Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift van RIBW van 5 november 2025 met 26 producties;
- het verweerschrift van [verweerder] van 11 december 2025 met producties 27-43a (doorgeteld vanaf het verzoekschrift);
- nadere stukken van 12 december 2025 van RIBW met bijlage A;
- nadere stukken van 15 december 2025 van [verweerder];
- nadere stukken van 16 december 2025 van RIBW met bijlage B;
- de mondelinge behandeling van 17 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
- de pleitaantekeningen van de gemachtigde van RIBW.
2.De feiten
‘Die tegenstrijdigheid tussen wat je zegt en doet, is vaker verwarrend voor mij en werkt ook verlammend. Die verlamming is waar ik uit moet, anders word ik letterlijk ziek.’
‘Omdat [betrokkene 1] de ernst niet lijkt te voelen en de bal terug speelt naar [betrokkene 3] en mij, verzoek ik jou om dit van haar over te nemen.’
‘Ik snap helemaal niets van deze lap tekst, zonder inleiding of context. Ik laat ‘m links liggen tot ik via [betrokkene 1] een duidelijke vraag krijg.’
‘Gezien jouw reactie nu, mag ik, denk ik, aannemen dat je mijn vraag ook goed gelezen hebt; of ik het goed begrijp dat [betrokkene 1] melding op vrijdag 4 juli ook op die dag is afgehandeld. Daar kun je, denk ik, vanaf elke plaats op antwoorden. Daarbij, vandaag hadden we die tijd kunnen hebben, als je had gewild! Evengoed fijn dat we -ondanks jouw toch wat intimiderende mail van vanmiddag - nu even een meer gelijkwaardig contact kunnen hebben.’
Heb vandaag geen tijd. En zoals gezegd, moet je dit samen met [betrokkene 1] oppakken.’
‘Een kort en bondig ja of nee op mijn mail is voldoende Bas en verwacht ik vandaag ook te krijgen.’
Als ik mezelf nog een keer moet herhalen, is dat met P&O in de CC.’
Daarbij denk ik dat we even serieus moeten kijken naar de gang van zaken rond [betrokkene 3] met wie [betrokkene 1] een innige relatie lijkt te hebben. Ik vind het onverantwoord dat [betrokkene 1] een leidinggevende functie heeft.’
Zo meteen, eerst moet je bevestigen dat je net zei dat dit een non-issue is’. Omdat [verweerder] weigerde opzij te gaan, probeerde [betrokkene 2] via de andere kant van de tafel weg te rijden. [verweerder] is hem de weg blijven versperren, waarna [betrokkene 2] haar per direct op non-actief heeft gesteld. In het gespreksverslag staat hierover:
‘Bas heeft haar gedrag als intimiderend en bedreigend ervaren.’
3.Het verzoek, het verweer en het tegenverzoek
4.De beoordeling van het verzoek en het tegenverzoek
1 april 2026. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure. [3]
€ 14.782,79 bruto. RIBW wordt veroordeeld tot betaling van die transitievergoeding.
5.De beslissing
4 februari 2026.