De zaak betreft een verzoek van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering (GI) om een spoedmachtiging te verlenen voor gesloten jeugdhulp aan een minderjarige met een belaste voorgeschiedenis. De minderjarige verblijft momenteel met 1 op 1 begeleiding in een woning, maar er zijn ernstige zorgen over haar (seksuele) veiligheid, welzijn, crackgebruik, mogelijk prostitutie en structureel wegloopgedrag.
De kinderrechter heeft vastgesteld dat de minderjarige al onder toezicht staat en dat er een machtiging is voor uithuisplaatsing die tot maart 2027 is verlengd. Gezien de verslechterende situatie en het onvermogen om buiten een gesloten setting grip op haar te krijgen, acht de kinderrechter onmiddellijke jeugdhulp noodzakelijk.
De kinderrechter concludeert dat er ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen zijn die de ontwikkeling van de minderjarige ernstig belemmeren en dat een gesloten instelling noodzakelijk is om te voorkomen dat zij zich aan de hulp onttrekt. Een zitting kan niet worden afgewacht zonder ernstig gevaar voor de minderjarige.
Daarom wordt een spoedmachtiging verleend voor uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor de duur van vier weken, met de mogelijkheid voor de GI en belanghebbenden om hun mening te geven en de verdere behandeling aan te houden. De beschikking is op 4 juni 2026 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter C. Maat.