Uitspraak
1.[eiser 1],2. [eiser 2],
1.[gedaagde 1] H.O.D.N. [bedrijf 1],
2.[gedaagde 2],3. [gedaagde 3],
1.De procedure
- de dagvaarding van 4 november 2025 met producties 1-34
- het mondeling antwoord van [gedaagde 1] van 12 november 2025
- de conclusie van antwoord van [gedaagde 2] van 7 januari 2026 met producties 1-8
- de akte houdende eisvermeerdering tevens akte houdende overleggen aanvullende productie met productie 35, door de griffie ontvangen op 11 mei 2026
- de pleitaantekeningen die namens [eisers] en [gedaagde 2] zijn voorgedragen.
2.De feiten
het is mogelijk (ook nog niet uit te sluiten) dat de verminderde werking van de ventilatie opening in de kelder het gevolg is van de werkzaamheden aan de schoorsteen van de buren.
“(…)
Op dinsdag 19 maart 2024 heeft er een aanvullend onderzoek plaatsgevonden naar de vochtproblematiek in de woning van familie [eisers] te [plaats 1]. Hierbij het dak aan de achterzijde, voor zover dat mogelijk was, geïnspecteerd met een lange ladder. Daarbij is de woning binnen geïnspecteerd. Ter plaatse van de badkamer op de 2e verdieping, de overloop op de 1e verdieping en de trapkast, allen ter plaatse van de woningscheidende muur, zijn geen vocht gerelateerde problemen waargenomen.Op basis van de gedane waarnemingen kan er worden geconcludeerd dat er geen vocht gerelateerde problemen aanwezig zijn in de woning. Ik zie derhalve niet de noodzaak om een aanvullend onderzoek uit te voeren, waarbij een maatregel, zoals het plaatsen van een steiger, dient te worden getroffen om het dak nader te inspecteren.(…)”.
“(…)
Vraag 1. Werkt de onluchting/ventilatie in de eensteensmuur in de kelder naar behoren?Antwoord:(…)
Uit ons onderzoek naar het bouwdossier van de woning hebben wij vastgesteld dat de gesloopte schoorsteen diende als ventilatiekanaal voor de keuken, w.c., douche en kelderkast van partij 1[[eisers], kantonrechter]
.(…)
Als bewijs dienen de volgende bouwtekeningen, zie ook debijlagen 1 tot en met 3:(…)”.
{afbeelding 1}
“
Op basis van de door ons gewonnen informatie uit het bouwdossier en de in de woning van partij 1 geconstateerde routes van de ventilatiekanalen, achten wij een causaal verband aangetoond tussen de ontstane gebrekkige ventilatie en het handelen van partij 2 en/of haar aannemer.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
de gesloopte schoorsteen diende als ventilatiekanaal voor de keuken, w.c., douche en kelderkast” van de woning van [eisers]. Ter onderbouwing daarvan zijn een aantal afbeeldingen onder die conclusie in het rapport opgenomen, waaruit volgens de deskundige zou blijken dat het ventilatiekanaal voor de woning van [eisers] uitkomt in de schoorsteen. De kantonrechter heeft [eisers] tijdens de mondelinge behandeling voorgehouden dat de afbeeldingen zoals opgenomen in het rapport van [bedrijf 4] een dergelijke verbinding tussen het ventilatiekanaal en de schoorsteen niet laten zien. [eisers] heeft in reactie daarop toegelicht dat de afbeeldingen in samenhang moeten worden gezien.
“De oorspronkelijke functie van de opening is een natuurlijke ventilatie van de kelderruimte. De opening komt uit in een in de woning scheidende wand gemetseld ventilatiekanaal (met ruwe wanden) dat zeer waarschijnlijk uitmond onder de dakpannen van de woning (…)”.
ventilatiekanalen voor keuken, w.c., douche en kelderkast opnemen in speciale B2 blokken”. Daaruit kan evenwel niet worden geconcludeerd dat enig ventilatiekanaal van de woning van [eisers] samenkwam met de rookkanalen in de schoorsteen. Op de vraag van de kantonrechter tijdens de mondelinge behandeling of deze passage mogelijk kan zien op de functie van een apart ventilatiekanaal heeft [eisers] geantwoord dat dit deel van de tekst behoort bij de bouw van de schoorsteen. Dit betoog is door [eisers] echter niet toegelicht of onderbouwd en blijkt ook niet uit de bijlagen bij het rapport van [bedrijf 4], zodat de kantonrechter aan dit betoog voorbij gaat.
Op basis van de bouwtekeningen is het sterke vermoeden dat de ventilatiekanalen niet in de schoorsteen van de buren zijn uitgekomen maar dat deze afzonderlijk uitmonden onder de dakpannen ter hoogte van de woningscheidende wand.(…)”. Ook heeft de kantonrechter de inhoud van het e-mailbericht van de inspecteur van [bedrijf 2] van 15 april 2024 aan [eisers] voorgehouden. [eisers] heeft toegelicht dat het rapport van Bureau van Bouwpathologie niet zo uitvoerig is uitgevoerd als [bedrijf 4], zodat de inhoud van het rapport van [bedrijf 4] bij de beoordeling van dit geschil als uitgangspunt moet worden genomen. Aan dit betoog gaat de kantonrechter voorbij gelet op hetgeen zij in rechtsoverwegingen 4.4. tot en met 4.10. over het rapport van [bedrijf 4] heeft overwogen.