ECLI:NL:RBNHO:2026:7040

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
15 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
K/4102/12201017
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:629 BWArt. 7:625 BWArt. 7:658a BWArt. 7:626 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Werknemer krijgt loondoorbetaling tijdens ziekte en nakoming re-integratieverplichtingen

Een werknemer van een online rijschool, in dienst sinds oktober 2025, meldde zich op 1 februari 2026 ziek. Sindsdien betaalde de werkgever, Brombee B.V., geen loon meer en schakelde geen bedrijfsarts in. De werknemer vorderde in kort geding achterstallig loon, loon tot het einde van de arbeidsovereenkomst, nakoming van re-integratieverplichtingen en proceskosten.

De werkgever erkende tijdens de zitting de loondoorbetalingsplicht maar verweerde zich met beperkte kennis en financiële problemen. De kantonrechter oordeelde dat de werknemer een spoedeisend belang had en dat de loonvordering op grond van artikel 7:629 BW Pro toewijsbaar was, waarbij 70% van het loon met een gematigde wettelijke verhoging van 30% werd toegewezen.

Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot het nakomen van re-integratieverplichtingen en het inschakelen van een bedrijfsarts. De vordering tot overlegging van loonstroken werd afgewezen omdat de werknemer online toegang had tot deze documenten. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van 70% van het loon tijdens ziekte met wettelijke verhoging en rente, en tot het nakomen van re-integratieverplichtingen inclusief inschakeling van een bedrijfsarts.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 12201017 \ VV EXPL 26-55
Vonnis in kort geding van 15 juni 2026
in de zaak van
[eiser],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. O. Sahin,
tegen
BROMBEE B.V.,
te Amsterdam,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Brombee,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de betekende dagvaarding van 7 mei 2026 met 8 producties;
  • het verweerschrift van 31 mei 2026 met 10 producties;
  • de mondelinge behandeling van 1 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Het vonnis is bepaald op vandaag.

2.De feiten

2.1.
[eiser] (geboren op [geboortedatum] 1995) is sinds 9 oktober 2025 in dienst bij Brombee als medewerker klantenservice op basis van een arbeidsovereenkomst voor één jaar. Haar uurloon is € 19,36 bruto
all-in. De overeengekomen arbeidsomvang is 32 uur per week.
2.2.
Brombee is een online rijschool. De heer [betrokkene] is de directeur/eigenaar. [eiser] is de enige werknemer in loondienst.
2.3.
Op 1 februari 2026 heeft [eiser] zich ziekgemeld.
2.4.
Vanaf de ziekmelding heeft Brombee geen loon meer voldaan aan [eiser] . [eiser] is sinds de ziekmelding niet opgeroepen door een bedrijfsarts.
2.5.
Ondanks diverse verzoeken van [eiser] , bijvoorbeeld op 6 maart 2026, en van haar gemachtigde, waaronder op 3 april 2026, heeft Brombee de loonbetalingen niet hervat en evenmin een bedrijfsarts ingeschakeld.

3.Het geschil

3.1.
[eiser] vordert - samengevat - achterstallig loon vanaf 1 februari 2026, verhoogd met de maximale wettelijke verhoging, overlegging van loonstroken op straffe van een dwangsom, toekomstig loon tot aan het einde van de arbeidsovereenkomst, nakoming van de re-integratieverplichtingen op straffe van een dwangsom en de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Op grond van artikel 7:629 BW Pro heeft zij recht op loondoorbetaling tijdens ziekte. Uit artikel 7.2 van de arbeidsovereenkomst volgt dat zij tijdens ziekte recht heeft op in ieder geval 70% van het overeengekomen loon over de contractuele arbeidsomvang van 32 uur per week. Ook is Brombee op grond van artikel 7:658a BW verplicht om deugdelijk en zorgvuldig invulling te geven aan haar re-integratieverplichtingen.
3.3.
Brombee voert het volgende aan. [eiser] is de eerste en enige werknemer van Brombee. De onderneming was ten tijde van de ziekmelding en de daaropvolgende maanden niet op de hoogte van de loondoorbetalingsverplichting tijdens ziekte. De onderneming had wegens ontbrekende kennis en beperkte middelen ook (nog) geen bedrijfsarts ingeschakeld. Brombee verkeert thans in een slechte financiële positie.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiser] daarbij een spoedeisend belang heeft. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.
Spoedeisend belang
4.2.
Gelet op de aard van de vordering, te weten een loonvordering, is sprake van spoedeisendheid. [eiser] heeft sinds 1 februari 2026 geen inkomsten meer ontvangen terwijl zij daarvan afhankelijk is voor haar levensonderhoud.
Loonvordering
4.3.
Vast staat dat [eiser] sinds 9 oktober 2025 in dienst is van Brombee. [eiser] heeft zich op 1 februari 2026 ziek gemeld en Brombee betaalt sindsdien geen loon meer aan [eiser] . Het is voldoende aannemelijk dat op grond van artikel 7:629 BW Pro in een bodemprocedure de loonvordering tijdens ziekte van [eiser] zal worden toegewezen, met dien verstande dat aannemelijk is dat 70% van het door [eiser] gevorderde loon zal worden toegewezen.
4.4.
Tijdens de mondelinge behandeling is door Brombee erkend dat zij loon moet doorbetalen tijdens ziekte. De kantonrechter zal Brombee daarom veroordelen tot betaling van het gevorderde loon, met dien verstande dat conform artikel 7:629 BW Pro 70% van het overeengekomen loon zal worden toegewezen, vermeerderd met een wettelijke verhoging ex artikel 7:625 BW Pro, welke zal worden gematigd tot 30%. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, zoals hierna vermeld.
4.5.
De kantonrechter zal de loonvordering tot het einde van de arbeidsovereenkomst ook toewijzen, met dien verstande dat in geval van arbeidsongeschiktheid van [eiser] die nog geen 104 weken heeft geduurd, Brombee zal worden veroordeeld tot betaling van 70% van het overeengekomen salaris.
Loonstroken
4.6.
[eiser] vordert Brombee te veroordelen tot overlegging van alle loonstroken over de periode van het gehele dienstverband op straffe van een dwangsom. Op grond van artikel 7:626 BW Pro is Brombee verplicht [eiser] maandelijks een salarisspecificaties te verstrekken. Brombee heeft tijdens de zitting – onweersproken - verklaard dat [eiser] te allen tijde online beschikking heeft gehad tot deze stukken in het platform mijnloondossier.nl. Om deze reden ziet de kantonrechter geen aanleiding deze vordering toe te wijzen.
Brombee moet [eiser] laten oproepen voor de bedrijfsarts
4.7.
[eiser] vordert tot slot Brombee te verplichten tot het inschakelen van een bedrijfsarts. Brombee zal in afstemming met de bedrijfsarts invulling moeten geven aan de re-integratieverplichtingen (artikel 7:658a BW). Tijdens de mondelinge behandeling heeft Brombee meegedeeld hieraan gehoor te zullen geven. De kantonrechter ziet daarom geen aanleiding tot het opleggen van een dwangsom.
Proceskosten
4.8.
Brombee is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
155,67
- griffierecht
93,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
969,67
4.9.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Brombee, binnen één week na het wijzen van dit vonnis, aan [eiser] te betalen 70% van het overeengekomen loon over de periode 1 februari 2026 tot en met 1 juni 2026 vermeerderd met 30% wettelijke verhoging, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW Pro daarover vanaf de dag van opeisbaarheid van iedere salarisbetaling telkens tot de dag dat volledig is betaald;
5.2.
veroordeelt Brombee aan [eiser] vanaf 1 juni 2026 het overeengekomen loon te betalen, en in geval van arbeidsongeschiktheid van Maudro die nog geen 104 weken heeft geduurd 70% daarvan, tot de dag dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen rechtsgeldig is geëindigd;
5.3.
veroordeelt Brombee tot het nakomen van haar re-integratieverplichtingen jegens [eiser] ;
5.4.
veroordeelt Brombee in de proceskosten van € 969,67, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Brombee niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.5.
veroordeelt Brombee tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst al het andere af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2026.