ECLI:NL:RBNHO:2026:6465

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 juni 2026
Publicatiedatum
3 juni 2026
Zaaknummer
C/15/378635 / JU RK 26-881
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige wegens huiselijk geweld en gedragsproblematiek

De gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers verzoekt een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die ernstig is belast door langdurige blootstelling aan huiselijk psychisch en fysiek geweld tussen haar ouders en een aanhoudend loyaliteitsconflict. De minderjarige vertoont ernstige emotionele ontregeling, gedragsproblemen en agressie richting haar moeder en jongere broer.

De kinderrechter stelt vast dat de minderjarige momenteel niet veilig en stabiel thuis kan functioneren. De moeder heeft zelfs de politie moeten inschakelen vanwege een ernstige escalatie. Buiten de thuissituatie komt de minderjarige tot rust, maar binnen het netwerk zijn geen opvangmogelijkheden. De GI wil de minderjarige tijdelijk plaatsen bij een jeugdhulpaanbieder om haar rust en behandeling te bieden.

De kinderrechter oordeelt dat onmiddellijke uithuisplaatsing noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige en machtigt de GI tot plaatsing voor de duur van vier weken, met de beslissing uitvoerbaar bij voorraad. De verdere behandeling van het verzoek wordt aangehouden en een zitting zal worden gepland waarbij alle betrokkenen worden gehoord.

Uitkomst: De kinderrechter verleent een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige voor vier weken wegens ernstige gedragsproblemen en onveilige thuissituatie.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Alkmaar
Zaaknummer: C/15/378635 / JU RK 26-881
Datum uitspraak: 3 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling De Jeugd- & Gezinsbeschermers,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd in Amsterdam,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
- het schriftelijke verzoek, met bijlagen, van de GI, ontvangen op 3 juni 2026.

2.De feiten

2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.2.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
2.3.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 11 maart 2025 [de minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI, welke ondertoezichtstelling vervolgens bij beschikking van 18 maart 2026 is verlengd tot 11 maart 2027.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt een machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van drie maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. De GI verzoekt hierop te beslissen zonder de belanghebbenden te horen.

4.De beoordeling

4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [de minderjarige] is ernstig belast geraakt door langdurige blootstelling aan huiselijk psychisch en fysiek geweld tussen haar ouders en door een aanhoudend loyaliteitsconflict. Als gevolg hiervan is sprake van ernstige emotionele ontregeling en gedragsproblematiek. De GI ziet dat [de minderjarige] momenteel niet meer in staat is om thuis veilig en stabiel te functioneren. [de minderjarige] woont bij moeder, maar ervaart op dit moment extreme boosheid richting haar moeder. Er is sprake van toenemende verbale escalaties en sinds kort ook fysieke agressie. Volgens moeder slaat en schopt [de minderjarige] haar, uit zij ernstige bedreigingen (“ik heb zin om je keel dicht te knijpen zodat je doodgaat”, “je verdient wat je is aangedaan”- refererend naar de mishandelingen van vader naar moeder) en vertoont dreigend en dwingend gedrag richting haar jongere broertje van acht jaar, die eveneens bij moeder woont. Moeder heeft eind april 2026 de politie moeten inschakelen tijdens een ernstig geëscaleerde ruzie, omdat zij zich zorgen maakte over haar eigen veiligheid en die van haar zoon en [de minderjarige] weigerde het huis te verlaten. Moeder geeft aan dat zij ’s nachts haar slaapkamerdeur op slot doet, omdat zij onvoldoende kan inschatten waartoe [de minderjarige] in haar boosheid in staat is.
4.2.
De GI ziet tegelijkertijd dat [de minderjarige] buiten de thuissituatie tot rust komt. Wanneer zij tijdelijk elders verblijft, neemt haar boosheid af en laat zij meer regulatie en zelfreflectie zien. Wanneer [de minderjarige] geen veilige afstand kan nemen van moeder, wordt er gezien dat [de minderjarige] steeds onbereikbaarder wordt voor de mensen om haar heen. [de minderjarige] spiraalt in toenemende mate verder omlaag in toenemend drank-, en cannabisgebruik, zelfbepalend gedrag, spijbelen en verlangen naar haar vader. De GI ziet geen mogelijkheden binnen het netwerk voor opvang van [de minderjarige] . De GI verzoekt daarom een spoedmachtiging uithuisplaatsing om [de minderjarige] direct te kunnen plaatsen bij [jeugdhulpaanbieder] . Het doel van de plaatsing is het creëren van een tijdelijke time-outplek waar [de minderjarige] tot rust kan komen, stabiliteit ervaart en passende behandeling kan ontvangen. De GI is voornemens om toe te werken naar een terugplaatsing bij moeder, zodra dit weer veilig en verantwoord mogelijk is.
4.3.
Op basis van deze informatie is de kinderrechter van oordeel dat het noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding dat [de minderjarige] uit huis wordt geplaatst. [1]
4.4.
De kinderrechter is ook van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [de minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [de minderjarige] uit huis te plaatsen voor de duur van vier weken.
4.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing om de machtiging tot uithuisplaatsing af te geven uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
4.6.
De GI, [de minderjarige] en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] in [geboorteplaats] , in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 3 juni 2026 tot 1 juli 2026;
5.2.
verklaart de beslissing onder 5.1. uitvoerbaar bij voorraad;
5.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en bepaalt de voorzetting daarvan op een nader te bepalen zitting;
5.4.
bepaalt dat de griffier de GI, de vader en de moeder tijdig zal oproepen voor die zitting;
5.5.
bepaalt dat de griffier [de minderjarige] tijdig zal oproepen voor een kindgesprek.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.R.A.R. Sitaldin, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026, in aanwezigheid van M.P. van Driel als griffier.
!
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Amsterdam. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek (BW).