Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:921

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 februari 2026
Publicatiedatum
3 februari 2026
Zaaknummer
HAA 25/2015
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsvermogen bij CVS/ME

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering op grond van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen door CVS/ME en bijkomende psychische aandoeningen. Het UWV wees de aanvraag af omdat de verzekeringsarts oordeelde dat het arbeidsvermogen niet duurzaam ontbrak, mede vanwege mogelijke behandelmogelijkheden en het ontbreken van een progressieve aandoening.

Eiseres voerde aan dat CVS/ME zeer invaliderend is en dat er geen curatieve behandelingen bestaan, waardoor het arbeidsvermogen duurzaam ontbreekt. De rechtbank overwoog dat het UWV aannemelijk heeft gemaakt dat er nog onbenutte behandelmogelijkheden zijn, onder meer vanwege de vermoedelijke autismespectrumstoornis en andere psychische stoornissen.

De rechtbank nam mee dat eiseres niet meewerkte aan nader onderzoek en eerdere behandelingen niet volledig had afgerond, terwijl uit het dossier blijkt dat zij wel kan profiteren van adequate begeleiding. De diagnose CVS/ME zonder behandelmogelijkheden maakt het oordeel niet anders, omdat klachten ook voort kunnen komen uit behandelbare psychische aandoeningen.

De rechtbank concludeerde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam is en verklaarde het beroep ongegrond. Het bestreden besluit van het UWV blijft daarmee in stand en eiseres krijgt geen Wajong-uitkering toegekend.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de Wajong-uitkering blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/2015

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. H.S. Eisenberger),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: R. Roos).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om in aanmerking te komen voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres is het hier niet mee eens. Volgens haar is sprake van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen, mede vanwege het ontbreken van behandelmogelijkheden bij CVS/ME. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Eiseres krijgt dus geen gelijk. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2.1.
Bij besluit van 3 januari 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv de aanvraag van eiseres voor de toekenning van een Wajong-uitkering afgewezen.
2.2.
Bij besluit van 6 maart 2025 (het bestreden besluit) heeft het Uwv het primaire besluit gehandhaafd.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de heer [naam] en de gemachtigde van het Uwv.

Totstandkoming van het bestreden besluit

3.1.
Eiseres, geboren op [datum] 1999, heeft op 2 oktober 2023 een aanvraag gedaan om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering.
3.2.
In het kader van de aanvraag is eiseres op 13 november 2023 op het spreekuur gezien door de verzekeringsarts. Door de verzekeringsarts is in de medische rapportage van 14 november 2023 vastgesteld dat bij eiseres sprake is van CVS/ME, een (beneden)gemiddelde intelligentie, een borderline persoonlijkheidsstoornis, een stemmingsstoornis en PTSS. Ook bestaat het vermoeden dat sprake is van een autismespectrumstoornis. Op basis van deze problematiek en het dagverhaal zijn door de verzekeringsarts beperkingen aangenomen. De verzekeringsarts acht eiseres in staat om ten minste 4 uur per dag belastbaar te zijn. Ook is geen sprake van een dusdanig ernstige stoornis op het gebied van aandacht, geheugen en stemming op basis waarvan eiseres niet in staat wordt geacht om ten minste 1 uur aaneengesloten arbeid te verrichten. Voorts concludeert de verzekeringsarts dat geen sprake is van duurzaamheid. Geen sprake is immers van een progressieve aandoening dan wel een medische eindsituatie. Daarnaast geldt dat zowel ten aanzien van de psychische comorbiditeit als ten aanzien van het energetisch klachtenbeeld de behandelmogelijkheden nog niet optimaal benut zijn. De verwachting is dan ook dat therapie klachtenverbetering teweeg kan brengen en kan zorgen voor een betere balans, waardoor de duurbelastbaarheid zal toenemen.
In de rapportage van 3 januari 2024 is door de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat eiseres niet beschikt over basale werknemersvaardigheden en zij geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie. Eiseres beschikt dan ook niet over arbeidsvermogen. Op basis hiervan is het primaire besluit genomen.
3.3.
Na bestudering van de dossiergegevens, kennisname van de bezwaargronden en overleg met de arbeidsdeskundige is door de verzekeringsarts bezwaar & beroep (b&b) in de rapportage van 4 februari 2025 geconcludeerd dat er gezien de complexiteit van het medische ziektebeeld reden bestaat voor een psychiatrische expertise. Deze heeft echter niet plaatsgevonden, omdat eiseres hier niet voor openstaat. Ook is eiseres niet verschenen op de hoorzitting, waardoor het dossier op de stukken is afgedaan. De verzekeringsarts b&b heeft in de medische rapportage van 4 februari 2025 geconcludeerd dat de conclusies van de primaire verzekeringsarts kunnen worden gevolgd. Eiseres is dan ook 4 uur per dag belastbaar en in staat om 1 uur per dag achtereenvolgend een taak uit te oefenen. Wel is door de verzekeringsarts b&b een aanvullende beperking aangenomen ten aanzien van het ‘zich sociaal passend gedragen’. Door de gevoeligheid voor overprikkeling in combinatie met de problemen in de emotieregulatie en sociale angsten is eiseres maar beperkt in staat om onafhankelijk op te treden in sociale interacties en haar gedrag in gezelschap te reguleren. Volgens de verzekeringsarts b&b is geen sprake van het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen, omdat er nog behandelmogelijkheden bestaan. Allereerst bestaat er de noodzaak voor verdere diagnostiek met betrekking tot de diagnose autisme. Daarnaast zijn er nog onbenutte behandelmogelijkheden. Ook heeft eiseres in de praktijk laten zien dat zij met adequate begeleiding bekwaamheden kan ontwikkelen.
In de rapportage van 13 februari 2025 is door de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat eiseres niet beschikt over werknemersvaardigheden en zij niet in staat is tot het verrichten van een taak in een arbeidsorganisatie. Op basis hiervan is het bestreden besluit genomen.

Standpunt eiseres

4. Eiseres stelt zich op het standpunt dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. Het Uwv heeft volgens eiseres onvoldoende rekening gehouden met het feit dat CVS/ME zeer invaliderend is en er geen curatieve behandelmogelijkheden bestaan. Verder geldt dat er op dit moment geen wetenschappenschappelijk bewijs voorhanden is waaruit volgt dat de door het Uwv genoemde behandelmogelijkheden zouden kunnen leiden tot een verbetering van het arbeidsvermogen. Gelet hierop ontbreekt dan ook een deugdelijk motivering.

Beoordeling door de rechtbank

Beoordelingskader
5.1.
Om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering moet vast komen te staan dat eiseres een jonggehandicapte is. Hiervan is sprake indien eiseres haar arbeidsvermogen heeft verloren, en dit ook duurzaam is. Van het ontbreken van arbeidsvermogen is sprake als eiseres:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; of
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; of
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij zij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Deze criteria worden beoordeeld door een verzekeringsarts. De criteria onder a en b worden ook beoordeeld door een arbeidsdeskundige.
5.2.
Dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam moet zijn, betekent dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. Hiervan is sprake als de betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en als herstel is uitgesloten. Het Uwv hoeft bij deze beoordeling niet te onderbouwen dat de betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Wel moet het Uwv aannemelijk maken dat er mogelijkheden zijn voor betrokkene om zich zo te kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat het arbeidsvermogen ontstaat. Het gaat dan om de mogelijkheden tot verbetering van de belastbaarheid, de verdere ontwikkeling en de toename van bekwaamheden. Om de duurzaamheid goed te kunnen beoordelen is een stappenplan ontwikkeld dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen bij zo’n beoordeling moeten volgen. Anders dan bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling op grond van de Wet Wia kan in een situatie waarbij op lange termijn slechts een geringe kans op herstel bestaat, voor de toepassing van de Wajong (vooralsnog) geen duurzaamheid worden aangenomen.
Oordeel
6.1.
De rechtbank moet in deze zaak beoordelen of het Uwv de aanvraag terecht heeft afgewezen omdat het arbeidsvermogen wel ontbreekt, maar dit niet duurzaam is.
6.2.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verzekeringsarts b&b afdoende gemotiveerd dat in het onderhavige geval het ontbreken van het arbeidsvermogen niet duurzaam is. Hiertoe overweegt zij als volgt. Uit de medische rapportage van de verzekeringsarts b&b volgt onder meer dat er een noodzaak bestaat voor verdere diagnostiek en er nog onbenutte behandelmogelijkheden aanwezig zijn. Dit mede nu bij het dossieronderzoek in bezwaar kenmerken naar voren zijn gekomen die passen bij de diagnose autisme en eiseres zichzelf in deze diagnose herkent. Daarbij geldt dat eiseres ook door de huisarts is doorverwezen voor nader onderzoek omtrent deze diagnose. Vast staat dat eiseres niet heeft meegewerkt aan het voorgestelde nader expertiseonderzoek in bezwaar en zij haar behandelingen in het verleden niet (volledig) heeft afgemaakt, dit terwijl uit de medische informatie bezwaarlijk valt af te leiden dat eiseres niet in staat zou zijn om aan verder onderzoek deel te nemen dan wel behandeling of begeleiding te volgen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat – zoals ook uit het dossier blijkt – eiseres in de praktijk er blijk van heeft gegeven wel van adequate begeleiding te kunnen profiteren. Zo woont zij inmiddels redelijk zelfstandig in een contingent woning en heeft zij ook haar rijbewijs gehaald. De rechtbank ziet gelet op het voorgaande dan ook onvoldoende aanleiding om het oordeel van de verzekeringsarts b&b niet te volgen. Dat bij eiseres de diagnose CVS/ME is gesteld en hiervoor op dit moment nog geen behandelmogelijkheden voorhanden zijn, maakt het voorgaande niet anders. Niet is immers uitgesloten dat de door eiseres ervaren (energetische) klachten voortkomen uit de andere bij haar aanwezige (psychische) ziektebeelden waarvoor nog behandelmogelijkheden bestaan. De rechtbank komt dan ook tot de slotsom dat niet is gebleken dat de inschatting van de verzekeringsarts b&b omtrent de duurzaamheid en zijn daarop gebaseerde conclusie dat het ontbreken van arbeidsvermogen bij eiseres vooralsnog niet duurzaam is, niet juist zijn. Het besluit van het Uwv waarbij aan eiseres om die reden een Wajong-uitkering is geweigerd, houdt dan ook stand.

Conclusies en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, rechter, in aanwezigheid van mr. S.A. Zorge, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 2 februari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.