Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis zijn opgenomen. Zij licht dit oordeel als volgt toe.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
18 [achttien] maanden, met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
8 [acht] maanden,
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op
2 [twee] jaarbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[slachtoffer]geleden schade tot een bedrag van
€ 6.755, bestaande uit € 1.755 als vergoeding voor de materiële en € 5.000 als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer], voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting. De wettelijke rente is over het bedrag van € 5.000 verschuldigd vanaf 2 juli 2024 en over het bedrag van € 1.755 vanaf 1 januari 2025.
€ 6.755, bepaalt dat bij gebreke van betaling en verhaal gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 58 dagen en bepaalt dat het te betalen bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente tot aan de dag der algehele voldoening. De wettelijke rente is over het bedrag van € 5.000 verschuldigd vanaf 2 juli 2024 en over het bedrag van € 1.755 vanaf 1 januari 2025. De toepassing van de gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.