Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Vordering officier van justitie
- veroordeling voor het onder 1., 2., 3. primair, 4. primair, 5., 6. en 7. primair ten laste gelegde;
- oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van het voorarrest;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot een bedrag van
- oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor een bedrag van € 832,72;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot een bedrag van
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;
- de persoon van verdachte, zoals deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 8 februari 2013 en het reclasseringsadvies d.d. 21 december 2012;
- het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- de vordering van de officier van justitie.