ECLI:NL:RBNHO:2026:8174

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 april 2026
Publicatiedatum
6 juli 2026
Zaaknummer
HAA 25/3058
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.M. Janse van Mantgem
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5:1 AwbArt. 5:2 AwbArt. 5:7 AwbArt. 1.6 OmgevingswetArt. 1.7 Omgevingswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing beroep tegen handhavingsverzoek geluidsoverlast dance-evenementen in recreatiegebied

Eiseres verzocht het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer om handhaving vanwege geluidsoverlast bij grootschalige dance-evenementen in het recreatiegebied Spaarnwoude, met name gericht op het instellen en handhaven van geluidsnormen zoals een dB(C)-norm.

Het college wees het handhavingsverzoek af omdat geen overtredingen waren geconstateerd en er geen klaarblijkelijk gevaar voor overtreding bestond. Tevens werd het verzoek met betrekking tot natuurregels doorgestuurd naar het bevoegd gezag, de provincie Noord-Holland.

Eiseres stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de rechtbank om het college te verplichten geluidsnormen in te stellen en te handhaven en zorg te dragen voor naleving van natuurregels. De rechtbank oordeelde dat de beroepsgronden niet het bestreden besluit zelf aanvechten, maar veeleer verzoeken om het college regels te stellen die het nog niet heeft vastgesteld.

Daarmee vallen de beroepsgronden buiten de reikwijdte van het geding en kan de rechtbank het bestreden besluit niet toetsen. De rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling en verklaart het beroep ongegrond. Het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen het handhavingsbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/3058

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 april 2026 in de zaak tussen

GEEN N1 en

op persoonlijke titel
[naam 1]( [functie 2] GEEN N1)
beiden uit Halfweg,
hierna: eiseres
en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer,

(gemachtigde: mr. T.A.C. van Diepen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Monumental Productions B.V.uit Amsterdam
(gemachtigden: mr. I.D.R. van Staveren en mr. J.M. Poortvliet).

Procesverloop

1.1.
Op 26 november 2024 heeft eiseres verzocht om handhaving vanwege geluidsoverlast bij dance-evenementen in het recreatiegebied Spaarnwoude (deelplan Houtrak) in Halfweg (hierna: de Houtrak). Met het primaire besluit van 9 januari 2025 heeft het college het handhavingsverzoek van eiseres afgewezen. Met het bestreden besluit van
27 mei 2025 op het bezwaar van eiseres heeft het college het primaire besluit onder aanvulling van de motivering in stand gelaten.
1.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Derde-partij heeft ook schriftelijk gereageerd.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 5 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen namens eiseres [naam 1] ( [functie 2] GEEN N1), [naam 2] ( [functie 1] GEEN N1), [naam 3] (jurist) en [naam 4] (geluidsdeskundige), namens het college voornoemde gemachtigde en namens derde-partij [naam 5] (Awakenings) en de gemachtigden van derde-partij.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2.1.
Eiseres heeft het college verzocht om handhaving vanwege geluidsoverlast bij dance-evenementen in de Houtrak. Daarbij wijst eiseres op extreme geluidsoverlast van de bassen tijdens de dance-evenementen van Awakenings (2018, 2022 en 2023), Wooferland (2024) en Mysteryland (2024) die door eiseres en omwonenden als onduldbaar worden ervaren. Eiseres verzoekt het college om het instellen van geluidsnormen om deze overlast te beperken, waaronder het vaststellen van een dB(C)-norm. Daarnaast maakt eiseres zich zorgen om het gebrek aan handhaving van de geluidsnormen en het ontbreken van effectieve maatregelen om de overlast te verminderen. Eiseres verzoekt het college om de geluidsnormen strikt te handhaven binnen de wettelijke kaders en de overlast bij dance-evenementen adequaat te reguleren. Verder verzoekt eiseres het college zorg te dragen voor de naleving van natuurregels bij de verlening van vergunning aan initiatiefnemers van grootschalige dance-evenementen in de Houtrak, dat onderdeel uitmaakt van het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN).
2.2.
Met het primaire besluit heeft het college het verzoek van eiseres afgewezen, omdat zij niet bevoegd is een bestuurlijke sanctie op te leggen. Het college is alleen bevoegd handhavend op te treden wegens een overtreding of als het gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigt. [1] Tijdens de laatste twee edities van de dance-evenementen Awakenings, Mysteryland en Wooferland is geen overtreding van de geluidsvoorschriften geconstateerd. Daarnaast is geen sprake van een situatie waarin gevaar voor een overtreding klaarblijkelijk dreigt. Dat in de toekomst mogelijk nieuwe dance-evenementen zullen plaatsvinden in de Houtrak betekent niet dat een wettelijk voorschrift ‘met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid’ overtreden zal worden. [2] Voor zover het verzoek van eiseres betrekking heeft op de naleving van natuurregels bij vergunningverlening heeft het college het verzoek onverwijld doorgestuurd naar het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Holland, omdat dit college daarvoor het bevoegd gezag is.
2.3.
Met het bestreden besluit op het bezwaar van eiseres heeft het college, onder verwijzing naar het advies van de bezwaarcommissie, het primaire besluit in stand gelaten onder aanvulling van de motivering zoals vermeld in het verweerschrift in bezwaar. Het college heeft de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard voor zover die betrekking hebben op Mysteryland en op de mededeling dat het college niet het bevoegd gezag is. Voor het overige heeft het college de bezwaren ongegrond verklaard. Daarbij heeft het college zich op het standpunt gesteld dat tegen evenementen die reeds hebben plaatsgevonden geen handhaving meer mogelijk is en dat voor het opleggen van een preventieve herstelsanctie de strenge eis van ‘klaarblijkelijk gevaar van een overtreding’ geldt. Daarvoor ontbreekt volgens het college elk aanknopingspunt als gekeken wordt naar de geluidsrapportages van de afgelopen twee jaar. Dat eiseres overlast ervaart, betekent (nog) niet dat daarmee juridisch gezien ook sprake is van een overtreding. Verder is volgens het college ook geen sprake van schending van de in de Omgevingswet opgenomen algemene zorgplicht [3] en het algemene verbod op het verrichten van activiteiten die (aanzienlijke) nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving hebben [4] . Deze vangnetbepalingen zijn namelijk niet van toepassing als voor de betreffende activiteit al specifieke regels gelden. [5] Binnen bepaalde planologische kaders zijn (grootschalige) evenementen als Awakenings en Wooferland toegestaan in de Houtrak. Dat het gebied onderdeel uitmaakt van het NNN betekent niet dat deze evenementen daar niet mogen plaatsvinden. De aanwijzing als NNN-gebied is vooral van betekenis voor nieuwe activiteiten. Ten aanzien van de natuurregels die zien op de gebieds- en soortenbescherming geldt dat het college van burgemeester en wethouders niet het bevoegd gezag is. Daarnaast kunnen en mogen de ‘natuurbelangen’ ook niet betrokken worden bij de verlening van een evenementenvergunning. Tot slot kan volgens het college tegen het Uitvoeringsbeleid evenementen Haarlemmermeer 2021 (hierna: het Uitvoeringsbeleid) zelf geen bezwaar gemaakt worden. De klachten van eiseres over dit beleid zijn bekend bij het college. Bij de eerstvolgende actualisatie van het Uitvoeringsbeleid zullen de geluidsnormen voor evenementen opnieuw tegen het licht worden gehouden.

Beroepsgronden

3.1.
In het beroepschrift van 3 juli 2025 heeft eiseres de rechtbank verzocht om te bepalen dat het college: (1) zowel een maximale 70 dB(A)-norm als een maximale 80 dB(C)-norm instelt voor grootschalige muziekevenementen; (2) zorgt dat in de evenementenvergunningen het juiste muziekspectrum wordt aangegeven; (3) zorgt voor de naleving van een maximum normering in dB(C) in evenementenvergunningen; en (4) zorgt dat er snel een einde gemaakt wordt aan het niet handhaven op een dB(C)-norm. Daarnaast heeft eiseres de rechtbank verzocht het college te verplichten om haar zorgplicht ten aanzien van het NNN na te komen.
3.2.
In het aanvullende beroepschrift van 20 februari 2026 heeft eiseres de rechtbank verzocht om te bepalen dat het college: (1) het handhavingsverzoek inhoudelijk beoordeelt aan de hand van de clusters geluid, natuur/NNN en planologische gebruik; (2) expliciet en controleerbaar motiveert op welke wijze aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving worden voorkomen of beperkt; en (3) zo nodig concrete en handhaafbare maatregelen en passende vormen van toezicht en monitoring inzet, dan wel gemotiveerd uiteenzet waarom handhavend optreden achterwege kan blijven. Voor zover het college stelt geheel of gedeeltelijk onbevoegd te zijn, verzoekt eiseres de rechtbank om te bepalen dat het college het verzoek onverwijld doorzendt aan het bevoegd gezag en te bepalen dat het college zelf een besluit neemt voor zover het college wel bevoegd is.
3.3.
In de op 23 februari 2026 overgelegde pleitnota voert eiseres aan dat de kern van deze zaak is dat het college het handhavingsverzoek heeft afgewezen zonder feitelijk vast te stellen of de vergunde maatregelen daadwerkelijk bescherming bieden tegen de hinder waarop het handhavingsverzoek betrekking heeft. Deze zaak betreft niet de vraag of een dB(C)-norm moet worden ingevoerd en betreft evenmin uitsluitend één editie van Awakenings. De kernvraag is of het college het handhavingsverzoek mocht afwijzen zonder het structurele en herhaald optredende hinderpatroon feitelijk en kenbaar te beoordelen.

Beoordeling door de rechtbank

4. Gelet op de inhoud van de beroepschriften komt het er in feite op neer dat eiseres de rechtbank verzoekt om te bepalen dat het college zich aan bepaalde regels houdt bij vergunningverlening en dat het college wordt opgedragen bepaalde regels te handhaven, terwijl het college deze regels op dit moment nog niet stelt. Naar het oordeel van de rechtbank bestrijdt eiseres met de beroepsgronden niet het bestreden besluit waartegen het beroep is gericht en de rechtbank kan dan aan de hand van de beroepsgronden niet het bestreden besluit toetsen. Met andere woorden: de beroepsgronden tasten het bestreden besluit niet aan en kunnen dus niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit. De beroepsgronden vallen buiten de omvang van het geding. De rechtbank komt dan niet toe aan een inhoudelijke beoordeling. Het beroep is ongegrond.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 16 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit de artikelen 5:2 en 5:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 5:1, eerste lid, van de Awb wordt onder een overtreding verstaan een gedraging die in strijd is met het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.
2.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State van 9 oktober 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4060).
3.Artikel 1.6 van de Omgevingswet.
4.Artikelen 1.7 en 1.7a van de Omgevingswet.
5.Artikel 1.8 van de Omgevingswet.