Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- de verdachte en zijn raadsman, mr. P.R. van de Water, advocaat te Rotterdam;
- [vertegenwoordiger van de raad] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad);
- [vertegenwoordiger van de jeugdreclassering] , namens de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (hierna te noemen: de jeugdreclassering);
- de raadsman van de benadeelde partijen [de benadeelde partij 5] en [de benadeelde partij 2] , mr. K.Y. Ramdhan, advocaat te Amsterdam;
1.Tenlastelegging
dat/die geheel of ten dele aan (telefoonwinkel) [de winkel] en/of [de benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een of meer medewerker(s) van de (winkel) [de winkel] , te weten [de benadeelde partij 2] en/of [de benadeelde partij 3] en/of [de benadeelde partij 4] en/of [de benadeelde partij 5] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- in het donker gekleed en/of met gezichtsbedekking en/of met een helm op het hoofd de winkel binnen te komen en/of
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp te tonen en/of op voornoemde medewerker(s) te richten en/of
- daarbij tegen voornoemde medewerker(s) te roepen 'geef alle telefoons' en/of
- met voorgenoemd vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, een of meerdere keren op de vitrinetoonbank te slaan en/of
- (vervolgens) diverse telefoons uit de stuk geslagen vitrinetoonbank te pakken en/of
- (met de weggenomen telefoons) de winkel te verlaten en/of
- tijdens de vlucht te worstelen met medewerker [de benadeelde partij 2] en/of
- (vervolgens) het vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op medewerker [de benadeelde partij 2] te richten en/of meermalen de trekker over te halen en/of het een of meerdere malen te laten afvuren;
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
ready) is en hem een adres stuurt gelegen naast de woonplek van [de medeverdachte] . De verdachte zegt hierbij tegen [de medeverdachte] “
de kleren niet te vergeten, geeft aan op “
zichtafstand” te zijn en stuurt om 09:44 uur aan [de medeverdachte] “
ik ben er”. Uit zendmastonderzoek blijkt tenslotte dat de telefoon van de verdachte op 15 oktober 2024 in Krommenie was en ten tijde van de overval een zendmast in de nabijheid van de overvallen telefoonwinkel aanstraalt.
gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en de andere deelnemer aan het misdrijf de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- in het donker gekleed en met gezichtsbedekking en een helm op het hoofd, de winkel binnen te komen en
- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en op voornoemde medewerkers te richten en
- daarbij tegen voornoemde medewerkers te roepen 'geef alle telefoons' en
- met voorgenoemd vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, meerdere keren op de vitrinetoonbank te slaan en
- vervolgens diverse telefoons uit de stuk geslagen vitrinetoonbank te pakken en
- met de weggenomen telefoons de winkel te verlaten en
- tijdens de vlucht te worstelen met medewerker [de benadeelde partij 2] en
- vervolgens het vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op medewerker [de benadeelde partij 2] te richten en meermalen de trekker over te halen.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
- het op naam van de verdachte staande Uittreksel Justitiële Documentatie van 16 maart 2026;
- het voorlichtingsrapport van de Raad van 25 augustus 2025;
- de actualisatiebrief van de Raad van 12 maart 2026;
- de evaluatie van de jeugdreclassering van 16 december 2025.
7.Vordering benadeelde partijen schadevergoedingsmaatregel
8.Vordering tot tenuitvoerlegging
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
150 (honderdvijftig) dagen.
106 (honderdzes) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaren.
algemene voorwaardedat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
bijzondere voorwaardendat de verdachte gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking te verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aan te bieden;
- medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met het vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang als de reclasseringsinstelling dit noodzakelijk acht.
60 (zestig) uren, bij niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 30 (dertig) dagen jeugddetentie.
[de benadeelde partij 5]geleden immateriële schade tot een bedrag van
€ 3.000,00, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 5] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagengijzeling.
[de benadeelde partij 2]geleden schade tot een bedrag van
€ 5.590,83, bestaande uit € 590,83 aan materiële schade en
€ 5.000,00 aan immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 15 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [de benadeelde partij 2] voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
0 dagengijzeling.
60 (zestig) uren, subsidiair 30 (dertig) dagen jeugddetentie, opgelegd bij vonnis van de rechtbank Den Haag van 11 juli 2024.