ECLI:NL:RBNHO:2026:8057
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Voeging van civiele zaken over onrechtmatige verwerking persoonsgegevens door ICS
De rechtbank Noord-Holland behandelde een verzoek tot voeging van twee civiele zaken tussen dezelfde partijen, verzoeker en ICS, die beide betrekking hebben op vermeende onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door ICS. ICS verzocht om voeging op grond van artikel 285 lid 2 Rv Pro vanwege de samenhang tussen de zaken. Verzoeker betwistte de samenhang, stellende dat de rechtsvragen wezenlijk verschillen.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende samenhang (connexiteit) bestaat omdat beide zaken dezelfde partijen betreffen, gelijktijdig lopen en beide zien op de onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens door ICS, waarbij verschillende artikelen van de AVG aan de orde zijn. Daarom werd het verzoek tot voeging toegewezen.
Daarnaast verzocht verzoeker op grond van artikel 195 Rv Pro om inzage in stukken over een gesprek met ICS. ICS stelde dat verzoeker reeds beschikte over de gevraagde stukken. De rechtbank concludeerde dat ICS met overlegging van een gesprekverslag had voldaan aan het inzageverzoek en wees het verzoek af wegens gebrek aan belang.
De rechtbank bepaalde dat een mondelinge behandeling zal plaatsvinden en verzocht partijen hun verhinderdagen op te geven voor de periode augustus 2026 tot en met januari 2027. De beslissing over proceskosten werd aangehouden in afwachting van de uitkomst van de hoofdzaak.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot voeging toe en wijst het inzageverzoek af wegens gebrek aan belang.