ECLI:NL:RBNNE:2013:6341

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
3 september 2013
Publicatiedatum
18 oktober 2013
Zaaknummer
C18/142567/PR RK 13-287
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens niet-behandelend rechter

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. S.B. Smit-Colenbrander, rechter in de bestuursrechtelijke sector, in een lopende bestuursrechtelijke procedure (zaaknummer AWB 13/454). De rechtbank bevestigde dat de gewraakte rechter niet de behandelend rechter was in de betreffende zaak.

De rechtbank heeft het wrakingsverzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en de criteria van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Omdat de gewraakte rechter niet de rechter is die de zaak behandelt, ontbrak de grondslag voor wraking.

Daarom werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en werd de procedure in de hoofdzaak voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. De beslissing is in het openbaar uitgesproken door drie rechters van de rechtbank Noord-Nederland.

Uitkomst: Wrakingsverzoek wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de gewraakte rechter niet de behandelend rechter is.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLANDMEERVOUDIGE KAMER
locatie Groningen
zaaknummer: C/18/142567/ PR RK 13/287
Beslissingop het schriftelijk verzoek van [A], wonende aan de [adres] [woonplaats] (verzoeker) tot wraking ingevolge artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van mr. S.B. Smit-Colenbrander.

1.Procesverloop

1.1.
Verzoeker heeft bij brief van 31 juli 2013 mr. S.B. Smit-Colenbrander, rechter in de afdeling bestuursrecht van deze rechtbank, gewraakt in een aanhangig geschil waarin verzoeker als partij is betrokken met zaaknummer AWB 13/454.
1.2. Op 2 augustus 2013 heeft de griffie verzoeker een ontvangstbevestiging van dit wrakingsverzoek gezonden.
1.3.
Mr. S.B. Smit-Colenbrander heeft door tussenkomst van de griffie van de sector bestuursrecht bij e-mail van 26 augustus 2013 laten meedelen dat zij niet de behandelend rechter is van deze zaak.

2.Beoordeling

2.1.
De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van wrakingsverzoeken de toepasselijke norm is gegeven in de artikel 8:15 AWB Pro, in samenhang met de door het Europese Hof voor de Rechten van de Mens op basis van artikel 6 van Pro het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden ontwikkelde criteria.
2.2.
In artikel 8:15 AWB Pro is bepaald dat op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter dient voorop te staan dat een rechter uit hoofde van haar/zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procespartij bestaande vrees dienaangaande objectief gerechtvaardigd is.
2.3.
Nu mr. S.B. Smit-Colenbrander niet de behandelend rechter is, is de grond aan het wrakingsverzoek komen te ontvallen.
2.4.
Nu niet aan een van de formele eisen voor wraking is voldaan is het verzoek niet- ontvankelijk. Tot een mondelinge behandeling wordt daarom niet overgegaan.

3.Beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart het verzoek niet ontvankelijk,
3.2.
bepaalt dat de procedure in de hoofdzaak AWB 13-454 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het indienen van het schriftelijke verzoek tot wraking,
3.3.
beveelt de onverwijlde mededeling van deze beslissing aan verzoeker, mr. S.B. Smit-Colenbrander en de gemeente Groningen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.B.M. Keurentjes, voorzitter, mr. L.H.A.M. Voncken en mr. F. Sijens, rechters, in aanwezigheid van de griffier en is in het openbaar uitgesproken op 3 september 2013.