Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De feiten
- drie weekenden per maand van vrijdag uit school tot zondagavond 19.00 uur, waarbij de vader [de minderjarige] op zondag om 19.00 uur bij de moeder ophaalt;
3.Het verzoek
4.4. Verweer en zelfstandig verzoek
5.Verweer op zelfstandig verzoek
6.De visie van de Raad
7.De beoordeling
zomervakantie: [de minderjarige] verblijft in de oneven jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, en in de even jaren de eerste drie weken bij vader en de laatste drie weken bij moeder.
voorjaarsvakantie:het ene jaar verblijft [de minderjarige] bij de moeder en het andere jaar bij de vader;
herfstvakantie: het jaar dat [de minderjarige] in de voorjaarsvakantie bij de moeder verblijft, is zij in de herfstvakantie bij de vader en andersom;
De rechtbank zal dit vastleggen, nu niet is gebleken dat het belang van [de minderjarige] zich daartegen verzet.
8.De beslissing
zomervakantie: [de minderjarige] verblijft in de oneven jaren de eerste drie weken bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader, en in de even jaren de eerste drie weken bij vader en de laatste drie weken bij moeder.
voorjaarsvakantie:het ene jaar verblijft [de minderjarige] bij de moeder en het andere jaar bij de vader;
herfstvakantie: het jaar dat [de minderjarige] in de voorjaarsvakantie bij de moeder verblijft, is zij in de herfstvakantie bij de vader en andersom;