ECLI:NL:RBNHO:2026:8762
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voorbereidingshandelingen invoer cocaïne
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 9 juli 2026 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van voorbereidingshandelingen met betrekking tot de invoer van cocaïne. De tenlastelegging betrof onder meer het opzettelijk voorbereiden en bevorderen van de invoer van cocaïne, het onderhouden van contact met koeriers en het verstrekken van middelen en informatie.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 10 maanden, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens gebrek aan bewijs voor opzet en betrokkenheid. Het onderzoek richtte zich vooral op telecomgegevens en contacten tussen verdachte en medeverdachten die op 29 januari 2025 op Schiphol werden aangehouden.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het contact en het doorsturen van berichten door verdachte, niet wettig en overtuigend kon worden vastgesteld dat verdachte opzet had op de invoer van verdovende middelen of een rol had bij de voorbereiding daarvan. Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet en betrokkenheid bij voorbereidingshandelingen invoer cocaïne.