De rechtbank Noord-Holland heeft op 2 juni 2026 uitspraak gedaan in een zaak waarin verdachte werd verdacht van poging tot zware mishandeling van een politieagent, lokaalvredebreuk en vernielingen. De feiten vonden plaats tussen augustus 2025 en februari 2026 in Den Helder en Heerhugowaard. De verdachte sloeg met een bierflesje meerdere malen op het hoofd van een politieagent, wat leidde tot een lichte hersenschudding en andere verwondingen. Daarnaast drong hij wederrechtelijk een besloten lokaal binnen en vernielde eigendommen van politie en NS.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. De poging tot zware mishandeling werd bewezen op basis van verklaringen van het slachtoffer en getuigen, en het bewijs van het intacte bierflesje weerlegde de ontkenning van verdachte. De vernielingen en lokaalvredebreuk werden eveneens bewezen verklaard.
De rechtbank legde een onvoorwaardelijke ISD-maatregel van twee jaar op, gelet op de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte, zijn psychische problematiek en verslavingsachtergrond, en het hoge risico op recidive. Daarnaast werden schadevergoedingen toegewezen aan het slachtoffer en NS Groep N.V., respectievelijk €675,- voor immateriële schade en €1.906,36 voor materiële schade, vermeerderd met wettelijke rente. Voor het feit van lokaalvredebreuk werd schuldigverklaring zonder strafoplegging uitgesproken.