ECLI:NL:RBNHO:2026:730

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
29 januari 2026
Publicatiedatum
29 januari 2026
Zaaknummer
15/032453-24
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ontuchtige handelingen met minderjarigen en bezit van kinderporno

Op 29 januari 2026 heeft de Rechtbank Noord-Holland een verkort vonnis uitgesproken in de zaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan ontuchtige handelingen met twee minderjarigen en het seksueel corrumperen van drie minderjarigen, alsook het bezit van kinderporno. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte op 27 januari 2024 in Heiloo ontuchtige handelingen heeft gepleegd met twee jongens die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt. Daarnaast heeft hij hen filmpjes getoond van seksuele handelingen. De verdachte heeft ontkend, maar de rechtbank heeft de verklaringen van de slachtoffers als betrouwbaar beoordeeld, ondersteund door ander bewijs. De rechtbank heeft de verdachte veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 24 maanden met een proeftijd van drie jaren, rekening houdend met zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid en de lopende tbs-maatregel. Tevens zijn vorderingen van benadeelde partijen toegewezen, waarbij de verdachte € 2.000,- moet betalen aan elk van de twee slachtoffers en € 1.500,- aan het derde slachtoffer, vermeerderd met wettelijke rente.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, zittingsplaats [geboorteplaats]
Meervoudige strafkamer
Parketnummer: 15/032453-24
Uitspraakdatum: 29 januari 2026
Tegenspraak
Dit verkort vonnis (artikel 138b van het Wetboek van Strafvordering (Sv)) is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 januari 2026 in de zaak tegen:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 1985 te [geboorteplaats],
verblijvende in de Van der Hoevenkliniek op het adres
[woonadres].
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. W.M. van der Most en van wat de verdachte en zijn raadsman, mr. J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, naar voren hebben gebracht.

1.Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, - kort samengevat - ten laste gelegd dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan:
Feit 1
het plegen van ontuchtige handelingen met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] op 27 januari 2024 te Heiloo, die op dat moment de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, door hen zijn penis te tonen en/of hen één of meer filmpjes te tonen;
Feit 2
primair
het seksueel corrumperen van [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] op 27 januari 2024 te Heiloo, die op dat moment de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt;
subsidiair
schennis van de eerbaarheid op een openbare plaats, toegankelijk voor personen beneden de zestien jaren op 27 januari 2024 te Heiloo, bij [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3], door hen zijn penis te tonen;
Feit 3
het in bezit hebben van kinderpornografische foto’s en video’s op of omstreeks 27 januari 2024 te Heiloo.
De volledige tenlastelegging is opgenomen in
bijlage Idie aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

2.Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3.Beoordeling van het bewijs

3.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten.
3.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, omdat er geen objectief steunbewijs is voor de verklaringen van de drie jongens. De verdachte heeft ontkend de feiten te hebben gepleegd en gezegd niet de persoon te zijn die de drie jongens ‘[voornaam 1]’ noemen. Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat dit bewezen kan worden, met dien verstande dat partiële vrijspraak moet volgen voor de bestanden waar de verdachte geen toegang tot had.
3.3.
Oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijsoverweging feiten 1 en 2
Beoordeling bewijs in zedenzaken
Bij zedenzaken doet zich vaak de situatie voor dat slechts twee personen aanwezig zijn geweest bij de gebeurtenissen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Het bewijs dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan kan volgens het tweede lid van artikel 342 Sv door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één persoon (bijvoorbeeld die van het slachtoffer). Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, dient de rechtbank allereerst te beoordelen of de verklaring van het vermeende slachtoffer betrouwbaar en daarmee bruikbaar voor het bewijs is. Indien daarop een bevestigend antwoord wordt gegeven, komt als vervolgvraag aan de orde of deze verklaring voldoende wordt ondersteund door de inhoud van andere bewijsmiddelen. Niet vereist is dat ieder onderdeel van de verklaring van het slachtoffer met bijkomend bewijs wordt ondersteund. Voor een bewezenverklaring kan het voldoende zijn dat de verklaring van het slachtoffer op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan het slachtoffer. Daarnaast is van belang dat de rechtbank uit het dossier en de zitting de overtuiging krijgt dat de verdachte het strafbare feit heeft gepleegd.
Betrouwbaarheid van de verklaringen
In deze zaak gaat het om de verklaringen van [slachtoffer 1] (hierna: [voornaam 2]), [slachtoffer 2] (hierna: [voornaam 3]) en [slachtoffer 3] (hierna: [voornaam 4]) tegenover de ontkennende verklaring van de verdachte. Door de verdediging is niet gesteld dat de verklaringen van de drie jongens onbetrouwbaar zijn. Gelet op de ontkenning van de verdachte ziet de rechtbank zich toch in de eerste plaats voor de vraag gesteld of de verklaringen van de drie jongens betrouwbaar zijn.
Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de verklaringen van [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] heeft de rechtbank onder meer gekeken naar de consistentie (geen innerlijke tegenstrijdigheden), mate van gedetailleerdheid en authenticiteit (echtheid; oorspronkelijkheid, wijze van totstandkoming) van die verklaringen.
[voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] hebben ieder afzonderlijk in een kindvriendelijke verhoorstudio een verklaring afgelegd. Alle drie hebben zij daarbij concrete seksuele handelingen beschreven die de verdachte heeft verricht. De woorden die zij in dit verhoor gebruikten passen bij hun leeftijd. Zij hebben vergelijkbare specifieke details verteld. Bijvoorbeeld dat de dader zich [voornaam 1] noemde, hoe hij eruit zag en met betrekking tot de plaats waar de seksuele handelingen hebben plaatsgevonden. Zij hebben allen verklaard dat zij op het schoolplein van basisschool [schoolnaam] zijn aangesproken door de verdachte en dat zij daarna naar het plein van kindcentrum [naam] zijn gegaan. Daarnaast verklaren zij allen dat de verdachte twee keer zijn ontblote geslachtsdeel heeft laten zien, één keer op het plein van [schoolnaam] en één keer op het plein van [naam]. Verder verklaren de drie jongens dat de verdachte filmpjes heeft laten zien op het plein van [schoolnaam] van een piemel en dat daarmee bepaalde handelingen werden verricht, zoals dat de piemel stijf werd gemaakt en dat er “van beneden naar boven” werd gegaan met een hand. Ten slotte verklaren zij alle drie dat de verdachte aan de piemels van [voornaam 2] en [voornaam 3] heeft gezeten op het plein van [naam] en niet aan de piemel van [voornaam 4] en dat [voornaam 4] op de uitkijk stond en moest kijken of er niemand kwam.
Gelet op het voorgaande hebben [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] naar het oordeel van de rechtbank consistent, gedetailleerd en op authentieke wijze verklaard over de seksuele handelingen die de verdachte heeft gepleegd en de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden. De rechtbank acht hun verklaringen betrouwbaar.
De rechtbank realiseert zich dat de drie jongens voorafgaand aan de studioverhoren meerdere malen de gelegenheid hebben gehad om met elkaar te spreken. Er zijn echter geen concrete aanwijzingen dat zij (bewust of onbewust) hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd. De rechtbank acht dat ook niet aannemelijk, gelet op de gedetailleerdheid van hun verklaringen en hun leeftijd (7 jaar).
Steunbewijs
Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of de verklaringen van [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen. De rechtbank is van oordeel dat de inhoud van het dossier in voldoende mate steun biedt voor hun verklaringen. Zo heeft de moeder van [voornaam 2] verklaard dat zij [voornaam 2] op 27 januari 2024 heeft afgezet op het schoolplein van [schoolnaam] om te spelen met [voornaam 3] en [voornaam 4]. Bij het ophalen trof zij de jongens niet op het schoolplein van [schoolnaam] aan, maar op het naastgelegen plein van de [naam]. Daar zag zij dat de jongens door middel van een ‘boks’ afscheid namen van een voor haar onbekende man. Na het bij zich roepen van de jongens, riep [voornaam 4] spontaan dat hij niets had gedaan; bij doorvragen spraken de jongens onder andere over sperma en stijve piemels. De ter plaatse gekomen verbalisant is vervolgens in gesprek gegaan met [voornaam 4]. [voornaam 4] heeft aan deze verbalisant verteld dat hij samen met [voornaam 3] en [voornaam 2] aan het spelen was, dat een man hen aansprak en hen vroeg of zij mee wilden gaan en dat ze dan een verrassing zouden krijgen. De man heeft vervolgens videobeelden laten zien op zijn telefoon van een ontbloot persoon met een stijve piemel. Vervolgens deed de man zijn broek omlaag, liet hij zijn geslachtsdeel zien en vroeg hij aan de jongens om dat ook te doen. Deze verklaring van [voornaam 4] aan de ter plaatse gekomen verbalisant komt overeen met zijn latere verklaring tijdens het studioverhoor.
Daarnaast zijn er op 28 januari 2024 twee telefoons in beslag genomen onder de verdachte. Op één van de telefoons zijn naast een grote hoeveelheid kinderpornografische foto’s en video’s (feit 3), meerdere video’s aangetroffen waarbij de verdachte op de video’s herkenbaar in beeld is en seksuele handelingen bij zichzelf uitvoert, zoals masturberen. Deze video’s zijn vergelijkbaar met de filmpjes waarover [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] hebben verklaard.
Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat de betrouwbaar geachte verklaringen van [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen en dat hun verklaringen elkaar ook onderling steunen. De rechtbank zal daarom de ten laste gelegde handelingen waarover [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] hebben verklaard, bewezen verklaren.
De verklaring van de verdachte
De verdachte heeft een ontkennende verklaring afgelegd over de seksuele handelingen. Kort samengevat heeft hij gezegd dat hij in het portiek van het kindcentrum [naam] stond, dat drie jongens hem aanspraken en zijn spullen gingen afpakken. Vervolgens is de verdachte weggefietst. Volgens de verdachte moet het iemand anders (‘[voornaam 1]’) geweest zijn die de seksuele handelingen heeft verricht. Dit door de verdachte geschetste scenario is naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk geworden op grond van de voorgaande overwegingen, maar ook op grond van de volgende omstandigheden. De verdachte heeft bekend dat hij op het schoolplein is geweest en dat hij in contact is geweest met drie jongens. De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij, naast de drie jongens, niemand anders op het schoolplein heeft gezien. Daarnaast heeft [voornaam 4] de volgende dag (op 28 januari 2024) de voorbijfietsende verdachte aan als de dader aangewezen. Ten slotte komt het uiterlijk van de dader dat door [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4] en de moeder van [voornaam 2] is beschreven, overeen met de uiterlijke kenmerken van de verdachte. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de verklaring van de verdachte.
Conclusie
Op grond van al het voorgaande concludeert de rechtbank dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met [voornaam 3] en [voornaam 2] en het seksueel corrumperen van [voornaam 2], [voornaam 3] en [voornaam 4]. De rechtbank acht de onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten dan ook wettig en overtuigend bewezen.
3.3.2.
Bewijsoverweging feit 3
De rechtbank stelt op grond van de stukken uit het dossier vast dat op 28 januari 2024 onder de verdachte een telefoon in beslag is genomen (een Samsung S20). Op deze gegevensdrager zijn in totaal 27.586 kinderpornografische foto’s en video’s aangetroffen. Van dit beeldmateriaal is een selectie gemaakt die uiteindelijk in een toonmap en in de tenlastelegging terecht is gekomen.
De verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij het kinderpornografische beeldmateriaal heeft gedownload. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of van de in de tenlastelegging omschreven afbeeldingen kan worden gezegd dat de verdachte deze in zijn bezit heeft gehad. Voor de bewezenverklaring van bezit van kinderpornografisch materiaal is namelijk vereist dat de verdachte over het opgeslagen digitale kinderpornografische materiaal kon
beschikken. Daarmee wordt bedoeld: er toegang toe hebben, het kunnen benaderen om het te openen, om het te bekijken of er handelingen mee te verrichten zoals kopiëren, verzenden of verwijderen.
Bij de beantwoording van de vraag of de verdachte kon beschikken over de in de tenlastelegging genoemde afbeeldingen, is van belang te onderkennen dat het beeldmateriaal is aangetroffen op een mobiele telefoon voorzien van een Android-besturingssysteem.
In het dossier zijn de bestandslocaties van de in de tenlastelegging opgenomen kinderpornografische afbeeldingen opgenomen. Hieruit volgt dat drie van deze afbeeldingen, te weten foto’s 1, 2 en 6, zich bevonden in de
cachevan een softwareapplicatie op de telefoon (Android Gallery 3D) of dat het ging om een (zeer waarschijnlijk door het Android-besturingssysteem automatisch aangemaakte)
thumbnailvan een video. Voor deze afbeeldingen geldt dat deze in beginsel niet voor een telefoongebruiker met gemiddelde digitale kennis en vaardigheden toegankelijk zijn. Nu de verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij geen specifieke digitale kennis heeft en er ook geen speciale software op zijn telefoon is aangetroffen, kan niet bewezen worden dat de foto’s 1, 2 en 6 op of omstreeks 27 januari 2024 benaderbaar waren voor de verdachte en gelet daarop is het bezit van deze afbeeldingen niet bewezen. De verdachte zal hiervan partieel worden vrijgesproken. [1]
Wat betreft de overige kinderpornografische afbeeldingen die in de tenlastelegging staan genoemd, zijn er geen aanwijzingen dat deze niet benaderbaar waren voor de verdachte. Gelet op de bekennende verklaring van de verdachte en de betreffende bestandslocaties komt de rechtbank ten aanzien van die afbeeldingen wel tot een bewezenverklaring van het in bezit hebben daarvan, zoals onder 3 ten laste is gelegd.
3.4.
Bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin dat
Feit 1
hij op 27 januari 2024 te Heiloo, met [slachtoffer 1] (*[geboortedatum 2] 2016) en [slachtoffer 2] (*[geboortedatum 3] 2016), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten dat hij verdachte zijn hand over de penis van die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] heeft geplaatst en met zijn, verdachtes, hand heen en weer heeft bewogen;
Feit 2
hij op 27 januari 2024 te Heiloo, meerdere personen van wie hij redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft verdachte in het zicht en ten overstaan van [slachtoffer 1] (*[geboortedatum 2] 2016) en [slachtoffer 2] (*[geboortedatum 3] 2016) en [slachtoffer 3] (*[geboortedatum 4] 2016),
i) tegen die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] gezegd "Ik heb een verrassing" en vervolgens zijn, verdachtes, ontblote penis getoond en
ii) filmpjes getoond waarop verdachte of een onbekend gebleven persoon diens ontblote penis laat zien en/of zich aftrekt;
Feit 3
hij omstreeks 27 januari 2024 te Heiloo, in elk geval in Nederland, een gegevensdrager, te weten een Samsung S20 (1569181), bevattende foto’s en video’s, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met een penis en/of voorwerp en/of vinger oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een penis en/of voorwerp oraal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Foto’s 4, 5, 7, 8, 11 en 17 van in toonmap opgenomen foto's/films/video's, blz. 217 van het procesdossier)
en
het met een vinger/hand betasten van het geslachtsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een vinger/hand betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Foto’s 10, 12 en 16 van in toonmap opgenomen foto's/films/video's, blz. 218 van het procesdossier)
en
het (geheel of gedeeltelijk naakt) laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of door een onnatuurlijke pose en/of de uitsnede van de foto's nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel in beeld gebracht wordt waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Foto’s 3, 13 en 19 van in toonmap opgenomen foto's/films/video's, blz. 218 van het procesdossier)
en
het ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt.
(Foto 9 van in toonmap opgenomen foto's/films/video's, blz. 218 van het procesdossier)
Wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:
Feit 1
met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;
Feit 2
een persoon, van wie hij redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe bewegen getuige te zijn van seksuele handelingen, meermalen gepleegd;
Feit 3
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd.
Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is dan ook strafbaar.

5.Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dan ook strafbaar.

6.Motivering van de sanctie

6.1.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De officier van justitie heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat de feiten in verminderde mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. De officier van justitie heeft opgemerkt dat de lopende tbs-maatregel met dwangverpleging (hierna: tbs-maatregel) dan wordt onderbroken en deze na de detentie weer zal worden hervat.
6.2.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft verzocht tot toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr) gelet op de noodzaak van het voortduren van de lopende tbs-maatregel, die in 2009 aan de verdachte is opgelegd.
6.3.
Oordeel van de rechtbank
Bij de beslissing over de sanctie die aan de verdachte moet worden opgelegd, heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan drie zedenmisdrijven. De verdachte heeft op een schoolplein in Heiloo drie minderjarige jongens aangesproken en aan hen filmpjes getoond van iemand die seksuele handelingen bij zichzelf uitvoerde. Vervolgens heeft de verdachte bij twee van de drie jongens aan hun ontblote geslachtsdeel gezeten en met zijn hand heen en weer bewogen. De verdachte heeft met deze gedragingen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers. Het is een feit van algemene bekendheid dat misbruik van jonge kinderen hun seksuele ontwikkeling kan verstoren en dat zij nog lange tijd op diverse vlakken ernstige gevolgen kunnen ondervinden van wat hen is aangedaan. Mede uit de ter zitting afgelegde slachtofferverklaring van de moeder van een van de jongens is gebleken dat de impact op de jonge slachtoffers, alsmede hun familieleden, groot is geweest.
Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van een grote hoeveelheid kinderpornografisch beeldmateriaal. Op de (tweede) telefoon van de verdachte zijn ruim 27.000 foto’s en video’s aangetroffen. Uit de omschrijvingen van de afbeeldingen blijkt dat het onder meer gaat om de ernstigste categorie, waarbij (zeer) jonge kinderen verregaand seksueel worden misbruikt. Het is een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen die deze kinderen hiervan in psychische en fysieke zin ondervinden, heel ingrijpend zijn. De rechtbank houdt de verdachte hiervoor medeverantwoordelijk, omdat hij door het bezit van kinderpornografisch materiaal heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk dat niet alleen degenen die kinderpornografische bestanden vervaardigen, maar ook degenen die het bezitten, worden bestraft.
Persoon van de verdachte
Met betrekking tot de persoon van de verdachte heeft de rechtbank gelet op het strafblad van de verdachte (Uittreksel Justitiële Documentatie) van 10 december 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder voor een zedenmisdrijf gericht tegen kinderen is veroordeeld en de hierboven genoemde tbs-maatregel opgelegd heeft gekregen.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het verlengingsadvies van 8 januari 2026 dat gegeven is in het kader van die tbs-maatregel. Uit dit advies volgt, voor zover in onderhavige strafzaak van belang, dat de verdachte een (beneden) gemiddelde intelligentie heeft en is gediagnosticeerd met een pedofiele stoornis, van het niet-exclusieve type. Daarnaast is er sprake van een posttraumatische stressstoornis, een persoonlijkheidsstoornis met borderline, vermijdende en antisociale trekken, een sociale angststoornis en forse verslavingsproblematiek. De onderzoekers concluderen dat de verdachte nog altijd over onvoldoende (coping- en regulatie)vaardigheden beschikt om zich zelfstandig staande te houden. Daarnaast wordt het risico op een terugval in seksueel delictgedrag bij een beëindiging van de tbs-maatregel ingeschat als hoog.
Verder is van belang dat ook in het veroordelend vonnis van 9 juli 2009 - op basis van adviezen van een psychiater en een psycholoog - de bovenstaande stoornissen werden vastgesteld en vanwege de doorwerking daarvan is geoordeeld dat die feiten in verminderde mate aan de verdachte konden worden toegerekend. Nu uit het verlengingsadvies volgt dat de stoornissen nog steeds aanwezig zijn en het de verdachte ontbreekt aan voldoende coping- en regulatievaardigheden, is de rechtbank, met de officier van justitie van oordeel dat ook in onderhavig geval de feiten in verminderende mate aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Deze omstandigheid weegt de rechtbank in strafverminderende zin mee bij de straftoemeting.
Ten slotte heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 8 juli 2025, waaruit blijkt dat de reclassering het belangrijk vindt dat de huidige tbs-maatregel wordt gecontinueerd, omdat de verdachte opnieuw verdacht wordt van pedoseksuele delicten.
Op te leggen straf
De rechtbank is van oordeel dat de ernst van de bewezen verklaarde feiten in beginsel zonder meer een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur rechtvaardigt. De eis van de officier van justitie is in dit licht begrijpelijk. De door de raadsman verzochte toepassing van artikel 9a Sr is gelet op de ernst van de feiten niet op zijn plaats.
De rechtbank acht het in dit geval echter voor zowel de bescherming van de maatschappij als voor de verdachte het beste om aan de verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. In 2009 is aan de verdachte een tbs-maatregel met dwangverpleging opgelegd. De duur van die tbs-maatregel is niet gemaximeerd. De verdachte is in januari 2021 in het kader van transmuraal verlof geplaatst in een woonvoorziening in Heiloo. Door de onderhavige feiten zijn alle verloven en vrijheden van de verdachte ingetrokken en is hij weer opgenomen in de Van der Hoeven Kliniek. Er zal een tweede behandelpoging worden ondernomen in FPC De Kijvelanden. De verdachte staat daarvoor al geruime tijd op een wachtlijst. Het voorgaande betekent dat de verdachte niet op vrije voeten is en – zoals het er nu naar uitziet – voorlopig ook niet komt. Voor de verdachte en de maatschappij is het belangrijk dat de behandeling van de verdachte niet wordt onderbroken door een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou namelijk betekenen dat de verdachte na ommekomst van zijn straf, als zogenoemde passant in een penitentiaire inrichting wederom zal moeten wachten op een geschikte plek in een tbs-kliniek. Dit kan heel lang duren, en in die tijd krijgt de verdachte niet de behandeling en begeleiding die hij nodig heeft en waarvoor de tbs-maatregel is bedoeld.
De rechtbank is daarom van oordeel dat een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval passend is. De rechtbank zal de maximale voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen.
Gelet op het bovenstaande en alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden moet worden opgelegd. De rechtbank zal bepalen dat deze staf vooralsnog niet ten uitvoer zal worden gelegd en zal daaraan een proeftijd verbinden van drie jaren, opdat de verdachte ervan wordt weerhouden zich voor het einde van die proeftijd opnieuw schuldig te maken aan een strafbaar feit. De rechtbank ziet aanleiding om een proeftijd van drie jaren op te leggen omdat de verdachte is gerecidiveerd tijdens het ondergaan van de tbs-maatregel.
Hierbij merkt de rechtbank op dat, gelet op artikel 6:1:18 derde lid Sv, de proeftijd niet loopt zolang de verdachte rechtens zijn vrijheid is ontnomen, in dit geval in het kader van de tbs-maatregel.
Voorlopige hechtenis
De officier van justitie heeft ter terechtzitting de gevangenneming en de opheffing van het geschorste bevel bewaring gevorderd. Gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de straf, ziet de rechtbank geen reden om de verdachte weer in voorlopige hechtenis te plaatsen. Dit brengt ook met zich mee dat de rechtbank het reeds geschorste bevel tot bewaring zal opheffen.

7.Het beslag

De rechtbank is van oordeel dat het onder de verdachte in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerp, te weten een telefoon (Samsung S20), dient te worden onttrokken aan het verkeer. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat het onder 3 bewezen verklaarde feit met behulp van dat voorwerp is begaan, en gelet op de op dat voorwerp aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen, is dat voorwerp van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

8.Vorderingen benadeelde partijen schadevergoedingsmaatregel

8.1.
Beoordeling van de vorderingen
De rechtbank heeft hiervoor bewezen verklaard dat de verdachte zich onder andere schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met twee minderjarige slachtoffers en het seksueel corrumperen van drie minderjarige slachtoffers. Namens de drie benadeelde partijen heeft hun advocaat, mr. J.J. Jorna, advocaat te Den Helder, vorderingen tot betaling van schadevergoeding ingediend tegen de verdachte, wegens schade die de benadeelde partijen als gevolg van de bewezenverklaarde feiten zouden hebben geleden. Het gaat om de benadeelde partijen [slachtoffer 1] (feit 1 en feit 2), [slachtoffer 2] (feit 1 en feit 2) en [slachtoffer 3] (feit 2).
8.1.1.
Vorderingen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] (feit 1 en feit 2)
Namens de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is door hun advocaat een vordering tot schadevergoeding van telkens € 2.000,- ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die zij als gevolg van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten zouden hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de immateriële schade van beide benadeelde partijen voldoende is onderbouwd en kan worden toegewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk moeten worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht het toe te kennen bedrag te matigen tot telkens een bedrag van € 500,-, en verwezen naar de zogenoemde Rotterdamse schaal.
Oordeel van de rechtbank
Vergoeding van immateriële schade is op grond van artikel 6:106, sub b, van het Burgerlijk Wetboek (BW) mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
In dit geval is naar het oordeel van de rechtbank sprake van zo’n uitzonderlijke situatie. Daarbij speelt mee dat de slachtoffers heel jong zijn en hun ontblote geslachtsdeel door de verdachte is betast. De nadelige gevolgen voor hen liggen zo voor de hand, dat kan worden aangenomen dat sprake is van aantasting in de persoon. Dat betekent de benadeelde partijen recht hebben op vergoeding van immateriële schade. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken aan schadevergoeding worden toegekend en met inachtneming van de Rotterdamse schaal [2] , is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst de vorderingen van de benadeelde partijen daarom geheel toe.
De vorderingen zullen worden toegewezen tot telkens een bedrag van € 2.000,-. De toegewezen bedragen zullen worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 over dit bedrag tot aan de dag der algehele voldoening.
8.1.2.
Vordering van [slachtoffer 3] (feit 2)
Namens de benadeelde partij [slachtoffer 3] is door zijn advocaat een vordering tot schadevergoeding van € 1.500,- ingediend tegen de verdachte wegens immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de immateriële schade voldoende is onderbouwd en kan worden toegewezen.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet–ontvankelijk moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft de raadsman verzocht het toe te kennen bedrag te matigen tot een bedrag van € 500,-, gelet op de Rotterdamse schaal.
Oordeel van de rechtbank
Ook de vordering van benadeelde partij [slachtoffer 3] is gebaseerd op de grond dat hij ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. Zoals hiervoor is overwogen bij de beoordeling van de vorderingen van de andere benadeelde partijen, is van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld.
Namens de benadeelde partij zijn voldoende gegevens verstrekt waaruit blijkt dat hij door het door de verdachte gepleegde strafbare feit geestelijk letsel heeft opgelopen. Bij de vordering is een verslag van een orthopedagoog overgelegd, waaruit blijkt dat met de benadeelde partij gesprekken zijn geweest wegens zorgen rondom gedrag, spanning en mogelijke verwerkingsklachten.
Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken als schadevergoeding worden toegekend, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toe.
De vordering zal worden toegewezen tot een bedrag van € 1.500,-. Het toegewezen bedrag zal worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 over dit bedrag tot aan de dag der algehele voldoening.
8.2.
Veroordeling in de kosten van de benadeelde partijen
Bij vorderingen tot schadevergoeding is de hoofdregel dat de partij die ongelijk krijgt, de proceskosten van de andere partij moet vergoeden. Omdat de vorderingen tot schadevergoeding worden toegewezen, moet de verdachte de kosten vergoeden die de benadeelde partijen hebben gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat op dit moment niet vaststaat dat de benadeelde partijen kosten hebben gemaakt voor het indienen en toelichten van de vorderingen en begroot de kosten daarom op nihil.
8.3.
Schadevergoedingsmaatregel
Daarnaast legt de rechtbank ten behoeve van alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte op. Dit betekent dat de benadeelde partijen de schadevergoeding niet zelf bij de verdachte hoeven te incasseren, maar dat de Staat dit voor hen doet. Als de verdachte de schadevergoeding niet (volledig) betaalt, kan gijzeling (een vorm van vrijheidsbeneming van de verdachte) worden toegepast, zoals hieronder in de beslissing weergegeven. De gijzeling komt niet in de plaats van de verplichting om te betalen. Ook als gijzeling wordt toegepast, blijft de verdachte dus verplicht om de schadevergoeding te betalen. De verdachte mag de schadevergoeding ook rechtstreeks betalen aan de benadeelde partijen. Als hij dat heeft gedaan, is hij niet langer verplicht om aan de Staat te betalen.

9.Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:
artikel 14a, 14b, 14c, 36b, 36c, 36f, 57, 240b (oud), 247 (oud), 248d (oud) van het Wetboek van Strafrecht.

10.Beslissing

De rechtbank:
verklaart bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4. weergegeven;
verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij;
bepaalt dat de bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren;
verklaart de verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
24 (vierentwintig) maanden, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op drie jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de eventueel ten uitvoer te leggen gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
Beslag
onttrektaan het verkeer:
1 STK GSM (Omschrijving: 2024019678-1569181, Zwart, merk: Samsung);
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 1]
wijst de vordering van geheel toe tot een bedrag van
€ 2.000,-(zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade;
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 1] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 1] aan de Staat € 2.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 2]
wijst de vordering van geheel toe tot een bedrag van
€ 2.000,-(zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade;
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 2] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 2] aan de Staat € 2.000,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 20 dagen gijzeling;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Vordering benadeelde partij [slachtoffer 3]
wijst de vordering van geheel toe tot een bedrag van
€ 1.500,-(zegge: tweeduizend euro), bestaande uit immateriële schade;
veroordeelt de verdachte tot betaling aan [slachtoffer 3] van het toegewezen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 tot de dag van volledige betaling;
veroordeelt de verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
legt aan de verdachte de verplichting op ten behoeve van [slachtoffer 3] aan de Staat € 1.500,- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 januari 2024 tot de dag van volledige betaling, bij niet betaling aan te vullen met 15 dagen gijzeling;
bepaalt dat de verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed;
Voorlopige hechtenis
heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum
Dit vonnis is gewezen door
mr. I.A. Groenendijk, voorzitter,
mr. J.M. Jongkind en mr. A.M.C. de Haan, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier mr. L. Verheul,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 29 januari 2026.
Bijlage I
De tenlastelegging
Feit 1
hij op of omstreeks 27 januari 2024 te Heiloo, met [slachtoffer 1] (*[geboortedatum 2] 2016) en/of [slachtoffer 2] (*[geboortedatum 3] 2016), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten dat hij verdachte
- zijn hand over de penis van die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft geplaatst en met zijn, verdachtes, hand heen en weer heeft bewogen;
Feit 2
primair
hij op of omstreeks 27 januari 2024 te Heiloo, meerdere personen, althans een persoon, van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen, immers heeft verdachte in het zicht en ten overstaan van [slachtoffer 1] (*[geboortedatum 2] 2016) en/of [slachtoffer 2] (*[geboortedatum 3] 2016) en/of [slachtoffer 3] (*[geboortedatum 4] 2016),
i. i) tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of Bouwman gezegd "Ik heb een verrassing" en/of vervolgens zijn, verdachtes, ontblote penis getoond en/of
ii) één of meerdere filmpjes getoond waarop verdachte of een onbekend gebleven persoon diens ontblote penis laat zien en/of zich aftrekt;
subsidiair
hij op of omstreeks 27 januari 2024 te Heiloo de eerbaarheid heeft geschonden op een voor het openbaar verkeer bestemde openbare plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten [slachtoffer 1] (*[geboortedatum 2] 2016) en/of [slachtoffer 2] (*[geboortedatum 3] 2016) en/of [slachtoffer 3] (*[geboortedatum 4] 2016), door zijn, verdachtes, ontblote penis te tonen;
Feit 3
hij op of omstreeks 27 januari 2024 te Heiloo, in elk geval in Nederland, meermalen, althans eenmaal telkens afbeeldingen, te weten foto’s en/of video’s en/of gegevensdragers, te weten een Samsung S20 (1569181), bevattende foto’s en video’s, van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken in bezit heeft gehad welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:
het met een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand en/of mond oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een penis en/of voorwerp en/of vinger/hand oraal, vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Foto’s 1, 2, 4, 5, 7, 8, 11 en 17 van in toonmap opgenomen foto's/films/video's, blz. 217 van het procesdossier)
en/of
het met een vinger/hand en/of mond/tong en/of penis betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel en/of lichaamsdeel van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het met een vinger/hand en/of mond/tong betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van een (ander) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Foto’s 10, 12 en 16 van in toonmap opgenomen foto's/films/video's, blz. 218 van het procesdossier)
en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze
persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of met een voorwerp, te weten invullen6 en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt, de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling
(Foto’s 3, 13 en 19 van in toonmap opgenomen foto's/films/video's, blz. 218 van het procesdossier)
en/of
het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht en/of lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt
(Foto’s 6 en 9 van in toonmap opgenomen foto's/films/video's, blz. 218 van het procesdossier)

Voetnoten

1.Deze drie afbeeldingen geven wel een indicatie dat de gebruiker van de telefoon zichzelf de toegang heeft verschaft tot de originele afbeelding, maar dat is niet aan de verdachte tenlastegelegd.
2.Deze schaal is een door de rechterlijke macht ontwikkeld hulpmiddel dat een overzicht biedt van in de praktijk toegewezen smartengeldbedragen in vergelijkbare gevallen. Het doel van de Rotterdamse schaal is om bij te dragen aan rechtsgelijkheid en consistentie in de toekenning van immateriële schadevergoedingen.