Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
hij op of omstreeks 15 december 2024 te Purmerend tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s)
voorgenomen misdrijf om opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] van het leven te beroven, een of meerdere cobra's in combinatie met een of meerdere brandversnellende middelen voor de voordeur van een woning aan de [adres 1] te plaatsen en/of die cobra's in combinatie met een of meerdere brandversnellende middelen, aan te steken en/of tot ontploffing te brengen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hij op of omstreeks 15 december 2024 te Purmerend tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht bij een woning aan de [adres 1] , door een of meerdere cobra’s in combinatie met een of meerdere brandversnellende middelen voor de voordeur van die woning te plaatsen en/of die cobra’s in combinatie met een of meerdere brandversnellende middelen aan te steken en/of tot ontploffing te brengen, terwijl daarvan
levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor (een) bewoner(s) van genoemde woning en naastgelegen woning(en) te duchten was;
hij in of omstreeks de periode van 12 december 2024 tot en met 15 december 2024 te Purmerend, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
een ander of anderen, te weten [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] ,
- heeft geworven, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] , terwijl zij de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt (sub 2°) en/of
- door dwang, geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) of door dreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en), of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, of door misbruik van een kwetsbare positie of door het geven van betalingen,
heeft gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten dan wel enige handeling(en) heeft ondernomen waarvan hij, verdachte, wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] zich daardoor beschikbaar
zouden stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten (te weten: het teweegbrengen van een explosie bij een woning) (sub 4°) en/of
- opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die ander of anderen, te weten [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] , (sub 6°),
immers heeft/hebben verdachte en/of zijn medeverdachten (éénmaal of meermalen)
- die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] de opdracht en/of instructies gegeven een vuurwerkbrandstofcombinatie bij een woning gelegen aan de [adres 1] te Purmerend neer te leggen en/of tot ontploffing te brengen, en/of
- die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] voor één nacht gehuisvest en/of opgenomen in een woning gelegen aan het [adres 2] (286) te Purmerend, en/of
- die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] de betaling van een geldbedrag in het vooruitzicht gesteld, en/of
waarbij dat geweld of een andere feitelijkheid en/of die dreiging met geweld of een andere feitelijkheid heeft/hebben bestaan uit:
- dat verdachte en/of zijn medeverdachten die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] de dreigende woorden heeft geuit dat als ze de klus niet zouden doen, “zij een groter probleem hadden" en/of "de lui zouden zijn" en/of “zij dan klappen voor iemand anders zouden krijgen", althans woorden
van soortgelijke (dreigende) aard en/of strekking, en/of
- dat verdachte en/of zijn medeverdachten wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] kwetsbaar en/of gemakkelijk te beïnvloeden waren en/of geen werk en/of inkomen hadden en/of problemen thuis hadden en/of door de
getalsmatige overtal van hem en zijn mededaders al dan niet in combinatie met zijn/hun zwarte kleding en gezichtsbedekking een situatie creëerde waarbij die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] zich niet meer vrij voelden de woning te verlaten en/of de opdracht te weigeren en/of
door welke feiten en omstandigheden voor die [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] een (afhankelijkheids)situatie is ontstaan waaraan zij zich niet hebben kunnen onttrekken en/of ten gevolge waarvan zij geen weerstand aan verdachte hebben kunnen bieden.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
De medeverdachte [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ) heeft bekend dat hij samen met de medeverdachte [betrokkene 4] (hierna: [betrokkene 4] ) in opdracht van iemand anders een tas, met daarin deze VBC, heeft neergelegd bij de voordeur van de woning en heeft aangestoken.
“Iemand die 2 accus aanbied bericht me moeder is een hoer als ik je geen doezoe snel geef kijk maar!”. Ook heeft de verdachte in een getapt telefoongesprek van 12 december 2024 met een vriend gesproken over de diefstal, waarbij de verdachte heeft gezegd:
“Ik zoek en die accu’s zijn weg.”en
“Nu gaan lijp neuken”.
Wie bij mijn moeder naar binnengaat, ga ik zijn moeder neuken”. De rechtbank stelt mede op basis hiervan vast dat de verdachte een conflict met [slachtoffer 2] had en dat hij naar aanleiding van dat conflict bereid was en aankondigt geweld toe gaan passen.
tweeblikjes cola heeft gebracht naar hetzelfde adres. De verdachte is dus gelijktijdig met de
tweeuitvoerders van de aanslag, vlak vóór en ná de aanslag, aanwezig geweest in het appartement waar het teweegbrengen van de explosie is voorbereid en heeft ook contact met de uitvoerders gehad. Daarnaast is het volgende voor de betrokkenheid van de verdachte nog van belang.
Die zwervers krijgen vijf ‘barkie’, goed toch eerlijk?.. Benikgoed of niet?”(OVC 717). [betrokkene 2] heeft tijdens zijn politieverhoor verklaard dat hij in het appartement van [betrokkene 1] verbleef, nadat hij dakloos was geworden na een scheiding. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte de bewoners van het [adres 2] heeft betaald om het appartement te mogen gebruiken ter voorbereiding van de aanslag.
Ze hebben dus onderzoek gedaan naar Vomar hoeveel flessen daar van die wasbenzine zijn gehaald. Terwijl broer, wolah, ik heb niks gekocht daar.(…) Maar ze gaan zien. Die ding komt niet van Vomar.” (OVC 718). De rechtbank stelt vast dat dit overeenkomt met de bevinding van de politie dat de flessen wasbenzine die zijn aangetroffen in het portiek van het [adres 2] niet afkomstig zijn van de Vomar, maar van de Albert Heijn. De rechtbank kwalificeert deze kennis van de verdachte over de herkomst van de flessen wasbenzine als daderinformatie.
“Telefoon uit. Dat is de belangrijkste. (…) die zou je nekken.”(OVC 27).
Broer, ik wil die osso van hem nuweerratelen, ik zweer het broer.” (OVC 1587). Ook rapt de verdachte, nadat hij de verdenking tegen hem voorleest en zijn celgenoot hierop reageert met “
Je hebt ze geterroriseerd vriend”, onder meer: “
Ik stuur die tyfus naar je voordeur” (OVC 401).
Natuurlijk,ikheb zes, zes mensen gewond hoor broer” en na een lange stilte: “
Kankerzooi! Zouden ze in deze kankercel afluisterapparatuur hebben gezet?” (OVC 1634). Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat de verdachte toegeeft aan zijn celgenoot verantwoordelijk te zijn voor de verwonding van de slachtoffers door de explosie en vervolgens bang is dat politie of justitie daarachter komt middels afluisterapparatuur.
Feit 3 heeft betrekking op de criminele uitbuiting van de minderjarigen [betrokkene 3] en [betrokkene 4] door de verdachte met betrekking tot het bewezen feit 2. Dat hiervan sprake zou zijn, vindt enkel steun in de verklaringen van [betrokkene 3] . Zoals hiervoor is overwogen, gaat de rechtbank behoedzaam om met deze verklaringen. Nu de stellingen van [betrokkene 3] dat er sprake is geweest van (dreiging met) geweld en dat zij geld zouden krijgen voor het verrichten van de opdracht, niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen, zal de rechtbank de verdachte bij gebrek aan bewijs vrijspreken van het onder feit 3 ten laste gelegde.
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten voor bewoners van genoemde woning en naastgelegen woningen te duchten was.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vrijheidsbenemende / vrijheidsbeperkende maatregel
8.Vorderingen benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
Schokschade
)en voor medicatie. De kostenpost vloer, muren en bank nieuwe woning acht de officier gedeeltelijk toewijsbaar, te weten tot een gedrag van € 11.843,01.
€ 60.010,00 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van de explosie zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente.
,vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 december 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening
.
€ 138,96
,vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening.
€ 16.223,35 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente. De gestelde materiële schade bedraagt € 6.233,35 en bestaat uit kosten voor medische behandelingen en gederfde inkomsten. De gestelde immateriële schade bedraagt € 10.000,00 en bestaat uit schade als gevolg van geestelijk letsel.
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
60 (zegge: zestig) maanden.
€ 153.480,55, bestaande uit € 23.480,55 voor de materiële en € 130.000,00 voor de immateriële schade en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag. De materiële schade die betrekking heeft op de medische kosten (€ 1.097,55) en de kosten voor het ziekenhuis en revalidatie (€ 4.636,00) worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2025 tot aan de dag der algehele voldoening. De immateriële schade wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 15 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 58.829,31, bestaande uit € 18.829,21 voor de materiële en € 40.000,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente (over een bedrag van € 40.000,00 vanaf 15 december 2024, over een bedrag van € 3.862,16 vanaf 2 februari 2025, over een bedrag van € 1.339,40 vanaf 1 maart 2025 en over een bedrag van € 1.785,00 vanaf 1 mei 2025), tot aan de dag der algehele voldoening.
[slachtoffer 3]de verplichting op tot betaling aan de staat van een bedrag van € 58.829,31, vermeerderd met de wettelijke rente (over een bedrag van € 40.000,00 vanaf 15 december 2024, over een bedrag van € 3.862,16 vanaf 2 februari 2025, over een bedrag van € 1.339,40 vanaf 1 maart 2025 en over een bedrag van € 1.785,00 vanaf 1 mei 2025), tot aan de dag der algehele voldoening, bepaalt dat bij gebreke van betaling of verhaal gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 82 dagen. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.
€ 40.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 138,96, bestaande uit materiële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 april 2025 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 5.849,00, bestaande uit € 849,00 voor de materiële en € 5.000,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente (over een bedrag van € 5.000,00 vanaf 15 december 2024 en over een bedrag van € 849,00 vanaf 3 januari 2025), tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 5.613,29, bestaande uit € 613,29 voor de materiële en
€ 5.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 5.000,00, bestaande uit immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 5.273,73, bestaande uit € 273,73 voor de materiële en
€ 5.375,00, bestaande uit € 375,00 voor de materiële en € 5.000,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente (over een bedrag van € 5.000,00 vanaf 15 december 2024 en over een bedrag van