Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
[bedrijf],
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
HET GELEENDE
DOEL
Aankoop van de auto Volkswagen t-roc 1.5 tsi R-Line met chassisnummer [nummer 2] om deze met winst door te kunnen verkopen
de Leningnemer verzuimt om een aflossing van de Geldlening te betalen wanneer dergelijke betalingen verschuldigd zijn (de data in deze overeenkomst hebben te gelden als fatale termijnen);
(…)
4.Het geschil
5.De beoordeling
feitelijkewinst en in alle andere gevallen 25% van de in de overeenkomst vastgelegde
beoogdewinst en daarom van belang is om aan de hand van de overeenkomsten en verkoopfacturen vast te stellen of de betreffende auto binnen drie maanden is verkocht. [eiser] heeft dit uitgangspunt tijdens de mondelinge behandeling ook niet weersproken. De rechtbank volgt [eiser] dan ook niet in zijn berekening waarbij hij, zonder nadere toelichting, in alle gevallen uitgaat van een percentage van 75% van de (feitelijke) winst.
vermeerderd met € 11.500’ respectievelijk ‘
€ 1.875’, ‘
€ 1.875’ en
€ 3.122,50 van de beoogde winst die op de verkoop van de auto gegenereerd zou worden te noemen €…’, terwijl in de overige overeenkomsten staat: ‘
vermeerderd met 25% van de beoogde winst die op de verkoop van de auto gegenereerd zou worden te noemen €…’,gevolgd door vermelding van het bedrag van de beoogde winst. [gedaagde] gaat er bij haar berekening vanuit dat voor de overeenkomsten 2, 3,4 en 5 [eiser] recht heeft op 25% van de hiervoor genoemde bedragen. De rechtbank volgt [gedaagde] hierin niet nu in de betreffende overeenkomsten juist niet is bepaald dat 25% van de beoogde winst verschuldigd is, maar (in plaats daarvan) een expliciet bedrag wordt genoemd. De rechtbank zal daarom bij deze overeenkomsten uitgegaan van de verschuldigdheid van het in de overeenkomst genoemde bedrag.
€ 3.937,50