Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.Het procesverloop
2.De standpunten van partijen
- het standpunt van [A]
3.De beoordeling
4.De beslissing
fn:505)
Rechtbank Noord-Nederland
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. J.E. Biesma, rechter in een civiele procedure tussen ISNA BV en verzoekster, omdat zij tijdens een comparitie de conclusie van antwoord in reconventie niet had ontvangen. Verzoekster vond dat de comparitie had moeten worden geschorst en dat zij in een zwakke verdedigingspositie werd gebracht doordat de rechter de comparitie voortzette en vragen vooral aan haar stelde, wat zij als vooringenomenheid ervoer. Tevens verzette zij zich tegen het gelasten van een onafhankelijk deskundigenonderzoek en de mededeling dat zij de kosten zou moeten dragen indien de uitkomst afweek van haar eigen rapport.
De wrakingskamer overwoog dat de vermeende procedurele beslissingen van de kantonrechter, zoals het voortzetten van de comparitie en het gelasten van het deskundigenonderzoek, niet leiden tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Het wrakingsmiddel is niet bedoeld om bezwaren tegen procedurele beslissingen aan te vechten. Daarnaast was het verzoek tijdig ingediend en was het begrijpelijk dat verzoekster enige beraad nodig had.
De wrakingskamer concludeerde dat geen zwaarwegende aanwijzingen voor partijdigheid aanwezig waren. De procedure kon worden voortgezet in de stand van het wrakingsverzoek. De beslissing werd onverwijld aan partijen medegedeeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen mr. Biesma wordt afgewezen en de procedure wordt voortgezet.