Goewind niet voldoende gemotiveerd tegenbewijs leverde. Goewind erkende een betaling van EUR 1.000,00 en werd veroordeeld tot betaling van het restant plus wettelijke handelsrente vanaf 61 dagen na factuurdatum.
De schadevordering van Goewind wegens een defect aan de PTO en gevolgschade werd afgewezen, omdat Goewind onvoldoende onderbouwing gaf en De Boldert niet aansprakelijk was gesteld. Goewind werd veroordeeld in de kosten van het geding, inclusief beslagkosten en griffierechten, terwijl De Boldert slechts beperkte proceskosten werd toegekend.
Uitkomst: Goewind wordt veroordeeld tot betaling van EUR 19.628,92 plus rente en proceskosten, terwijl de schadevordering wordt afgewezen.