Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- de eerste huurovereenkomst als huurovereenkomst geldt;
- de door [eiser] verschuldigde huurprijs vanaf de aanvang van de huurovereenkomst in 2015 tot aan de wijziging van het entree in 2019 € 545,00 per maand bedraagt, met veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling van al hetgeen hij meer heeft ontvangen;
- de door [eiser] verschuldigde huurprijs vanaf de wijziging van het entree per februari 2019 wordt verlaagd met 10%, met veroordeling van [gedaagde] tot terugbetaling van al hetgeen hij meer heeft ontvangen.
Verder vordert [eiser] om [gedaagde] ten aanzien van de gebreken te veroordelen tot het verrichten van de in de dagvaarding onder rand 34 onder a t/m i (de kantonrechter leest: rand 35) genoemde werkzaamheden en om binnen één week na betekening van het te wijzen vonnis een bewijs van opdrachtverstrekking te tonen en te bewerkstelligen dat de werkzaamheden binnen drie maanden na betekening van het te wijzen vonnis zijn voltooid, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag en om te bepalen dat zij vanaf 1 november 2024 recht heeft op huurprijsvermindering van 75%. Daarnaast vordert [eiser] dat [gedaagde] in de proceskosten wordt veroordeeld.
€ 3.596,08 aan huur tot 1 januari 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 augustus 2025 tot de dag van algehele betaling en tot betaling van € 878,22 per maand vanaf 1 januari 2026 aan huurprijs en tot betaling van de proceskosten.
4.De beoordeling
De huurovereenkomst is tijdelijk […] omdat de verhuurder jegens wie een vorige huurder het recht heeft verkregen de woning opnieuw te betrekken deze huurder daartoe gelegenheid wil geven’. [gedaagde] heeft op de zitting verklaard dat er geen huurder is aan wie hij heeft beloofd te mogen terugkeren naar het gehuurde. De diplomatenclausule heeft dan ook geen waarde. De kantonrechter kan zich daarom niet aan de indruk onttrekken dat deze diplomatenclausule in de huurovereenkomst van 2018 is opgenomen om [eiser] huurbescherming te onthouden.
€ 615,50 inclusief energielasten. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de huurprijs te verhogen omdat uit de stukken niet kan worden opgemaakt dat [gedaagde] de wettelijke regels omtrent huurverhoging heeft gerespecteerd.
i) het gat in de voorgevel moet worden gerepareerd;
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
5.De beslissing
€ 615,50 inclusief energielasten;
mr. S.C. Jacobs, juridisch adviseur/griffier, en in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2026.