Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[… 1]
Stichting Bureau Jeugdzorg Groningen,
PROCESVERLOOP
RECHTSOVERWEGINGEN
BESLISSING
[A.],[… 5], met de voogdij over de minderjarige
[C.]
Rechtbank Noord-Nederland
De pleegouders hebben na een plaatsing van drieënhalf jaar van de minderjarige in hun gezin verzocht om de voogdij over haar toe te wijzen aan de pleegvader op grond van artikel 1:299a juncto 1:336a BW. Bureau Jeugdzorg Groningen (bjz) wenste zich nog niet te laten ontslaan van de voogdij zolang niet duidelijk was of de minderjarige bij de pleegouders op de juiste plaats zat, en stelde een deskundigenonderzoek voor.
De rechtbank overwoog dat de minderjarige reeds langdurig in het pleeggezin verbleef en dat de pleegouders de zorg en opvoeding met instemming van de voogd ten minste een jaar hadden verzorgd. De zorgen van bjz, onder meer over een mogelijke symbiotische relatie en het pedagogisch klimaat, werden niet concreet onderbouwd en konden geen reden zijn voor nader onderzoek.
De rechtbank nam ook kennis van positieve schoolrapportages en eerdere hulpverlening die succesvol was afgerond. Het belang van de minderjarige bij continuïteit en het recht op family life met de pleegouders woog zwaar. Daarom werd bjz ontslagen van de voogdij en werd de pleegvader benoemd tot voogd. Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling werd afgewezen. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en de proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt de pleegvader tot voogd, terwijl Bureau Jeugdzorg Groningen wordt ontslagen van de voogdij.