Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie,
- de door mr. Kroon-Jongbloed overgelegde producties,
- de mondelinge behandeling op 7 januari 2013 in aanwezigheid van partijen bijgestaan door hun advocaten en de heer J. Scholte Aalbes namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) te Groningen, mevrouw B. Ottens namens het Leger des Heils Jeugdzorg en Jeugdreclassering (LJ&R) en mevrouw G. Kooistra namens bureau jeugdzorg Drenthe (bjz).
- de door mevrouw B. Ottens overgelegde producties,
- de pleitnotities van mr. H.C. Lunter,
- de pleitnotities van mr. A.A.M. Kroon-Jongbloed.
2.De feiten
- vanaf de eerste week van november 2012 alle kinderen viermaal een omgangsmoment met de vrouw hebben van eens in de veertien dagen van 15.00 uur tot 17.00 uur, waarbij de begeleiding van de omgang door het LJ&R wordt geregeld, LJ&R bepaalt of alle kinderen tegelijk dan wel apart van elkaar omgang met de moeder hebben, alsmede de dag waarop de omgang plaatsvindt en de locatie waar de omgang plaatsvindt wordt bepaald door het LJ&R;
- vanaf de eerste week van januari 2013 alle kinderen tweemaal één dagdeel van vier uren, gelegen in het weekend, per veertien dagen onbegeleide omgang met de moeder hebben;
- vanaf de eerste week van februari 2013 alle kinderen tweemaal een dag in het weekend van 10.00 uur tot 19.00 uur per veertien dagen onbegeleide omgang met de moeder hebben;
- vanaf 1 maart 2013 alle kinderen eenmaal in de veertien dagen van vrijdag 17.00 uur tot zondag 17.00 uur onbegeleide omgang met de moeder hebben.