Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van [eiser] van 10 februari 2026 met 5 producties;
- de conclusie van antwoord tevens voorwaardelijke eis in reconventie van [gedaagde] van 14 april 2026 zonder producties;
- de nadere stukken van [eiser] van 11 mei 2026 met productie 6;
- de nagekomen stukken van [gedaagde] van 22 mei 2026;
- de mondelinge behandeling van 3 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en waar door de gemachtigde van [eiser] een pleitnota is overgelegd.
2.De feiten
en zou begrijpen hoe je tegen mij praat. (…) Al die roddelpraat die jij nu zegt begrijp ik helemaal niet en het zijn volgens mij duizend procent leugens. (…) Jij bent werkelijk een huichelaar en leugenaar. Jij bent degene die liegt, omdat je in vier jaar relatie niet hebt verteld dat je in de gevangenis hebt gezeten. Elke keer als ik het vroeg, zei je dat je in Spanje was en vertelde je alleen over je luxeleven. Die wie speelt hier de prinsessenrol, ik of jij? Je hebt gelogen door elke keer wanneer ik bezorgd vroeg naar je gezondheid te zeggen dat het door stress van werk en het leven kwam, maar later ontdekte ik, dat je cocaïne gebruikt. (…) Je weet niet eens wat vriendschap betekent. (…) Tegen het einde van het jaar betaal ik nog 1000 en daarna geef ik je een plan’.
3.Het geschil
4.De beoordeling
Deze betaling is een onderdeel van het financieel akkoord tussen de ondergetekende en de heer [eiser].’Hieruit volgt geenszins dat [gedaagde] de financiële afspraak tussen partijen betwist: zij bevestigt juist dat het een aflossing is van een groter geheel. Ook het feit dat [gedaagde] een afbetaling heeft gedaan, weegt de kantonrechter mee. [gedaagde] heeft gesteld dat ze deze betaling heeft gedaan om even van [eiser] af te zijn, zodat hij haar met rust zou laten. Dat verweer valt echter helemaal niet te plaatsen in het licht van de inhoud van de whatsapp-gesprekken tussen partijen die daarop volgden.