Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
driehonderdvijfenzestig (365) dagen,met bevel dat van deze straf een gedeelte, groot
honderdeenentachtig (181) dagen,nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
twee (2) jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[aangever]geleden schade tot een bedrag van
€ 7.271,08(zevenduizend tweehonderdeenenzeventig euro en acht eurocent), bestaande uit € 2.271,08 als vergoeding voor de materiële en € 5.000,- als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over:
- € 2.271,08 vanaf 1 januari 2025;
- € 5.000,- vanaf 22 juli 2024;
- € 2.271,08 vanaf 1 januari 2025;
- € 5.000,- vanaf 22 juli 2024;