ECLI:NL:RBNHO:2026:7384

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juni 2026
Publicatiedatum
19 juni 2026
Zaaknummer
K/4104/12068640
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:96 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opdrachtgever veroordeeld tot betaling honorarium na vroegtijdige beëindiging taxatieopdracht

Spring Valuations Midcap B.V. en [gedaagde], eigenaar van een autobedrijf, sloten op 8 januari 2025 een overeenkomst voor taxatiewerkzaamheden met betrekking tot een object te [plaats]. De opdracht had tot doel de marktwaarde van het object te bepalen in het kader van (her)financiering. De algemene voorwaarden van Spring waren van toepassing.

Spring heeft een factuur gestuurd van €779,97 inclusief btw, die door [gedaagde] niet is betaald. [gedaagde] stelde dat hij geen taxatierapport had ontvangen en daarom niet wilde betalen. Spring stelde dat zij een concept-rapport had opgesteld en aanvullende stukken had gevraagd, maar dat [gedaagde] deze niet had verstrekt, waardoor de opdracht niet kon worden voltooid.

De kantonrechter oordeelde dat de overeenkomst een handelsovereenkomst betreft en dat de informatieverplichtingen voor consumenten niet van toepassing zijn. Omdat [gedaagde] niet heeft weersproken dat hij de opdracht voortijdig heeft beëindigd en daardoor Spring haar werkzaamheden niet kon voltooien, is hij op grond van de algemene voorwaarden gehouden het honorarium te betalen.

De vordering van Spring tot betaling van €933,50, vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, wordt toegewezen. [gedaagde] wordt tevens veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Opdrachtgever wordt veroordeeld tot betaling van het factuurbedrag, wettelijke rente en incassokosten wegens vroegtijdige beëindiging van de opdracht.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer: 12068640 \ CV EXPL 26-202 (SJ)
Vonnis van 4 juni 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
Spring Valuations Midcap B.V.
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Spring,
gemachtigde: Agin Timmermans,
tegen
[gedaagde],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
De zaak in het kort
In deze zaak wordt opdrachtgever (niet zijnde een consument) veroordeeld tot betaling van de factuur van opdrachtnemer omdat niet is betwist dat de vroegtijdige beëindiging van de opdracht aan opdrachtgever is te wijten en dat hij daarom op grond van de tussen partijen geldende algemene voorwaarden een honorarium is verschuldigd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.

2.De feiten

2.1.
Op 8 januari 2025 hebben Spring, een taxatiebedrijf, en [gedaagde] , eigenaar van een autobedrijf, een overeenkomst gesloten op grond waarvan Spring in opdracht en voor rekening van [gedaagde] taxatiewerkzaamheden met betrekking tot het object gelegen aan [adres] [nummer 1] en [nummer 2] te [plaats] zou uitvoeren voor € 1.250,00 exclusief btw. De taxatie had tot doel de marktwaarde (in verhuurde staat) van het object te taxeren in het kader van (her)financiering. Op deze overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van Spring van toepassing verklaard.
2.2.
In artikel III onder 9 van de algemene voorwaarden staat: ‘
Opdrachtgever is gehouden om medewerking te verlenen aan Spring om tijdig alle relevante gegevens ter beschikking te stellen die noodzakelijk zijn of kunnen zijn voor een goede uitvoering van de opdracht van Spring.’
2.3.
In artikel IV onder 4 van de algemene voorwaarden staat: ‘
Onverminderd de bevoegdheid de opdracht op grond van de wet te ontbinden of te vernietigen is Spring gerechtigd de opdracht zonder opgave van redenen tussentijds te beëindigen.’
In artikel VI onder 4 van de algemene voorwaarden staat: ‘
Bij tussentijdse intrekking of beëindiging van de opdracht door een der partijen […], kan Spring courtage bij opdrachtgever in rekening brengen overeenkomstig het hierna in VIII.3 bepaalde.’
2.4.
In artikel VIII onder 3 van de algemene voorwaarden staat: ‘
Bij het einde van de opdracht conform het hiervoor in hoofdstuk IV bepaalde, is opdrachtgever aan Spring ook honorarium verschuldigd indien de opdracht niet voltooid is. […] Indien partijen geen honorarium zijn overeengekomen dat toeziet op een einde op van de opdracht op die specifieke wijze dan wel op dat specifieke moment, is Spring gerechtigd honorarium te declareren op basis van de reeds bestede uren.’
2.5.
In een e-mail van 8 januari 2025 heeft Spring aan [gedaagde] verzocht om diverse stukken aan te leveren, zoals de huurcontracten.
2.6.
Op 9 januari 2025 heeft een taxateur van Spring het object opgenomen.
2.7.
Op 19 februari 2025 heeft Spring aan [gedaagde] een factuur van € 779,97 inclusief btw gestuurd.
2.8.
[gedaagde] heeft deze factuur niet betaald.

3.Het geschil

3.1.
Spring vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 933,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 779,97 vanaf 31 december 2025 tot de dag van algehele betaling en tot betaling van de proceskosten. Spring wil de mogelijkheid krijgen om het vonnis meteen uit te voeren, ook als er hoger beroep wordt ingesteld.
3.2.
Spring stelt ter onderbouwing van haar vordering in de dagvaarding dat zij tegen de overeengekomen tarieven taxatiewerkzaamheden heeft verricht maar dat [gedaagde] heeft nagelaten hiervoor te betalen. Naast betaling van de factuur vordert Spring de wettelijke rente die tot 31 december 2025 € 36,53 bedraagt en de buitengerechtelijke incassokosten van € 117,00.
3.3.
[gedaagde] voert in de conclusie van antwoord aan dat een taxateur van Spring kort is langs geweest om foto’s te maken en dat hij daarna niks meer van Spring heeft gehoord, behalve dan dat hij moest betalen. Een taxatierapport heeft [gedaagde] nooit ontvangen, zelfs geen concept-rapport, terwijl in de algemene voorwaarden van Spring staat dat de opdracht pas is voltooid na een definitief rapport. [gedaagde] voert aan dat hij pas wil betalen zodra hij het volledige rapport heeft ontvangen en dat hij dit ook tegen Spring heeft gezegd.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt allereerst vast dat [gedaagde] het standpunt van Spring in de conclusie van repliek dat hij de overeenkomst met Spring heeft gesloten in het kader van de uitoefening van zijn beroep/bedrijf en dat de overeenkomst daarom als handelsovereenkomst moet worden aangemerkt, in de conclusie van dupliek niet heeft betwist. De kantonrechter ziet geen aanleiding om hierover anders te oordelen. Dit betekent dat niet hoeft te worden getoetst of Spring heeft voldaan aan de op haar rustende informatieverplichtingen die gelden bij een overeenkomst met een consument.
4.2.
In de conclusie van repliek stelt Spring dat de taxateur aan de hand van het bezoek op 8 januari 2025 een concept-taxatierapport heeft opgesteld en dat de taxateur in een e-mail van 11 februari 2025 aan [gedaagde] heeft verzocht om aanvullende stukken, zoals de huurovereenkomsten en bijbehorende vergunningen, over te leggen omdat deze stukken nodig zijn om het taxatierapport definitief te maken en om de opdracht te voltooien. Maar dat [gedaagde] deze stukken, ondanks verzoeken daartoe, niet heeft verstrekt. Volgens Spring heeft zij daarom de overeenkomst gedeeltelijk ontbonden en aan [gedaagde] de helft van het overeengekomen bedrag in rekening gebracht, vermeerderd met de verschotten. Spring stelt dat de grondslag voor betaling primair voortvloeit uit de overeenkomst en de algemene voorwaarden die daarop van toepassing zijn. Subsidiair stelt Spring dat zij recht heeft op betaling van redelijk loon bij voortijdig einde van de overeenkomst.
4.3.
De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] dit alles in de conclusie van dupliek niet heeft weersproken en gaat daarom uit van de juistheid daarvan. Omdat [gedaagde] geen verweer heeft gevoerd tegen het standpunt van Spring dat het aan [gedaagde] is te wijten dat Spring haar opdracht niet kon afmaken en dat [gedaagde] op grond daarvan en overeenkomstig de tussen partijen geldende algemene voorwaarden het door Spring gevorderde bedrag moet betalen, zal de vordering van Spring worden toegewezen. Hierbij weegt mee dat [gedaagde] ook geen verweer heeft gevoerd tegen de hoogte van het gevorderde bedrag.
4.4.
Het verweer in de conclusie van dupliek dat [gedaagde] geen concept-taxatierapport en geen definitief taxatierapport of correspondentie heeft ontvangen waaruit blijkt dat de taxatie was afgerond, is bij het hiervoor overwogene niet relevant en maakt bovenstaand oordeel dus niet anders. Hierbij zij nog opgemerkt dat Spring, anders dan [gedaagde] in de conclusie van dupliek heeft aangenomen, ook niet heeft gesteld dat zij [gedaagde] een concept-taxatierapport of een definitief taxatierapport heeft toegestuurd dan wel hem heeft bericht dat de taxatie was afgerond.
4.5.
De conclusie is dat de vordering van Spring ten aanzien van de hoofdsom van
€ 779,97 wordt toegewezen en dat [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van dit bedrag.
4.6.
Omdat [gedaagde] in verzuim is met de betaling daarvan, is hij de wettelijke rente verschuldigd. De wettelijke rente is toewijsbaar zoals gevorderd. Overigens heeft [gedaagde] de wettelijke rente niet betwist.
4.7.
Spring vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. Daarom zal een bedrag van € 117,00 worden toegewezen. Overigens heeft [gedaagde] de buitengerechtelijke incassokosten niet betwist.
4.8.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Spring worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
126,95
- griffierecht
350,00
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
836,95

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Spring te betalen een bedrag van € 933,50, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 779,97 vanaf 31 december 2025 tot de dag van algehele betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 836,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Jong en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.