Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
[verdachte],
Tenlastelegging
Vordering officier van justitie
- veroordeling voor het in de zaak met parketnummer 17/885550-12 onder 1. en 3. primair en het in de zaak met parketnummer 17/885206-12 onder 1, 2. subsidiair en 3. subsidiair ten laste gelegde;
- oplegging van 200 uren werkstraf subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis, alsmede 5 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;
- oplegging van de bijzondere voorwaarde van reclasseringstoezicht, met daarbij de voorwaarden zoals geformuleerd in het reclasseringsadvies;
- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6] ter zake materiële schade tot een bedrag van € 503,60 en ter zake immateriële schade tot een nader door de rechtbank vast te stellen bedrag onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
- hoofdelijke toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] tot een bedrag van € 622,84 onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voor dat bedrag;
- niet ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [leasebedrijf]
Beoordeling van het bewijs
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van verdachte
Strafmotivering
- de aard en de ernst van de gepleegde feiten;
- de omstandigheden waaronder deze zijn begaan;
- de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;
- het bepaalde in artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht;
- de vordering van de officier van justitie;
- het pleidooi van de raadsman.