ECLI:NL:RBNHO:2026:6856
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot kwijtschelding of vermindering ontnemingsmaatregel wegens betalingsonmacht
De veroordeelde heeft bij vonnis van 23 juli 2019 een ontnemingsmaatregel opgelegd gekregen met een betalingsverplichting van € 82.243,83, waarvan hij tot januari 2026 € 29.292,40 heeft afbetaald. Hij verzocht de rechtbank om kwijtschelding of vermindering van het resterende bedrag wegens betalingsonmacht, onderbouwd met financiële stukken en een voorstel tot lagere maandelijkse aflossing.
Het CJIB en het Openbaar Ministerie stelden dat de veroordeelde onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet in staat is om te betalen. De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde een vast inkomen heeft en zelf aangaf een maandelijkse aflossing te kunnen doen, maar dat het verzoek onvoldoende onderbouwd was met volledige en actuele financiële gegevens.
De rechtbank concludeerde dat de veroordeelde niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij nu en in de toekomst niet kan voldoen aan de betalingsverplichting. Het verzoek tot kwijtschelding en vermindering werd daarom afgewezen, met de aanbeveling aan de veroordeelde om zich opnieuw tot het CJIB te wenden met volledige financiële informatie voor een haalbare regeling.
Uitkomst: Verzoek tot kwijtschelding of vermindering van de betalingsverplichting wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van betalingsonmacht.