Eisers, ex-echtgenoten en betrokkenen bij een lopende strafzaak, vorderen in kort geding een verbod op uitlatingen van gedaagde die beschuldigingen bevatten over het vermeende toedienen van methylfenidaat aan een minderjarige zoon. Gedaagde heeft deze uitlatingen gedaan in het kader van een klachtprocedure bij het medisch tuchtcollege en een interne klachtenprocedure bij de werkgever van een van de eisers.
De rechtbank stelt vast dat de uitlatingen niet publiekelijk zijn gedaan, maar uitsluitend binnen de context van de tucht- en interne klachtenprocedures. Er is geen bewijs dat gedaagde de beschuldigingen met het doel heeft geuit om de eer en goede naam van eisers te schaden. De uitlatingen vinden steun in het aanwezige feitenmateriaal, waaronder een strafrechtelijk onderzoek en een medisch expertiserapport.
De rechtbank benadrukt dat het medisch tuchtcollege en de interne klachtenprocedure de juiste instanties zijn om de feiten en interpretaties te beoordelen. De vorderingen van eisers worden daarom afgewezen, en zij worden veroordeeld in de proceskosten.