Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- spreekaantekeningen van de man
- de pleitnota van de vrouw
2.De feiten
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2015 te [plaats 2] (10 jaar)
- [minderjarige 2] geboren op [geboortedatum 2] 2019 te [plaats 3] (6 jaar).
6.De beslissing
{Afbeelding 1}
3.De vorderingen
4.De standpunten van partijen
5.De beoordeling
.
beidenveelal blijven hangen in gedragingen en gebeurtenissen uit het verleden en die gedragingen en gebeurtenissen gebruiken als referentiekader voor zaken die zich in het heden afspelen. Partijen lijken niet langer, althans in onvoldoende mate, in staat te zijn objectief te kijken naar gebeurtenissen of gedragingen in het heden en naar hun eigen aandeel daarin. Omdat partijen alles beoordelen tegen de achtergrond van hun ervaringen uit het verleden worden gebeurtenissen in feite onnodig uitvergroot en voelen zij zich door mededelingen van de ander al snel in een hoek gedreven en aangevallen.
laat onverletdat de vrouw gerechtigd is om zorgen en/of klachten over de man, met het oog op de zorg voor de kinderen, te uiten via de daartoe bevoegde instanties, dan wel via haar advocaat aan de advocaat van de man. De vordering strekt er toe om de vrouw te dwingen zich in haar uitlatingen te beperken tot uitlatingen over de man die zij met objectief en
recentbewijs kan onderbouwen en waarbij onder objectief bewijs niet wordt verstaan het telkens opnieuw wijzen op diagnoses en/of gedragingen van de man uit het verleden.
a. Bepalen dat de vrouw uitsluitend via haar advocaat met de advocaat van de man mag communiceren
gevoeldezorgen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat onvoldoende aannemelijk geworden is dat er,
objectief gezien, op dit moment enige noodzaak bestaat voor meldingen van de vrouw over haar zorgen aan de man. Uit de stukken blijkt immers dat de zorgen van de vrouw met name gebaseerd zijn op zaken of gebeurtenissen uit het verleden. Er is niet voldoende aannemelijk geworden dat deze zaken of gebeurtenissen nog altijd voortduren en dat haar angst dat de man zichzelf iets zal aandoen of de kinderen daarmee zal confronteren gerechtvaardigd is. In deze procedure is dan ook niet gebleken dat de meldingen aan de man, zoals in de vordering onder b en c bedoeld, noodzakelijk zijn in het kader van de zorgregeling of om een andere reden.
elkaartijdig toestemming verlenen voor praktische zaken waarvoor formeel de toestemming van beide ouders nodig is, zoals de vakanties. Weliswaar heeft de vrouw met betrekking tot de voorjaarsvakantie pas heel laat gereageerd, maar niet is gebleken dat dit zo structureel gebeurt dat dit een voorlopige maatregel rechtvaardigt.
6.De beslissing
- de vrouw op maandag 13 juli en 20 juli 2026, telkens om 13:00 uur Nederlandse tijd, alsmede bij aankomst, telkens maximaal 5 tot 10 minuten,
- de man op maandag 3 en 10 augustus 2026, telkens om 12:00 uur Nederlandse tijd, alsmede bij aankomst en vertrek, telkens maximaal 5 tot 10 minuten,