ECLI:NL:RBNHO:2026:8269

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
7 juli 2026
Zaaknummer
C/15/377810 / HA ZA 26-314
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 OwArt. 23 OwArt. 54f OwArt. 54i lid 2 OwArt. 54j lid 1 Ow
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervroegde onteigening en voorschot schadeloosstelling voor tracébesluit spoorverbinding Alkmaar-Amsterdam

ProRail vordert vervroegde onteigening van twee percelen grond van in totaal 1.265 m² ten behoeve van het tracébesluit Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Alkmaar-Amsterdam. De percelen zijn eigendom van [gedaagde], die het aangeboden schadeloosstellingsbedrag van €22.500,00 betwist en een deskundigenonderzoek verlangt.

De rechtbank stelt vast dat de wettelijke termijnen en formaliteiten zijn nageleefd en wijst de vervroegde onteigening toe. Omdat [gedaagde] het schadeloosstellingsbedrag niet accepteert, benoemt de rechtbank drie deskundigen om de schadeloosstelling te begroten en wijst een rechter-commissaris aan voor de plaatsopneming.

De rechtbank bepaalt het voorschot op schadeloosstelling op het aangeboden bedrag van €22.500,00 en stelt dat ProRail geen zekerheid hoeft te stellen. Verder wijst de rechtbank het Noordhollands Dagblad aan voor publicatie van het vonnis en de aankondiging van de plaatsopneming. De zaak wordt verwezen naar de rol voor het opgeven van verhinderdata, waarna een datum voor de plaatsopneming wordt vastgesteld.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vervroegde onteigening toe, bepaalt een voorschot op schadeloosstelling van €22.500,00 en benoemt deskundigen voor schadestaat.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: C/15/377810 / HA ZA 26-314
Vonnis van 17 juni 2026
in de zaak van
PRORAIL B.V.,
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: ProRail,
advocaat: mr. H.X. Botter,
tegen
[gedaagde] .,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. A. Glijnis.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 20 april 2026 met producties;
  • de stukken vermeld in artikel 23 Onteigeningswet Pro (hierna: Ow), neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 6 mei 2026 (akte van depot nr. 2026/1);
  • de conclusie van antwoord.
1.2.
Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de exploten van 28 april 2026, waarbij ter voldoening aan artikel 18 Ow Pro de dagvaarding is overbetekend aan:
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier te Heerhugowaard, gemeente Dijk en Waard,
Gasunie Transport Services B.V. te Groningen.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Bij Koninklijk Besluit van 3 oktober 2024, nr. 2024002182, openbaar gemaakt in de Staatscourant van 29 oktober 2024, nummer 34038 (hierna: het KB), zijn op grond van artikel 72a Ow ten behoeve van de realisatie van het op 7 november 2023 door de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat vastgestelde tracébesluit Programma Hoogfrequent Spoorvervoer Alkmaar-Amsterdam (hierna: het tracébesluit) meerdere percelen ter onteigening aangewezen.
2.2.
[gedaagde] is in het KB aangewezen als eigenaar van twee in de onteigening betrokken perceelsgedeelten van respectievelijk 695 m² (grondplannummer [nummer 1] op de grondplantekening) en 570 m² (grondplannummer [nummer 2] op de grondplantekening) van het perceel thans kadastraal bekend gemeente [plaats] , [kadastraalnummer] (totaal groot 1.265 m²). Het betreft een onbebouwd perceel grasland.
2.3.
ProRail heeft aan [gedaagde] € 22.500,00 als schadeloosstelling aangeboden.

3.Het geschil

3.1.
ProRail vordert - samengevat- dat de rechtbank bij vonnis:
bij vervroeging als bedoeld in artikel 54f Ow de onteigening uitspreekt, vrij van alle lasten en rechten, van de onroerende zaak ter grootte van 1.265 m² van het perceel thans kadastraal bekend gemeente [plaats] , [kadastraalnummer] (totaal groot 1.265 m²) (grondplannummers [nummer 1] en [nummer 2] zoals nader aangeduid op de grondplantekening);
het door ProRail aan [gedaagde] te betalen voorschot bepaalt op 100% van de aan haar aangeboden schadeloosstelling ad € 22.500,00 (zegge: tweeëntwintigduizend vijfhonderd euro);
bepaalt dat ProRail geen nadere zekerheid hoeft te stellen;
indien [gedaagde] het bij dit exploot aan haar gedane aanbod aanvaardt, de uiteindelijk
aan haar toekomende schadeloosstelling vaststelt op € 22.500,00 (zegge: tweeëntwintigduizend vijfhonderd euro) en het voornoemde bedrag derhalve niet als voorschot toekent;
indien [gedaagde] het bij dit exploot aan haar gedane aanbod niet aanvaardt, het bedrag van de uiteindelijke schadeloosstelling voor [gedaagde] nader bij vonnis vaststelt en een oneven aantal deskundigen benoemt, alsmede een datum, tijdstip en locatie van de opneming van de ligging en gesteldheid van de twee te onteigenen perceelsgedeelten bepaalt;
de data voor nederlegging van het (concept)deskundigenrapport vaststelt;
de nieuws- of advertentiebladen aanwijst waarin het vonnis bij uittreksel door de griffier der rechtbank zal worden geplaatst.
3.2.
ProRail heeft aan haar vordering tot vervroegde onteigening ten grondslag gelegd dat zij er ten behoeve van de uitvoering van het werk belang bij heeft dat de te onteigenen perceelsgedeelten zo spoedig mogelijk tot haar vrije beschikking komen.
3.3.
[gedaagde] verzet zich niet tegen het verzoek tot een vervroegde uitspraak over de onteigening. [gedaagde] kan zich niet verenigen met het haar ten titel van schadeloosstelling aangeboden bedrag van € 22.500,00, omdat dit bedrag veel te laag is. Zij verzoekt de rechtbank om drie deskundigen te benoemen om zich over de schadeloosstelling uit te laten.

4.De beoordeling

4.1.
De perceelsgedeelten zijn gelegen binnen de gemeente [plaats] . Volgens het Zaaksverdelingsreglement van de rechtbank Noord-Holland worden grondzaken op de zittingsplaatsen Haarlem en Alkmaar behandeld. De rechtbank wijst zittingsplaats Alkmaar aan voor de behandeling van deze zaak vanwege de samenhang met andere door ProRail gestarte onteigeningsprocedures ten behoeve van de realisatie van het tracébesluit.
4.2.
De rechtbank stelt vast dat [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde onteigening, behoudens wat betreft de aangeboden schadeloosstelling. Nu de bij wet voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen en de rechtbank de vordering tot vervroegde onteigening niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, is deze voor toewijzing vatbaar.
4.3.
Omdat [gedaagde] het aanbod tot schadeloosstelling heeft verworpen zal over de hoogte van het aan haar toe te kennen bedrag aan schadeloosstelling op de voet van artikel 54j lid 1 Ow een bericht van deskundigen moet worden ingewonnen.
4.4.
De rechtbank zal op grond van artikel 54j Ow aan drie door haar te benoemen deskundigen opdracht geven om de schadeloosstelling te begroten voor [gedaagde] en zal één van haar leden aanwijzen om, vergezeld van de griffier, als rechter-commissaris bij de opneming door de deskundigen van de ligging en de gesteldheid van de perceelsgedeelten aanwezig te zijn. Bovendien zal een nieuwsblad worden aangewezen waarin de aankondiging door de griffier, als bedoeld in artikel 28 Ow Pro, moet geschieden. Aangezien dag, tijd en plaats voor de plaatsopneming door de rechter-commissaris zullen worden bepaald, wordt de vordering van ProRail op dit punt afgewezen.
4.5.
ProRail heeft voorgesteld dat de rechtbank het voorschot op de schadeloosstelling bepaalt op 100% van het aangeboden bedrag, zodat het stellen van zekerheid achterwege kan blijven. Omdat [gedaagde] het bedrag van de aangeboden schadeloosstelling niet heeft aanvaard, zal de rechtbank overeenkomstig artikel 54i lid 2 Ow het voorschot voor haar vaststellen op het aangeboden bedrag en hoeft ProRail geen zekerheid te stellen.
4.6.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
spreekt vervroegd uit de onteigening ten behoeve van de uitvoering van het tracébesluit en ten name van ProRail, vrij van alle bestaande lasten en rechten, van de onroerende zaak ter grootte van 1.265 m² van het perceel thans kadastraal bekend gemeente [plaats] , [kadastraalnummer] , zoals nader aangeduid met grondplannummers [nummer 1] en [nummer 2] op de grondplantekening,
5.2.
bepaalt het door ProRail als onteigenende partij te betalen voorschot op de schadeloosstelling van [gedaagde] op € 22.500,00 (zegge: tweeëntwintigduizend vijfhonderd euro) € 22.500,00, rechtstreeks te betalen aan [gedaagde] ,
5.3.
bepaalt dat geen zekerheid voor de voldoening van de schadeloosstelling van [gedaagde] nodig is,
5.4.
beveelt dat een deskundigenonderzoek zal plaats hebben ter begroting van de schadeloosstelling van [gedaagde] ,
5.5.
benoemt tot deskundigen aan wie dit onderzoek wordt opgedragen:
1. Prof. mr. J.A.M.A. Sluysmans
Van der Feltz Advocaten
Javastraat 22
2585 AN Den Haag
2. S.H.C. van den Berg MSc MRICS RT REV RM, Register taxateur / rentmeester NVR
BaseValue B.V.Mulligenweg 52
8096 RB Oldebroek
3. mr. S.G. van Hoogmoed RT, Rentmeester NVR
Hoogstate taxateurs o/z en rentmeestersHolterweg 79
7441 DD Nijverdal
5.6.
benoemt tot rechter-commissaris die vergezeld van de griffier bij de opneming door deskundigen tegenwoordig zal zijn, het lid van deze rechtbank mr. J.H. Gisolf,
5.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.8.
wijst het Noordhollands Dagblad aan als nieuwsblad waarin overeenkomstig artikel 54 Ow Pro een uittreksel van dit vonnis geplaatst dient te worden,
5.9.
wijst het Noordhollands Dagblad aan als nieuwsblad waarin de aankondiging door de griffier zal moeten geschieden van de door de rechter-commissaris te bepalen dag, tijd en plaats van de opneming door deskundigen van de ligging en gesteldheid van de te onteigenen perceelsgedeelten,
5.10.
verwijst de zaak naar de rol van
1 juli 2026voor het opgeven van verhinderdata in de maanden oktober 2026 tot en met december 2026, waarna een datum voor een plaatsopneming door de deskundigen zal worden bepaald,
5.11.
wijst af de vordering tot bepaling van een dag, tijd en plaats voor de plaatsopneming,
5.12.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.H. Gisolf en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2026.
ST/JG