Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2026:7599

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 juni 2026
Publicatiedatum
25 juni 2026
Zaaknummer
K/4104/11884425
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid leverancier bij levering auto aan ander dan eindgebruiker in financial leaseovereenkomst

In deze zaak staat centraal of de autodealer aansprakelijk is voor schade die de leasemaatschappij lijdt doordat de auto aan een ander dan de overeengekomen eindgebruiker is geleverd. De financial leaseovereenkomst kwalificeert als huurkoop en bevat een verplichting voor de dealer om de auto uitsluitend aan de eindgebruiker te leveren na controle van het legitimatiebewijs. Tevens is overeengekomen dat de dealer de leasemaatschappij vrijwaart voor aansprakelijkheid en kosten indien de auto aan een ander wordt geleverd.

De dealer leverde de auto aan een derde, op basis van een WhatsApp-bericht van een onbekend nummer met een vermeende volmacht. De leasemaatschappij stelde de dealer aansprakelijk voor de schade van ruim €38.000,00. De dealer voerde verweer dat hij mocht vertrouwen op de volmacht en dat de leasemaatschappij onvoldoende zorgvuldigheid betrachtte bij de krediet- en identiteitscontrole.

De kantonrechter oordeelt dat de dealer zijn verplichting niet is nagekomen omdat hij onvoldoende controleerde of de volmacht toereikend was en enkel afging op een WhatsApp-bericht. De dealer is aansprakelijk op grond van de vrijwaringsbepaling in de overeenkomst. Het beroep op eigen schuld en schijn van volmacht faalt. De vordering van €25.000,00 wordt toegewezen met wettelijke rente en proceskosten.

De uitspraak benadrukt de zorgplicht van de dealer bij levering en legitimatiecontrole in financial leaseovereenkomsten en bevestigt dat vrijwaringsbedingen in dergelijke contracten bindend zijn.

Uitkomst: De autodealer is aansprakelijk en moet €25.000,00 plus rente en kosten aan de leasemaatschappij betalen wegens levering van de auto aan een ander dan de overeengekomen eindgebruiker.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11884425 \ CV EXPL 25-3311 (NE)
Vonnis van 24 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap HILTERMANN LEASE B.V.,
te Hoofddorp,
eisende partij,
hierna te noemen: Hiltermann,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.H.Z. Brouwers.
De zaak in het kort
Financial leaseovereenkomst, die kwalificeert als huurkoop. Op grond van deze tussen de leasemaatschappij, de autodealer en de eindgebruiker gesloten overeenkomst, rust op de dealer de verplichting de auto te leveren aan de eindgebruiker en dit door middel van controle van het legitimatiebewijs te verifiëren. Ook is overeengekomen dat de dealer de leasemaatschappij vrijwaart voor aansprakelijkheid en kosten als hij de auto aan een ander dan de eindgebruiker levert. Omdat de auto aan een ander is geleverd, is de dealer zijn verplichting uit de overeenkomst niet nagekomen en is hij op grond van de overeenkomst schadeplichtig. De kantonrechter wijst de vordering van de leasemaatschappij daarom toe.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 september 2025
- de conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 12 november 2025 en de aktes van partijen
- het tussenvonnis van 22 april 2026
- de mondelinge behandeling van 1 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Hiltermann is een leasemaatschappij met onder andere [naam 1] Finance als handelsnaam. [gedaagde] verkoopt auto’s en biedt op de website van een aan Hiltermann gelieerde onderneming met handelsnaam [naam 1] , auto’s aan. Een potentiële eindgebruiker vraagt op deze website van [naam 1] een huurkoopofferte aan en na akkoord informeert [naam 1] de leverancier van de auto, in dit geval [gedaagde] , waarna een huurkoopovereenkomst via digitale ondertekening tot stand komt. Hiltermann betaalt vervolgens de koopprijs, waarna de leverancier de auto levert aan de eindgebruiker en de eindgebruiker maandelijks leasetermijnen betaalt aan Hiltermann.
2.2.
Op 26 januari 2024 is tussen Hiltermann als leasemaatschappij, [gedaagde] als leverancier en de heer [naam 2] als eindgebruiker een overeenkomst gesloten betreffende de huurkoop van een auto. De overeenkomst is digitaal door middel van een IDIN verificatie op basis van een kopie bankpas en legitimatiebewijs van [naam 2] ondertekend.
2.3.
De leaseprijs bedraagt in totaal € 38.331,80 inclusief btw, zijnde de koopprijs van
€ 30.950,00 en de leasevergoeding van € 9.881,80, verminderd met een aanbetaling van
€ 2.500,00.
2.4.
Verder is in de huurkoopovereenkomst overeengekomen:
“Verplichtingen leverancier
4.2
De Leverancier zal de Leasemaatschappij volledig vrijwaren in geval van een aanspraak door de Eindgebruiker dan wel een derde die rechtstreeks verband houdt met niet nakoming van de verplichtingen van Leverancier voortvloeiend uit de Huurkoop dan wel indien een verklaring van Leverancier als weergegeven in deze Overeenkomst niet volledig, onjuist of misleidend is.”
2.5.
Onderdeel van de overeenkomst is het acceptatiecertificaat waarin onder andere is overeengekomen:
“De Leverancier heeft het Object aan de Eindgebruiker afgeleverd en heeft dit geverifieerd door middel van controle identiteitsbewijs. De Leverancier vrijwaart de Leasemaatschappij van alle aansprakelijkheid en eventueel hieruit voortvloeiende kosten welke voortkomen uit de aflevering van het Object anders dan aan de Eindgebruiker.”
2.6.
[gedaagde] heeft op 26 januari 2024 een WhatsApp bericht ontvangen van een voor hem onbekend 06-nummer met de tekst:
“goedemiddag zou het mogelijk zijn dat ik de auto voor het weekend zal kunnen ophalen had contract met [naam 1] en hun zeiden dat het wel mogelijk is echter ligt het aan de dealer of na de bevestiging van de bank”. [gedaagde] heeft daarop geantwoord
“Goedemiddag, Gaat over de Golf R vermoed ik?”. Na verschillende berichten over en weer, waaronder over de aanbetaling, en na ontvangst van € 2.000,00 heeft deze persoon aan [gedaagde] geschreven
“ik geef hem toestemming om de auto op te halen” en “zij naam is [naam 3] [datum]”. Naast deze berichten is via Whatsapp een schermafbeelding van sms correspondentie met [naam 1] aan [gedaagde] verstrekt waarin [naam 1] onder andere bericht dat de financiering wordt uitbetaald en dat contact over de levering kan worden opgenomen met de dealer.
2.7.
[gedaagde] heeft de auto na een betaling van het resterende aanbetalingsbedrag van
€ 500,00 en controle van het legitimatiebewijs van [naam 3] meegegeven aan [naam 3] .
2.8.
Nadat [naam 2] herinneringen van openstaande facturen ontving, heeft hij op 16 april 2024 aangifte gedaan van identiteitsfraude. In de aangifte ontkent [naam 2] de overeenkomst te hebben gesloten en verklaart hij onder dwang zijn telefoon en bankpassen te hebben afgegeven en een foto heeft laten maken van zijn legitimatiebewijs.
2.9.
Hiltermann heeft [gedaagde] op 21 november 2024 aansprakelijk gesteld voor de schade ter hoogte van de leaseprijs van € 38.331,80.

3.Het geschil

3.1.
Hiltermann vordert - samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 25.000,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
Hiltermann legt aan de vordering het volgende ten grondslag. Hiltermann heeft nimmer enige betaling uit hoofde van de overeenkomst ontvangen en lijdt schade. [gedaagde] heeft Hiltermann gevrijwaard voor alle schade die zij zou leiden als de auto aan een ander dan de contractant zou zijn meegegeven. Vast staat dat [gedaagde] de auto aan een ander dan de contractant heeft meegegeven. [gedaagde] is dus aansprakelijk voor de schade van Hiltermann ter hoogte van de leaseprijs van € 38.331,80. Ook is het handelen van [gedaagde] als onrechtmatige daad ten opzichte van Hiltermann aan te merkten. [gedaagde] is vanaf het verzuim op 9 september 2025 rente van in totaal € 1.882,16 en incassokosten van € 1.158,32 verschuldigd aan Hiltermann. Om haar moverende redenen vordert Hiltermann in deze procedure € 25.000,00 onder behoud van haar rechten.
3.3.
[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Hiltermann, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Hiltermann in de kosten van deze procedure.
3.4.
[gedaagde] voert het volgende aan. De overeenkomst is tot stand gekomen nadat Hiltermann (dan wel [naam 1] ) een kredietcheck heeft uitgevoerd en de identiteit van de eindgebruiker via Twikey (identificatie via de bank) heeft gecontroleerd. Daarop mocht [gedaagde] afgaan. Daarna heeft [gedaagde] een WhatsApp bericht ontvangen van een onbekend 06-nummer met een schermafbeelding van de bevestiging door [naam 1] dat de financiering wordt uitbetaald, waarin een volmacht is verleend aan een derde. [gedaagde] mocht uitgaan van een toereikende volmacht. Van een tekortkoming of onrechtmatige daad is dan ook geen sprake. Zowel [gedaagde] als Hiltermann zijn slachtoffer van identiteitsfraude. [naam 2] en/of de derde zijn aansprakelijk voor de schade van Hiltermann en niet [gedaagde] . [gedaagde] doet verder een beroep op de schijn van volmachtverlening en schending van de zorgplicht door Hiltermann. [naam 1] controleert potentiële klanten summier en alleen online, wat zich leent voor misbruik. [gedaagde] mag ervan uitgaan dat [naam 1] kredietwaardige en betrouwbare klanten aanlevert. [gedaagde] was zich niet bewust van de vrijwaringsbepalingen bij de totstandkoming van de overeenkomst en vindt deze bepalingen naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Ten slotte beroept [gedaagde] zich op een correctie vanwege eigen schuld van 75% van Hiltermann en [naam 1] die hun bijzondere zorgplicht ten aanzien van de identificatie en legitimatie van potentiële klanten hebben geschonden.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vaststaat dat [gedaagde] de auto aan een ander dan degene die volgens de huurkoopovereenkomst de eindgebruiker is, heeft meegegeven. Ook staat vast dat Hiltermann schade lijdt, omdat de leasetermijnen niet worden betaald en de auto in bezit is gekomen van een onbekende derde.
4.2.
[gedaagde] heeft als verweer gevoerd dat niet hij maar [naam 2] en de derde aansprakelijk zijn voor de schade van Hiltermann. De kantonrechter volgt [gedaagde] niet. Partijen zijn overeengekomen dat [gedaagde] de auto aan de eindgebruiker aflevert en dit door middel van het legitimatiebewijs controleert. Ook zijn partijen overeengekomen dat [gedaagde] Hiltermann vrijwaart voor aansprakelijkheid en kosten als hij de auto aan een ander dan de eindgebruiker meegeeft. Hiltermann beroept zich op deze bepaling.
4.3.
Ook als het [gedaagde] was toegestaan de auto mee te geven aan een ander, lag de verantwoordelijkheid bij [gedaagde] zich ervan te vergewissen dat sprake is van een toereikende volmacht. Dat betekent dat hij niet alleen de identiteit van de gevolmachtigde op basis van een legitimatiebewijs controleert, maar ook de identiteit van de eindgebruiker die de volmacht verleent. Dat heeft [gedaagde] onvoldoende gedaan. [gedaagde] is afgegaan op een WhatsAppbericht van een onbekend 06-nummer waarin staat dat de auto mag worden meegegeven aan een ander met vermelding van de naam en geboortedatum. Hoewel de verzender van dat bericht op de hoogte was van de situatie en een schermafdruk van sms correspondentie met [naam 1] had meegestuurd, heeft daarmee onvoldoende controle plaatsgevonden van de identiteit van de verzender van het bericht en is dat onvoldoende om gerechtvaardigd te vertrouwen op een toereikende volmacht.
4.4.
[gedaagde] heeft verder als verweer gevoerd dat Hiltermann of een aan haar gelieerde onderneming haar zorgplicht heeft geschonden, omdat zij [naam 2] summier en alleen online heeft gecontroleerd en dit digitale systeem fraude in de hand werkt. Dat verweer slaagt niet. Op [gedaagde] rust de verplichting de auto te leveren aan de eindgebruiker en dit door middel van het legitimatiebewijs te controleren. Deze verplichting is ter voorkoming van frauduleus handelen. [gedaagde] is een professionele autoverkoper en heeft de verplichting (ook een zorgplicht) ten aanzien van Hiltermann op zich genomen dat de auto aan de eindgebruiker wordt geleverd. Een beroep op de redelijkheid en billijkheid slaagt om deze reden evenmin. Ook is daarom geen sprake van een situatie dat de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan Hiltermann kan worden toegerekend, zodat de verzochte correctie voor eigen schuld wordt gepasseerd.
4.5.
Verder heeft [gedaagde] als verweer gevoerd dat Hiltermann de schijn van volmachtverlening heeft gewekt. Daarvoor kan plaats zijn als [gedaagde] daarop gerechtvaardigd heeft vertrouwd op grond van feiten en omstandigheden die Hiltermann betreffen en die rechtvaardigen dat Hiltermann in haar verhouding tot [gedaagde] het risico moet dragen van onbevoegde vertegenwoordiging. Feiten en omstandigheden waaruit blijkt dat Hiltermann de schijn van een volmachtverlening heeft gewerkt zijn echter niet gesteld of gebleken.
4.6.
Tijdens de zitting heeft [gedaagde] verwezen naar jurisprudentie, maar in die zaken ging het om eindgebruikers waarvan niet is komen vast te staan dat zij partij zijn geworden bij de huurkoopovereenkomst omdat Hiltermann niet heeft aangetoond dat de elektronische handtekening afkomstig is van deze eindgebruikers. Hoewel in de aangifte van [naam 2] staat dat hij de overeenkomst niet heeft gesloten, is dat geen onderwerp van geschil in deze zaak. Vast staat echter dat [gedaagde] als leverancier van de auto betrokken was bij de overeenkomst en zijn verplichting uit de overeenkomst tegenover Hiltermann niet is nagekomen.
4.7.
Ook is tijdens de zitting aangevoerd dat de schade niet is gespecificeerd. Dat standpunt volgt de kantonrechter evenmin. Hiltermann heeft onderbouwd dat het schadebedrag gelijk is aan de leasesom.
4.8.
Hiltermann vordert om haar moverende redenen € 25.000,00. Dat bedrag is toewijsbaar, omdat Hiltermann voldoende heeft onderbouwd dat haar schade dat bedrag overtreft. Omdat [gedaagde] in verzuim is zal de gevorderde wettelijke rente over dat bedrag vanaf 12 september 2025 ook worden toegewezen.
4.9.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Hiltermann worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
120,78
- griffierecht
1.461,00
- salaris gemachtigde
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.879,78

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Hiltermann te betalen een bedrag van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag, met ingang van 12 september 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.879,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van Rijn en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026.