Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de president van de rechtbank in twee civiele zaken. De wrakingskamer beoordeelt dat de rechter niet belast was met de behandeling van hoofdzaak 1, die door een andere rechter wordt behandeld. Daarnaast is in hoofdzaak 2 reeds op 18 maart 2026 een einduitspraak gedaan, waardoor deze zaak niet meer aanhangig is.
De wrakingskamer stelt dat een rechter alleen kan worden gewraakt indien hij belast is met de zaak en er nog geen einduitspraak is gedaan. Omdat aan deze voorwaarden niet is voldaan, wordt het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard. Tevens wordt een wrakingsverbod opgelegd voor hoofdzaak 1 vanwege lichtzinnig gebruik en misbruik van het wrakingsmiddel door verzoekers.
De wrakingskamer ziet geen aanleiding om verzoekers een termijn te geven om het verzoek alsnog door een advocaat te laten ondertekenen, omdat dit het oordeel niet zou veranderen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.