ECLI:NL:RBNHO:2026:733

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
15/300052-21
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling met voorwaarden na psychische ontregeling en recidiverisico

Op 29 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar, uitspraak gedaan in de zaak betreffende de verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van de betrokkene, geboren in 1993, die momenteel verblijft op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) De Hooge Venne te Heiloo. De rechtbank heeft de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de tbs met voorwaarden met twee jaar toegewezen. De betrokkene was eerder veroordeeld voor brandstichting en mishandeling, wat leidde tot de oplegging van de tbs-maatregel. De rechtbank heeft de procedure gevolgd, waarbij de betrokkene en deskundigen zijn gehoord. De psychiater T.W.D.P. van Os en de reclassering hebben geadviseerd om de tbs te verlengen, gezien de instabiliteit en het recidiverisico van de betrokkene. De rechtbank heeft vastgesteld dat de betrokkene niet stabiel genoeg is om zonder tbs in de maatschappij te functioneren, en dat er een hoog risico op recidive bestaat. De rechtbank heeft de verlenging van de tbs met twee jaar gemotiveerd, waarbij is opgemerkt dat de behandeldoelen nog niet zijn bereikt en dat een verdere stabilisatie en resocialisatie noodzakelijk zijn. De rechtbank heeft de zaak niet aangehouden voor aanvullend onderzoek, omdat zij zich voldoende voorgelicht achtte door de aanwezige adviezen en verklaringen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats Alkmaar
Meervoudige kamer
Parketnummer: 15/300052-21
Uitspraakdatum: 29 januari 2026
Beslissing ex artikel 6:6:10, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (Sv)
op de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats],
nu verblijvende op de Forensisch Psychiatrische Afdeling (FPA) De Hooge Venne te Heiloo,
hierna: de betrokkene,
met twee jaar.

1.De procedure

Bij vonnis van deze rechtbank van 17 januari 2023 is aan de betrokkene de maatregel van
terbeschikkingstelling (hierna: tbs) met voorwaarden opgelegd wegens - kort gezegd – brandstichting (terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is) en mishandeling.
De termijn van de tbs ving aan op 18 januari 2023.
Bij beslissing van deze rechtbank van 27 februari 2025 is de termijn van de tbs verlengd met één jaar.
De onderhavige vordering is op 10 december 2025 bij de rechtbank ingediend.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken, waaronder:
  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid, Sv van 14 november 2025, afkomstig van T.W.D.P. van Os, psychiater, en
  • een advies als bedoeld in artikel 6:6:12, tweede lid, Sv van 4 december 2025, afkomstig van Reclassering Nederland Advies & Toezichtunit 5 Noord-West en ondertekend door [naam 1], reclasseringswerker, en [naam 2], unitmanager.
Op 15 januari 2026 is de vordering op een openbare zitting behandeld. De betrokkene is gehoord, alsmede de deskundige [naam 1]. Verder waren aanwezig de officier van justitie en de raadsman van de betrokkene, mr. T. de Heer, advocaat te Almere. Van deze zitting is afzonderlijk proces-verbaal opgemaakt.

2.Het advies van de psychiater

In het rapport van psychiater T.W.D.P. van Os is onder meer het volgende opgenomen:
Onderzochte heeft beperkt meegewerkt aan het onderzoek.
BehandelverloopVanaf eind april 2025 werden meerdere VIM-meldingen gedaan over conflicten met medepatiënten en roken op de kamer. Ook werd gedrag gezien dat geduid kon worden als een psychotische ontregeling (bed demonteren en zich in de badkamer “verstoppen”.Ze verklaarde dat ze door het bed gezakt was).Op 10 juli 2025 werd gezien dat zij ‘s nachts in de gemeenschappelijke ruimte een speld stak in het zadel van de hometrainer. Verloffase 7b werd ingetrokken vanwege beperkte stabiliteit.
Op 12, 13 en 14 september 2025 werden incidentmeldingen gedaan door de GGZ die wezen op een toenemende psychotische ontregeling bij betrokkene: 12 september: Schreeuwen op de afdeling, psychotische uitspraken over goden en orgasmes. Moeilijk om contact met betrokkene te krijgen. 13 september: Ze maakte veel lawaai ’s nachts. Voor de camera sneed zij zich in beide armen met een scherp voorwerp en besmeurde de deuren met bloed. 14 september: Ze werd naakt in haar badkamer aangetroffen. Zij vroeg een hand van een personeelslid, die haar een hand gaf. Vervolgens liet betrokkene de hand niet los en wilde het personeelslid aanvallen. Ander personeel kwam tussenbeide. Ze achtervolgde het personeelslid en wilde die opnieuw aanvallen. Ander personeel verhinderde dat. Ze gooide met glazen en goot water over de vloer.
Conclusies onderzoeker
Bij onderzochte is sprake van een combinatie van een stemmingsstoornis en een psychotische stoornis. De stemmingsstoornis komt tot uiting in manische episodes met grensoverschrijdend gedrag (agressief, seksueel) verhoogde activiteiten en impulsief gedrag, gedachten die jagen met sterke associatieneiging. De psychotische stoornis komt tot uiting in auditieve hallucinaties waarbij commentaar wordt geleverd en opdrachten worden verstrekt, visuele hallucinaties en waandenkbeelden. Gezien het feit dat de waandenkbeelden bizar zijn, niet in overeenstemming zijn met de stemming, lijkt een schizo-affectieve stoornis waarschijnlijker dan een bipolaire stoornis.
Met betrekking tot het recidiverisico lijkt het belangrijkste risico bij onderzochte gelegen in de omstandigheid dat er sprake is van ernstige stemming- en psychotische problematiek met als gevolg dat er grensoverschrijdend/ gevaarlijk gedrag kan ontstaan. Daarbij komt dat onderzochte zich niet altijd open, samenwerkend en trouw aan de behandeling opstelt, zodat er zich relatief onverwachts nieuw grensoverschrijdend gedrag kan voordoen. Onderzoeker acht -mede vanwege de terugkerende instabiliteit van onderzochte- dat het risico op een recidive op basis van deze klinische inschatting hoog is.
Advies
De behandeldoelen zijn 1. Creëren van psychische stabiliteit en 2. Vinden van een vaste structuur en dagbesteding en 3. Uitstromen. Recent was onderzochte nog manisch. De diagnostiek is nog niet uitgekristalliseerd, de uitstroom is nog niet duidelijk. Hoe het staat met een vaste structuur en dagbesteding is nog niet duidelijk. Een eerste resocialisatie is mislukt. Onderzochte is mogelijk gehospitaliseerd. Daarom zal de resocialisatie in een rustig tempo moeten verlopen om een nieuwe mislukking te kunnen voorkomen. Toetsing van haar vrijheden en haar gedrag in een vervolgtraject zal zeker langer dan een jaar vergen. Onderzoeker adviseert dan ook om de tbs-maatregel met voorwaarden te continueren met twee jaar.

3.Het advies van de reclassering

In het reclasseringsadvies is onder meer het volgende opgenomen:
Afgelopen periode werd ingezet op wijziging van antipsychotica met minder bijwerkingen. Hierdoor raakte betrokkene psychotisch ontregeld. Zij is op dit moment herstellende. Bezien moet worden of de huidige medicatie en dosering daarvan afdoende zijn om stabiliteit te behouden. Doel van de wijziging was commitment aan de behandeling en een betere kwaliteit van leven. [betrokkene] verblijft momenteel in FPA De Hooge Venne. De komende periode wordt ingezet op verdere stabilisering en onderzoek naar een passende setting voor verdere fasering. De verwachting is dat dit niet binnen een jaar afgerond zal zijn.
Op basis van de OXREC, risicotaxatie-instrument van de reclassering, gebaseerd op statische factoren, komt naar voren dat het risico op recidive gemiddeld is. Op basis van het professioneel oordeel wordt het risico ingeschat als hoog. Daarmee wordt aangesloten bij de risicotaxatie van de pro Justitia onderzoeker. De belangrijkste risicofactor is een psychotische ontregeling, hetgeen tijdens de maatregel meermalen is voorgekomen en gepaard ging met acting out. Andere risicofactoren zijn betrokkenes behoefte aan autonomie en vrijheid, een beperkt probleembesef en de neiging om zich aan behandeling te onttrekken.
Wij adviseren om de tbs te verlengen met twee jaar.
De deskundige [naam 1] heeft op de zitting het advies gehandhaafd en nader toegelicht. Zij heeft aangegeven dat de betrokkene nog niet altijd stabiel is op de afdeling. In januari 2026 volgt een behandelplanbespreking met onder andere de psychiater, mede over het beleid ten aanzien van dexamfetamine. Het is niet eenvoudig om voor de betrokkene een goede vervolgplek te vinden. In juni 2024 werd de betrokkene overgeplaatst vanuit de klinische setting van FPA De Hooge Venne naar de beschermd wonen instelling van HVO Querido. Dat is toen mis gegaan. Er zijn kleinere, voorzichtige, stappen nodig. De betrokkene is nu aangemeld bij een onderdeel van Mentrum, de kliniek Jan Thoméepad, maar daar is een wachtlijst. Zij hebben op dit moment geen forensische plek. Wanneer de betrokkene daar terecht kan, is niet te voorspellen. In maart 2025 is ingezet op een medicatiewijziging, waarbij de regiebehandelaar heeft aangegeven dat het ongeveer een jaar zou duren voordat de medicatie juist zou zijn ingesteld. In september 2025 zat de betrokkene op 2,5 milligram, waardoor zij direct ontregelde. De medicatie is daarna meerdere keren verhoogd. Het lijkt nu weer goed te gaan met de medicatie. Het is belangrijk dat de betrokkene bestendig stabiliseert en er moet een vervolgvoorziening worden gevonden. Dat gaat waarschijnlijk langer duren dan een jaar. De betrokkene ontregelt relatief makkelijk, zij is heel kwetsbaar en vertoont dan grensoverschrijdend gedrag. Een zorgmachtiging betekent niet dat sneller een plek voor de betrokkene bij de kliniek is dan binnen het forensische kader van de tbs. De continuïteit van de zorg binnen een zorgmachtiging is bovendien anders en minder gewaarborgd dan de continuïteit van de zorg binnen de tbs. Zo kan in het geval van onttrekking binnen de tbs gemakkelijk worden geschakeld tussen de officier van justitie en de politie. Dat is bij een zorgmachtiging niet zo, aldus de deskundige.

4.Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij de vordering tot verlenging van de termijn van de tbs met voorwaarden met twee jaar.

5.Het standpunt van de betrokkene

De raadsman heeft verzocht de verlenging te beperken tot één jaar. Mocht de rechtbank daar niet in meegaan dan heeft de raadsman (wederom) verzocht de behandeling van de vordering aan te houden voor het laten opstellen van een aanvullend rapport door de psychiater en voor een onderzoek naar de vraag of een zorgmachtiging geïndiceerd is.
Namens de betrokkene heeft de raadsman in het bijzonder het volgende naar voren gebracht. De betrokkene begrijpt dat zij kwetsbaar is voor psychoses zonder medicatie. Dat ziektebesef heeft zij nu. Haar wens is dan ook om met de juiste begeleiding zo snel mogelijk uit de kliniek te komen. De tbs werkt contraproductief en is niet langer passend. De betrokkene blijft bij haar standpunt dat zij nooit een kans heeft gehad om te laten zien dat het wel goed gaat zonder tbs. Er moet nog een keer gekeken worden naar de onjuiste inschattingen van de stoornis van de betrokkene, de onjuiste begeleiding en behandeling en de daarmee verbonden recidiverisico’s. Bij de betrokkene is het risico op ontregeling aanwezig, maar dat betekent niet direct een risico op gewelddadig gedrag. Als de betrokkene ontregelt, dan kan zij zich schuldig maken aan lichte feiten zoals belediging, eenvoudige mishandeling, vernieling en diefstal. Dit heeft de psychiater op de vorige verlengingszitting toegelicht. Dat is niet genoeg voor een risico op gewelddadig gedrag. Een zorgmachtiging is in de dynamische situatie van de betrokkene beter toepasbaar, flexibeler en meer opportuun. De zorgmachtiging kan een stok achter de deur zijn voor de betrokkene.

6.De beoordeling

De rechtbank is, gelet op de adviezen van de psychiater en de reclassering en wat tijdens de zitting is besproken, van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen een verlenging van de termijn van de tbs van de betrokkene vereist.
Indexdelict
De tbs met voorwaarden is opgelegd ter zake van (kort samengevat) brandstichting (met gevaar voor goederen en levensgevaar/gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor personen) en mishandeling. Dat zijn misdrijven die gericht zijn tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen. Dat betekent dat in dit geval de totale duur van de tbs met voorwaarden, de periode van negen jaar niet te boven kan gaan (zie artikel 38e, eerste en tweede lid, Sr). Aangezien de tbs van betrokkene is aangevangen op 18 januari 2023, wordt de maximumduur van de maatregel niet door deze verlenging overschreden.
Is sprake van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis bij de betrokkene?
Hoewel de betrokkene beperkt heeft meegewerkt aan het onderzoek van de psychiater, heeft de psychiater wel kunnen vaststellen dat sprake is van een combinatie van een stemmingsstoornis en een psychotische stoornis.
Recidivegevaar
De rechtbank acht redengevend voor de verlenging van de tbs dat uit de adviezen van de psychiater en de reclassering volgt dat de betrokkene niet stabiel genoeg is om zich zelfstandig staande te houden in de maatschappij, zonder een gevaar voor anderen te vormen. De betrokkene liet recent, in april, juli en september 2025, gedrag zien dat wees op (toenemende) ontregeling en waarbij zij gewelddadig gedrag heeft vertoond. De psychiater concludeert dat door de terugkerende instabiliteit van de betrokkene het risico op recidive op basis van de klinische inschatting hoog is. De reclassering onderschrijft dit en noemt dat de belangrijkste risicofactor een psychotische ontregeling van de betrokkene is, wat tijdens de tbs al meerdere keren is voorgekomen en gepaard ging met fysiek
acting-outgedrag. Andere risicofactoren ziet de reclassering in de behoefte aan autonomie en vrijheid, een beperkt probleembesef en de neiging om zich aan behandeling te onttrekken. Aan het gevaarscriterium is daarom voldaan.
Verlenging met één of twee jaar?
De rechtbank moet vervolgens de vraag beantwoorden met welke termijn de tbs moet worden verlengd. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat volgens vaste jurisprudentie de tbs in beginsel wordt verlengd met twee jaar, tenzij te verwachten is dat binnen één jaar gronden aanwezig zijn die een beëindiging van de tbs-maatregel rechtvaardigen. Van dit uitgangspunt kan onder omstandigheden worden afgeweken.
Uit de adviezen en wat op de zitting is besproken blijkt dat voor de betrokkene drie behandeldoelen zijn opgesteld. Ten eerste het creëren van psychische stabiliteit, ten tweede het vinden van een vaste structuur en dagbesteding en tot slot het geleidelijk uitstromen. De betrokkene is recent nog ontregeld en de diagnostiek is nog niet uitgekristalliseerd. Zij staat momenteel op de wachtlijst voor een vervolgkliniek. De eerdere poging tot resocialisatie bij HVO Querido is mislukt. Zij onttrok zich aan het toezicht en de begeleiding, had haar antipsychotica meerdere dagen niet ingenomen en er waren aanwijzingen dat zij psychotisch ontregeld was. Een volgende poging tot resocialisatie moet daarom geleidelijk en met kleine, voorzichtige stappen verlopen. De psychiater en de reclassering concluderen dat het vervolgtraject zeker langer dan een jaar zal duren en daarom adviseren zij de tbs te verlengen met twee jaar. De deskundige [naam 1] heeft dit op de zitting bevestigd.
Gelet op het voorgaande is het onwaarschijnlijk dat de behandeldoelen over een jaar gehaald zijn. Aannemelijk is dat het traject meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de tbs met een termijn van een jaar, en dan geldt als uitgangspunt dat de tbs moet worden verlengd met twee jaar. De rechtbank ziet geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken en zal de termijn van de tbs verlengen met twee jaar.
De raadsman heeft op de zitting nogmaals verzocht de zaak aan te houden voor het laten opstellen van een aanvullend rapport door de psychiater en het doen van onderzoek naar de (on)mogelijkheden van een zorgmachtiging. De rechtbank acht zich voldoende voorgelicht door de adviezen van de psychiater en de reclassering en de verklaring van de deskundige tijdens de zitting. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding de zaak aan te houden.

7.De beslissing

De rechtbank:
wijst de vordering van de officier van justitie toe en
verlengtde termijn van de terbeschikkingstelling met voorwaarden van
[betrokkene]met
twee jaar.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Deze beslissing is gegeven door
mr. A.M.C. de Haan, voorzitter,
mr. J.M. Jongkind en mr. S. van Excel, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Verheul,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 januari 2026.