Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Procesverloop
2.De vaststaande feiten
2.2 Grondslag en dekkingsgebied
Rechtbank Noord-Nederland
De eiseres, een transseksueel, verzocht de zorgverzekeraar De Friesland om vergoeding van een mamma-augmentatie, omdat hormoonbehandelingen niet het gewenste borstweefsel hadden ontwikkeld. De zorgverzekeraar wees dit af op grond van de verzekeringsvoorwaarden en het advies van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ), die stellen dat alleen correcties van primaire geslachtskenmerken en bepaalde medische indicaties worden vergoed.
De rechtbank overwoog dat er geen sprake was van een gehele of gedeeltelijke borstamputatie, een correctie van primaire geslachtskenmerken of een aantoonbare lichamelijke functiestoornis of verminking die vergoeding rechtvaardigt. Het enkele feit dat de eiseres kleine borsten heeft in verhouding tot haar lichaamsomvang was onvoldoende om te spreken van een verminking of schrikeffect bij derden.
De rechtbank verwierp ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel, omdat de situatie van vrouw/man-transseksuelen met borstamputatie niet gelijkgesteld kan worden aan man/vrouw-transseksuelen met mamma-augmentatie. Daarnaast werd het beroep op artikel 1:28 BW Pro verworpen, omdat dit betrekking heeft op geslachtsvermelding en niet op zorgverzekeringsaanspraken.
Tot slot oordeelde de rechtbank dat vergoeding van uitwendige borstprothesen wel doelmatige zorg is, maar dat vergoeding van mamma-augmentatie uitgesloten is vanwege het cosmetische karakter en de verzekeringsvoorwaarden. De vordering werd afgewezen en de eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van de mamma-augmentatie af wegens ontbreken van medische indicatie en toepasselijke verzekeringsvoorwaarden.