ECLI:NL:RBNHO:2026:7236

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 juni 2026
Publicatiedatum
17 juni 2026
Zaaknummer
11691792 \ CV EXPL 25-3046
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Tussenuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWArt. 7:218 BWArt. 22 RvArt. 139 RvRichtlijn 93/13/EEG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ambtshalve toetsing precontractuele informatieplichten en oneerlijke bedingen in private leaseovereenkomst

In deze civiele zaak vordert Axus Nederland N.V. betaling van een bedrag van €8.184,15 plus bijkomende kosten van een gedaagde zonder bekende verblijfplaats. De vordering is gebaseerd op een private leaseovereenkomst tussen handelaar en consument, waarbij de kantonrechter ambtshalve toetst of aan de precontractuele informatieplichten uit artikel 6:230l BW is voldaan.

De kantonrechter constateert dat de eisende partij onvoldoende heeft gesteld en onderbouwd dat zij aan deze informatieplichten heeft voldaan. Daarom wordt de eisende partij eenmalig in de gelegenheid gesteld om dit nader toe te lichten. Daarnaast worden de toepasselijke algemene voorwaarden onderzocht op oneerlijke bedingen. Een beding dat de leasemaatschappij het recht geeft om bij niet-betaling direct te ontbinden en een ontbindingsvergoeding te vorderen, wordt voorlopig als oneerlijk beoordeeld en zal worden vernietigd.

Andere bedingen, waaronder een aansprakelijkheidsbeding voor schade en verontreiniging bij inname van het voertuig, worden niet oneerlijk bevonden. De eisende partij wordt tevens in de gelegenheid gesteld om aanvullende voorwaarden te overleggen en zich uit te laten over de gevolgen van het vernietigen van het ontbindingsbeding. De verdere beslissing wordt aangehouden tot nadere toelichting is gegeven.

Uitkomst: De kantonrechter houdt de zaak aan en geeft de eisende partij gelegenheid om nadere toelichting te geven over precontractuele informatieplichten en aanvullende voorwaarden.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11691792 \ CV EXPL 25-3046
Uitspraakdatum: 17 juni 2026
Tussenvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Axus Nederland N.V.
te Hoofddorp
de eisende partij
gemachtigde: P.M.F. Otten
tegen
[gedaagde]
zonder bekende woon- en verblijfplaats
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 18 juni 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om een gebrek in de dagvaarding te herstellen. De eisende partij heeft daarop een herstelexploot uitgebracht. Daarmee is het gebrek in de dagvaarding hersteld. Tegen de gedaagde partij zal verstek worden verleend.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van
€ 8.184,15, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd. [1]
Ambtshalve toetsing van de precontractuele informatieplichten
2.3.
De eisende partij heeft naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende gesteld en onderbouwd dat zij heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieplichten. De enkele stelling dat zij daaraan voldaan heeft en de verwijzing naar wetsartikelen (over andere informatieplichten) is daarvoor onvoldoende. Ook uit de enkele opmerking dat ‘de overige contractvoorwaarden’ zouden zijn besproken blijkt niet zonder meer dat de eisende partij heeft voldaan aan de precontractuele informatieplichten uit artikel 6:230l BW.
De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke toelichting in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van de vordering. [2]
2.4.
In dit geval en bij wijze van uitzondering zal de eisende partij echter eenmalig in de gelegenheid worden gesteld om bij akte toe te lichten hoe zij bij het tot stand komen van de overeenkomst heeft voldaan aan de op haar rustende precontractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden
2.5.
De kantonrechter moet onderzoek doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. [3] Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.6.
Op de overeenkomst(en) zijn de volgende algemene voorwaarden van de eisende partij van toepassing verklaard: de ‘Algemene voorwaarden keurmerk private lease’ van 1 december 2017 (hierna: de keurmerkvoorwaarden), de ‘Aanvullende voorwaarden SternLease’ van januari 2019 (hierna: de aanvullende voorwaarden) en de ‘SternLease verzekeringsvoorwaarden private lease’ van januari 2019 (hierna: de verzekeringsvoorwaarden).
2.7.
De eisende partij heeft de aanvullende voorwaarden en de verzekeringsvoorwaarden echter niet bij de dagvaarding gevoegd. Bij gebreke aan deze voorwaarden kan de kantonrechter zijn ambtshalve taak op dit punt niet uitvoeren.
De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat het ontbreken van een dergelijke toelichting in eventuele vervolgzaken kan leiden tot afwijzing van (een gedeelte van) de vordering. [4]
2.8.
In dit geval en bij wijze van uitzondering zal de eisende partij in de gelegenheid worden gesteld om bij akte de aanvullende voorwaarden en de verzekeringsvoorwaarden te overleggen. Zij dient daarbij toe te lichten welke bedingen uit deze voorwaarden op de overeenkomst van toepassing zijn. Daarbij kan zij zich eveneens uitlaten over de (on)eerlijkheid van de toepasselijke bedingen.
2.9.
Artikel 22 van Pro de keurmerkvoorwaarden luidt als volgt:
‘Wat kan er verder gebeuren als het termijnbedrag of andere bedragen niet tijdig betaald worden?De leasemaatschappij kan de overeenkomst dan ontbinden. Dan moet u naast de openstaande bedragen ook een ontbindingsvergoeding betalen. Die is gelijk aan de opzeggingsvergoeding in artikel 47 eventueel Pro vermeerderd met de vertragingsrente en incassokosten voor zover deze zijn aangezegd. In de Aanvullende Voorwaarden kan echter een afwijkende regeling zijn opgenomen, die voorziet in een lagere ontbindingsvergoeding. Om de leaseovereenkomst wegens niet-betaling te kunnen ontbinden, moet de leasemaatschappij u eerst een aangetekende brief sturen, met een kopie per gewone brief of per e-mail. In die brief moet de leasemaatschappij u in de gelegenheid stellen alsnog binnen 14 dagen te betalen, onder mededeling dat zij anders de leaseovereenkomst mag ontbinden en dat u dan de hiervoor genoemde vergoeding verschuldigd wordt. Indien op het moment waarop die termijn afloopt, de leaseovereenkomst kan worden opgezegd, moet de leasemaatschappij u wijzen op de regeling van opzegging van artikel 46.’
2.10.
Dit beding wijkt ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling omdat daarin is bepaald dat alleen mag worden ontbonden als de tekortkoming zodanig ernstig is dat dit de ontbinding rechtvaardigt. Daar zit een redelijkheidstoets in die het beding niet kent. In tegendeel, op grond van het beding kan de eisende partij bij het onbetaald laten van een leasetermijn of andere bedragen direct tot ontbinding overgaan en een ontbindingsvergoeding in rekening brengen, ook als zo’n ontbinding met haar gevolgen, gelet op de geringe aard van de tekortkoming, niet gerechtvaardigd zou zijn. Weliswaar staat in artikel 50 van Pro de keurmerkvoorwaarden dat de eisende partij gebruik kan maken van de wettelijke ontbindingsmogelijkheden, maar in het beding is niet opgenomen dat ook gebruik moet worden gemaakt van de wettelijke vereisten in het kader van ontbinding. Daarom is het beding vooralsnog oneerlijk.
2.11.
De kantonrechter is daarom voornemens om het beding te vernietigen. De kantonrechter wijst de eisende partij erop dat een eventuele vernietiging van het beding ook tot gevolg zal hebben dat de gevorderde opzeggingsvergoeding niet toewijsbaar is. De verschuldigdheid van deze vergoeding is in de keurmerkvoorwaarden immers aan dit beding gekoppeld. De eisende partij zal in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over dit voornemen en de gevolgen daarvan voor (de hoogte) van de vordering.
2.12.
Artikel 62 van Pro de keurmerkvoorwaarden luidt als volgt:

Ben ik aansprakelijk voor bij inname van het voertuig geconstateerde schade, verontreiniging of ontbrekende toebehoren en documenten?(…) Als de schade niet is gemeld, beoordeelt de leasemaatschappij of deze volgens haar voor uw rekening komt. Daarbij hanteert ze de maatstaven zoals vermeld in de richtlijnen voor inname van de leasemaatschappij (hierna te noemen: Innameprotocol). In het Innameprotocol is namelijk een omschrijving opgenomen van de bij de inname van voertuigen meest geconstateerde schades en verontreinigingen. Daarbij is telkens vermeld in hoeverre dergelijke schade voor uw rekening komt. Staat de schade niet vermeld in het Innameprotocol, dan hanteert de leasemaatschappij onderstaande maatstaven. Verontreinigingen en schades die niet zijn omschreven in dit Innameprotocol komen voor uw rekening als die bij zorgvuldig gebruik van het voertuig naar redelijkheid niet als normaal zijn te beschouwen. Daarbij wordt rekening gehouden met de tijdsduur waarin u binnen de leaseperiode het voertuig in gebruik hebt gehad en het aantal kilometers dat er in de leaseperiode mee is gereden. U bent verder volledig aansprakelijk voor de kosten van vervanging van niet ingeleverde toebehoren, onderdelen en documenten.’
2.13.
Anders dan in eerdere zaken is de kantonrechter van oordeel dat het dit beding niet oneerlijk is. In het beding staat, samengevat, dat verontreinigingen en schades die niet zijn omschreven in het Innameprotocol voor rekening van de consument komen als deze bij zorgvuldig gebruik van het voertuig naar redelijkheid niet als normaal zijn te beschouwen. Weliswaar zijn de daarin opgenomen criteria voor de beoordeling van schades die niet in het Innameprotocol zijn opgenomen, zoals ‘naar redelijkheid’ en ‘normaal’, niet nader omschreven, maar dat maakt niet zonder meer dat het beding het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen aanzienlijk verstoort ten nadele van de consument.
2.14.
Op grond van de wettelijke regeling is de huurder immers aansprakelijk voor schade aan het gehuurde door het tekortschieten in zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en wordt in beginsel alle schade vermoed daardoor te zijn ontstaan. [5] In het beding wordt gekozen om deze verplichting te concretiseren en in te vullen door een Innameprotocol in het leven te roepen waarin wordt verduidelijkt welke schades en verontreinigingen als (on)acceptabel worden beschouwd na inlevering van de auto. Van de eisende partij kan niet worden verwacht dat zij in dit Innameprotocol alle gevallen van schade en verontreiniging (uitputtend) beschrijft. Dat in het beding een restbepaling is opgenomen om dit te ondervangen, maakt dan ook niet dat de consument door het beding in een juridisch minder gunstige positie wordt geplaatst dan het wettelijk uitgangspunt. Bovendien voorzien de keurmerkvoorwaarden in een geschillenregeling waarbij een onafhankelijke deskundige kan worden ingeschakeld om de schade of verontreiniging te beoordelen, hetgeen ook een waarborg vormt tegen een eventuele te strenge beoordeling daarvan door de eisende partij. Het beding zal daarom in stand worden gelaten.
2.15.
De overige bedingen uit de keurmerkvoorwaarden die op de vordering van toepassing zijn, te weten de artikelen 14, 15, 20, en 21, zijn door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Conclusie
2.16.
De eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld bij akte de onder 2.4 en 2.8 bedoelde toelichting te geven en zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding.
2.17.
Als aan de hierboven bedoelde opdracht niet of niet volledig wordt voldaan, zal de kantonrechter daaraan op grond van de artikelen 22 en 139 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de gevolgen verbinden die hij geraden acht.
2.18.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
verwijst de zaak naar de rol van 15 juli 2026 om de eisende partij in de gelegenheid te stellen bij akte de onder 2.4, en 2.8 bedoelde toelichting te geven en zich uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel omtrent de oneerlijkheid van het hiervoor genoemde beding;
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
2.Ingeleid met een dagvaarding vanaf 1 juni 2026.
3.HvJ EU 27 januari 2021, C‑229/19 en C‑289/19, ECLI:EU:C:2021:68 (Dexia).
4.Ingeleid met een dagvaarding vanaf 1 juni 2026.
5.Artikel 7:218 BW Pro.