Uitspraak
[naam 1], wonende te [plaats] ,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 11 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Mr. Stolk-Hogeterp heeft daarbij gebruik gemaakt van spreekaantekeningen.
Rechtbank Noord-Holland
In deze kortgedingprocedure vordert de eigenaar van een woning dat de bewindvoerder van de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming van de woning en betaling van de huurachterstand. De huurder staat onder bewind en de huurachterstand is opgelopen tot zeven maanden.
De kantonrechter oordeelt dat de ontruiming toewijsbaar is omdat de huurachterstand een ernstige tekortkoming vormt en van de verhuurder niet kan worden verlangd de huurovereenkomst voort te zetten. De belangen van de minderjarige kinderen van de huurder wegen niet op tegen het belang van de verhuurder, mede omdat alternatieve huisvesting beschikbaar is.
De vordering tot betaling van de huurachterstand wordt afgewezen omdat de huurovereenkomst zonder toestemming van de bewindvoerder is gesloten en de huur niet op het onder bewind gestelde vermogen kan worden verhaald. De gevorderde dwangsom en machtiging tot zelfontruiming worden eveneens afgewezen. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Bewindvoerder moet woning binnen 30 dagen ontruimen, maar wordt niet veroordeeld tot betaling van de huurachterstand.