ECLI:NL:RBNNE:2013:6231
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- H.J. Idzenga
- H. Prins
- W. Steenbergen
- Rechtspraak.nl
Pachtovereenkomst blijft van kracht door ontbreken vaststelling einddatum door rechter
In deze zaak staat centraal of een pachtovereenkomst rechtsgeldig kan eindigen zonder dat de rechter het tijdstip van beëindiging vaststelt. Partijen, beiden verpachters en pachters, hebben hun pachtovereenkomsten opgezegd en verzet aangetekend tegen elkaars opzegging. Volgens artikel 7:369 lid 1 BW Pro blijft de overeenkomst van kracht totdat de rechter het eindtijdstip vaststelt.
De pachtkamer oordeelt dat omdat geen vordering is ingesteld om het tijdstip van beëindiging vast te stellen, de opzegging buiten rechte geen rechtsgevolgen heeft. De pachtovereenkomst blijft daardoor van kracht. Daarnaast vordert één partij een verklaring voor recht dat het gepachte niet bedrijfsmatig wordt gebruikt, maar de pachtkamer wijst deze af omdat een feitelijke constatering niet leidt tot een vaststelling van de rechtsverhouding.
Ook een samenhang tussen twee pachtovereenkomsten leidt niet tot beëindiging van de overeenkomst als één daarvan niet eindigt. De kosten van de procedure worden gecompenseerd, waarbij ieder partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De opzegging van de pachtovereenkomst heeft geen rechtsgevolgen zonder rechterlijke vaststelling van het eindtijdstip, waardoor de overeenkomst blijft doorlopen.