Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:7662

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
25 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
15.330306.25
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10a OpiumwetArt. 33 SrArt. 33a SrArt. 36b SrArt. 36d Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen voorbereidingshandelingen productie MDMA en terugwinning cocaïne

De rechtbank Noord-Holland heeft op 25 juni 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA en de terugwinning van cocaïne. De verdachte vervoerde chemicaliën en een Spaans stappenplan naar een woning die als productie- en terugwinningslocatie diende.

De politie volgde de verdachte op 2 december 2025 nadat hij een auto had gehuurd in België. Bij controle werden jerrycans met methylethylketon en zoutzuur, latex handschoenen en een stappenplan in het Spaans aangetroffen. In de woning van de medeverdachte werden grote hoeveelheden MDMA-pillen, cocaïne en diverse productiemiddelen gevonden. De rechtbank oordeelde dat de verdachte wist dat de stoffen bestemd waren voor drugproductie en dat hij medepleger was.

De verdediging voerde aan dat de chemicaliën schoonmaakmiddelen waren en dat verdachte niets wist van de situatie, maar de rechtbank verwierp dit verweer op basis van het bewijs en het verdachte rijgedrag. De rechtbank veroordeelde de verdachte tot 8 maanden gevangenisstraf, minder dan de geëiste 9 maanden, vanwege zijn relatief beperkte rol. Daarnaast werden beslissingen genomen over beslag en verbeurdverklaring van de aangetroffen goederen.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf voor medeplegen voorbereidingshandelingen productie MDMA en terugwinning cocaïne.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15.330306.25 (P)
Uitspraakdatum: 25 juni 2026
Tegenspraak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 juni 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
nu gedetineerd in de penitentiaire inrichting Ter Apel in Ter Apel.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie
mr. R. Visser en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. E.J. van Gils, advocaat te Amsterdam, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 2 december 2025 te De Rijp, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen
om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten:
- het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen,
- het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of
- het opzettelijk vervaardigen van
extasy pillen (MDMA) en/of cocaïne,
middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
- een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen,
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door:
- een woning gelegen aan de [adres] in De Rijp ter beschikking te stellen,
- een voertuig met kenteken [kenteken] beschikbaar te stellen,
- jerrycans met zoutzuur en methylethylketon te vervoeren naar de productielocatie, althans voorhanden te hebben, welke benodigd zijn voor de productie en/of bewerking van cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
- een A4-vel met daarop een stappenplan in de Spaanse taal met daaronder chemicaliën met de hoeveelheden en prijzen voorhanden te hebben,
- afspraken te maken en/of (telefonisch) contact te hebben met medeverdachte(n) en/of
- een of meerdere goederen voorhanden te hebben die benodigd zijn voor de productie en/of bewerking van cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
te weten:
- een of meerdere notities,
- lege capsules,
- flessen ammoniak,
- jerrycans,
- een weegschaal,
- een vacuüm-meermachine,
- een mixer en/of
- een zeef;
- een pan met wit residu.

2. Voorvragen

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit, vanwege het ontbreken van (voorwaardelijk) opzet. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de chemicaliën in de auto schoonmaakmiddelen waren voor het garagebedrijf van de familie van de verdachte in België, de verdachte het stappenplan nooit gezien heeft en ook geen Spaans spreekt en hij alleen in Nederland was om een vakantievriend te ontmoeten en bij hem hasj te roken. Hij wist niets af van de situatie in de woning van deze vakantievriend.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1
Bewijsoverweging
Feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen en het verhandelde ter zitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
Op 28 november 2025 huurt de verdachte een auto met kenteken [kenteken] in België. Op 2 december 2025 krijgt de politie een ANPR-hit (
Automatic Number Plate Recognition) op het kenteken van die auto ten behoeve van een controle in verband met ondermijnende criminaliteit, eerst op de A16 en vervolgens op de A15. De politie gaat niet meteen over tot aanhouding, maar volgt de auto tot in Amsterdam. Daar stapt een persoon in de auto als bijrijder. De kofferbak gaat hierbij niet open. De politie gaat door met het volgen van de auto. De auto rijdt via de A10, A8 en A7 en neemt de afslag Purmerend. Het voertuig rijdt vervolgens in de richting van de [adres] in De Rijp. Het voertuig maakt meerdere zogenaamde schutrondjes, neemt herhaaldelijk op het laatste moment een afslag en varieert telkens in snelheid. De politie houdt de verdachte en de medeverdachte staande, op het moment dat zij de auto parkeren bij de [adres]. Bij doorzoeking van de auto treft de politie twee jerrycans aan, met in de ene 18 liter methylethylketon en in de ander 14 liter zoutzuur. Daarnaast treft de politie latex handschoenen en een A4 vel met daarop een stappenplan in de Spaanse taal, waarin chemicaliën, hoeveelheden en prijzen worden genoemd, aan. In het stappenplan staan ook methylethylketon en zoutzuur, de aangetroffen middelen in de jerrycans.
Zoutzuur kan volgens het LFO (expertiseteam Landelijk Faciliteit Ontmantelen) worden gebruikt voor het vervaardigen en bewerken van MDMA en cocaïne. Methylethylketon kan worden gebruikt als oplosmiddel bij het terugwinnen van cocaïne.
Na de doorzoeking van de auto betreedt de politie de woning op het adres aan de [adres] waar de medeverdachte staat ingeschreven. In die woning treft de politie onder meer 2870 MDMA-pillen en 141 gram cocaïne, stampers met daarop een geperforeerde kunststof ronde schijf, vacuümzakken en vacuüm-machine, lege capsules, schalen met restanten wit poeder, een pan met witte resten, twee soorten niet gevouwen ponypacks, gripzakjes, latex handschoenen, weegschalen, een mixer, een zeef, doorweekte lakens en chemicaliën, waaronder zwavelzuur, caustic sodakorrels en lege ammoniakflessen, aan.
Deze aangetroffen goederen en chemicaliën kunnen volgens het LFO worden gebruikt voor de vervaardiging en bewerking van (synthetische) drugs. De stampers met geperforeerde kunststof ronde schijf erop, zwavelzuur en ammoniak zijn typerend voor de bewerking en extractie (terugwinning) van cocaïne.
Opzet en wetenschap
De rechtbank is van oordeel dat de verdachte wist dat de voorwerpen die hij in zijn auto vervoerde, bestemd waren voor de productie van synthetische drugs en het terugwinnen van cocaïne. Hij had dan ook opzet op het plegen van de voorbereidingshandelingen. Zij overweegt daartoe als volgt.
De verdachte reed met stoffen die gebruikt worden voor de productie van MDMA en het terugwinnen van cocaïne naar de woning van de medeverdachte. Daar trof de politie de betreffende drugs ook daadwerkelijk aan, naast een uitgebreide verzameling chemicaliën en voorwerpen die worden gebruikt bij de productie cq. terugwinning daarvan. Uit de aangetroffen combinatie van productiemiddelen en chemicaliën leidt de rechtbank af dat de woning als productie- en terugwinningslocatie dienst deed.
Dat de verdachte wist wat de bestemming was van de stoffen die hij vervoerde, volgt uit de combinatie van de aard van de stoffen zelf, de bestemming van de autorit en het Spaanstalige stappenplan dat eveneens in zijn auto is aangetroffen. Dat stappenplan beschrijft een productieproces met de daarvoor benodigde chemicaliën, hoeveelheden en prijzen, en sluit daarmee aan op zowel de stoffen in de jerrycans als de situatie die de politie in de woning van de medeverdachte aangetroffen heeft. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat de verdachte vlak voor aankomst bij de woning rijgedrag vertoonde dat kenmerkend is voor iemand die wil vaststellen of hij wordt gevolgd dan wel om een eventuele achtervolger af te schudden. Dit wijst erop dat de verdachte zich ervan bewust is geweest dat zijn handelen niet door de beugel kon. Bovendien volgt uit de verklaring van de verdachte ter zitting dat het de bedoeling was om de woning van de medeverdachte binnen te gaan. In die woning lagen de drugsgerelateerde chemicaliën en voorwerpen open en bloot in het zicht. Het ligt niet voor de hand dat de medeverdachte de verdachte heeft uitgenodigd in zijn woning, zonder dat de verdachte weet had van de situatie aldaar. Dat zou namelijk ontdekking van de productie- en terugwinningslocatie tot gevolg hebben gehad.
In het licht van dit geheel aan omstandigheden acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de aanwezigheid van zowel de chemicaliën als het stappenplan in de auto van de verdachte en het adres van de medeverdachte als bestemming van de autorit, op (onschuldig) toeval berust, en schuift zij de niet nader gespecificeerde en daarom niet verifieerbare verklaringen van de verdachte als ongeloofwaardig terzijde.
Medeplegen
De rechtbank is voorts van oordeel dat sprake is van medeplegen. Door als vervoerder van de chemicaliën te fungeren, heeft de verdachte een actieve en essentiële bijdrage geleverd aan de voorbereidingshandelingen. Hij heeft daartoe nauw en bewust samengewerkt met de medeverdachte. De verdachte heeft de medeverdachte immers opgehaald in Amsterdam en zij zijn samen met de chemicaliën naar de productie- en terugwinningslocatie gereden, de woning van de medeverdachte. Het handelen van de verdachte kan worden beschouwd als een materiële bijdrage van voldoende gewicht om als medeplegen te kunnen kwalificeren.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat
hij op 2 december 2025 te De Rijp tezamen en in vereniging met een of meer anderen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden, te weten:
- het opzettelijk bewerken en/of
- het opzettelijk vervaardigen van MDMA en cocaïne, middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet,
- zich en/of een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen
- een of meer voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden heeft gehad waarvan verdachte wist dat zij bestemd waren tot het plegen van dat feit,
door:
- een woning gelegen aan de [adres] in De Rijp ter beschikking te stellen,
- jerrycans met zoutzuur en methylethylketon te vervoeren naar de productielocatie welke benodigd zijn voor de productie en/of bewerking van cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
- een A4-vel met daarop een stappenplan in de Spaanse taal met daaronder chemicaliën met de hoeveelheden en prijzen voorhanden te hebben.
- een of meerdere goederen voorhanden te hebben die benodigd zijn voor de productie en/of bewerking van cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
te weten:
- een of meerdere notities,
- lege capsules,
- flessen ammoniak,
- jerrycans,
- een weegschaal,
- een vacuüm-meermachine,
- een mixer
- een zeef,
- een pan met wit residu.
Hetgeen aan de verdachte onder 1 meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit

Het bewezenverklaarde levert op:
medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en, voorwerpen, vervoermiddelen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de verdachte zal worden veroordeeld tot 9 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een geldboete van € 2.500,00. De officier van justitie sluit daarbij aan bij de richtlijnen van het openbaar ministerie voor de voorbereiding van de productie van synthetische drugs. Deze richtlijn kent voor de voorbereidings- en bevorderingsfase van artikel 10a Opiumwet verschillende categorieën productielocaties en rollen van verdachten, met bijbehorende strafmaten. De officier plaatst de rol van de verdachte tussen die van katvanger en uitvoerder, bij een productielocatie in categorie 1 en fase 2.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak en voert daarom geen verweer ten aanzien van de straf.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, laat de rechtbank zich leiden door de aard en de ernst van de bewezenverklaarde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en door de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van MDMA en terugwinning van cocaïne. Hij vervoerde chemicaliën naar een actieve productie- en terugwinningslocatie, voorzien van een stappenplan voor de vervaardiging van die drugs. Het is algemeen bekend dat harddrugs, mede vanwege hun verslavende werking, ernstige schade toebrengen aan de volksgezondheid. Met zijn handelen heeft de verdachte een wezenlijke bijdrage geleverd aan het in stand houden van de productie van harddrugs, die vaak gepaard gaat met georganiseerde en ondermijnende criminaliteit. De verdachte heeft kennelijk geen oog voor de maatschappelijke gevolgen van zijn handelen gehad en stelde zijn eigen belang voorop.
Persoonlijke omstandigheden
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het ten aanzien van de verdachte opgevraagde uittreksel uit het European Criminal Records Information System (ECRIS), gedateerd 9 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte in augustus 2014 in het Verenigd Koninkrijk onherroepelijk is veroordeeld voor een drugsfeit, waarvoor hem een gevangenisstraf van twaalf jaar is opgelegd. De rechtbank weegt deze veroordeling niet mee ten nadele van de verdachte, omdat deze ver in het verleden ligt.
Strafoplegging
Gelet op de aard en ernst van het bewezenverklaarde feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het gewicht van de rol van de verdachte in de onderhavige zaak vertoont gelijkenis met die van een katvanger: hij vervoert de chemicaliën en een stappenplan naar de productie- en terugwinningslocatie, maar niet is gebleken dat hij daadwerkelijk bij de productie betrokken of in de betreffende woning is geweest. Gelet op de relatief beperkte rol ziet de rechtbank aanleiding om minder straf op te leggen dan door de officier van justitie is geëist.
Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van acht maanden moet worden opgelegd, met aftrek van het voorarrest. De rechtbank ziet geen aanleiding daarnaast ook nog een geldboete op te leggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van Pro de Penitentiaire beginselenwet.

7.Beslissingen omtrent beslag

Verbeurdverklaring
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen jerrycans vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat dit voorwerpen zijn die ten tijde van het begaan van het feit aan de verdachte toebehoorden en die tot het begaan van het misdrijf zijn vervaardigd of bestemd, dan wel met behulp waarvan het misdrijf is begaan.
Onttrekking aan het verkeer
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen hoeveelheid hasj dient te worden onttrokken aan het verkeer. Het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet of het algemeen belang.
Bewaren ten behoeve van de rechthebbende
De rechtbank zal beslissen dat de inbeslaggenomen telefoon met beslagnummer G1799496 zal worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende, omdat niet is gebleken dat de telefoon aan de verdachte toebehoort.
Teruggave aan verdachte
De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de inbeslaggenomen telefoon met beslagnummer G1799495, omdat het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van dit goed.

8.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 10a van de Opiumwet en de artikelen 33, 33a,36b, 36d en 47 van het Wetboek van Strafrecht.

9.Beslissing

De rechtbank:
Verklaart bewezen dat de verdachte het onder 1 ten laste gelegde feit heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.
Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.
Bepaalt dat het onder 3.4 bewezen verklaarde feit het hierboven onder 4 vermelde strafbare feit oplevert.
Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
8 (acht) maanden.
Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Verklaart verbeurd: twee jerrycans (goednummers 1799503 en 1799504).
Onttrekt aan het verkeer: een hoeveelheid hasj (goednummer 1799514).
Bewaart ten behoeve van de rechthebbende: telefoon met beslagnummer G1799496.
Gelast de teruggave aan de verdachte van de telefoon met beslagnummer G1799495.
Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van die voorlopige hechtenis gelijk wordt aan de duur van de opgelegde gevangenisstraf.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. N. Ćulafić, voorzitter,
mr. L. Boonstra en mr. A.M.C. de Haan, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier G.A.M. Delis,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 25 juni 2026.
Bijlage
De bewijsmiddelen
(---------------------)