Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
- de vordering van de officieren van justitie [officier van justitie] en [officier van justitie] (hierna in enkelvoud: de officier van justitie), en van wat
- de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.J.C. Engels, advocaat te Heerhugowaard;
- [vertegenwoordiger van de raad] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad), en
- [vertegenwoordiger van de GI] namens De Jeugd- en Gezinsbeschermers (hierna: de jeugdreclassering),
1.Tenlastelegging
bijlage 1aan dit vonnis gehecht.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage 2bij dit vonnis zijn vervat.
tijdenshet begaan van het strafbare feit in de vorm van een gezamenlijke uitvoering van het feit. Maar de bijdrage kan ook zijn geleverd in de vorm van verscheidene gedragingen
voor en/of tijdens en/of nahet strafbare feit.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel
niette bepalen dat de verdachte en de medeverdachten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het voldoen van de schadevergoeding, omdat dit onredelijk belastend voor de verdachte is. De verdachte heeft geen contact meer met de medeverdachten, en het is de bedoeling dat dit zo blijft, en als hij de gehele schadevergoeding alleen zou moeten voldoen, kan hij dit mogelijk niet betalen.
niette bepalen dat de verdachte en de medeverdachten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het voldoen van de schadevergoeding, omdat dit onredelijk belastend voor de verdachte is. De verdachte heeft geen contact meer met de medeverdachten, en het is de bedoeling dat dit zo blijft, en als hij de gehele schadevergoeding alleen zou moeten voldoen, kan hij dit mogelijk niet betalen.
niette bepalen dat de verdachte en de medeverdachten hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het voldoen van de schadevergoeding, omdat dit onredelijk belastend voor de verdachte is. De verdachte heeft geen contact meer met de medeverdachten, en het is de bedoeling dat dit zo blijft, en als hij de gehele schadevergoeding alleen zou moeten voldoen, kan hij dit mogelijk niet betalen.
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
jeugddetentievoor de duur van
180 dagen.
177 dagen,
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van één jaar.
160 urentaakstraf in de vorm van een
werkstraf, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 80 dagen jeugddetentie.
€ 5.857,07, bestaande uit € 3.607,07 voor de materiële en € 2.250,- voor de immateriële schade), en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 1] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 1]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 5.857,07, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
€ 12.146,25, bestaande uit € 3.646,25 voor de materiële en € 8.500,- voor de immateriële schade), en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 3] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 3]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 12.146,25, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 6 november 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
€ 7.184,41, bestaande uit € 2.184,41 voor de materiële en
€ 5.000,- voor de immateriële schade), en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [benadeelde partij 5] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting.
[benadeelde partij 5]de verplichting op tot betaling aan de Staat van een bedrag van
€ 7.184,41, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 19 december 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
0 dagengijzeling, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.