Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 juli 2026 in de zaak tussen
[verzoekster] B.V., uit Haarlem, verzoekster
Samenvatting
Procesverloop
.
Rechtbank Noord-Holland
Verzoekster, eigenaar van een perceel in Haarlem, kreeg een last onder dwangsom opgelegd omdat zij zonder archeologisch onderzoek graafwerkzaamheden uitvoerde in strijd met de omgevingsvergunning. Zij verzocht de voorzieningenrechter om de last te schorsen voor werkzaamheden aan de bestrating of een andere maatregel die bestratingswerkzaamheden mogelijk maakt zonder verbeuring van de last.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster geen spoedeisend belang had bij de voorlopige voorziening. Het onbebouwde terrein kon ook zonder bestrating worden ontdaan van afval en onkruid, en de beslissing op bezwaar werd op korte termijn verwacht. Het feit dat bestrating nodig zou zijn voor renovatiewerkzaamheden werd niet overtuigend geacht, mede omdat deze werkzaamheden pas na archeologisch onderzoek kunnen starten en verzoekster aangaf momenteel geen renovatieplannen te hebben.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen onomkeerbare situatie dreigde die onmiddellijke voorziening vereiste. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening tegen de last onder dwangsom wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.