ECLI:NL:RBNHO:2026:6358

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
2 juni 2026
Publicatiedatum
2 juni 2026
Zaaknummer
K/4101/12162559
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:625 BWArt. 7:629 lid 3 aanhef onder b BWArt. 7:265 BWArt. 7:629a lid 6 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Loonstop tijdens ziekte terecht wegens verstoring herstel door bezoeken bingo

Een arbeidsongeschikte werknemer vordert doorbetaling van loon over de periode dat haar werkgever een loonstop heeft ingesteld wegens vermeende verstoring van haar herstel. De werknemer bezocht meerdere keren een bingo, wat volgens de werkgever en het inzetbaarheidsprofiel haar genezing belemmert.

De kantonrechter stelt vast dat de loonstop over 16 tot en met 31 maart 2026 terecht is toegepast, omdat de werknemer ondanks waarschuwingen toch bingoavonden bezocht in een rumoerige omgeving met veel geluid en mensen, wat haar herstel verstoorde. Het aangepaste inzetbaarheidsprofiel bevestigt de beperkingen in sociale en geluidsbelasting.

De loonstop wordt daarom niet onrechtmatig verklaard en de vordering tot betaling van het loon over die periode wordt afgewezen. Wel wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van de wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon van april 2026. De vordering dat de werkgever eerst advies van de arbodienst moet vragen bij sancties wordt afgewezen wegens gebrek aan wettelijke grondslag.

De kantonrechter bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De loonstop over 16 tot en met 31 maart 2026 is terecht en blijft gehandhaafd, maar de werkgever moet de wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon van april 2026 betalen.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 12162559 \ KG EXPL 26-57 (rvk)
Vonnis in kort geding van 2 juni 2026
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. J.H. Prins,
tegen
de besloten vennootschap
Bewindvoering aan Zee B.V.,
te Den Helder,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Bewindvoering aan Zee,
gemachtigden: mr. M.M.G.C. Mulder en mr. J.G. Jakobs.
De zaak in het kort
In deze zaak vordert een arbeidsongeschikte werknemer doorbetaling van loon gedurende de tijd dat de werkgever een loonstop heeft doorgevoerd. De kantonrechter is van oordeel dat de loonstop voor de periode 16 maart 2026 – 31 maart 2026 juist is toegepast. Gezien de beperkingen in haar inzetbaarheidsprofiel heeft werknemer haar herstel verstoord door het meermalen bezoeken van een bingo gedurende korte tijd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de producties van [eiseres]
- de conclusie van antwoord
- de mondelinge behandeling van 19 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota van [eiseres] .

2.De feiten

2.1.
[eiseres] is op 1 maart 2019 in dienst getreden bij Bewindvoering aan Zee in de functie van bewindvoerder. Het huidige salaris bedraagt € 2.360,- bruto per maand exclusief 8% vakantietoeslag.
2.2.
[eiseres] is sinds 25 maart 2025 volledig arbeidsongeschikt.
2.3.
In een advies van de arbodienst van 16 oktober 2025 staat het volgende:
‘(…) Mevrouw merkt een stagnatie in haar klachten te ervaren, de werkgerelateerde factoren spelen hier onder andere een rol in. Ik heb begrepen dat er een gesprek is geweest, echter spelen er nog belemmerende werkgerelateerde factoren. Het advies blijft daarvoor mediation in te zetten.
Mevrouw is in overleg met de bedrijfsarts momenteel niet in staat om te werken. Door de stagnatie is een behandeling vervroegd, deze kan in november starten. Herstel zal enige tijd nodig hebben.
De dagindeling is tijdens het consult besproken. Voorheen deed mevrouw nog laagdrempelige sociale activiteiten met aanpassingen om het dragelijk te maken. Mevrouw vermijd/beperkt momenteel sociaal contact of activiteiten, iets wat in bepaalde mate juist kan bijdragen aan herstel. Het vermijden hiervan zorgt voor een verdere stagnatie. Het advies hierin is ontspannende prikkelarme activiteiten weer op te pakken, waarbij mevrouw naar eigen lichaam luistert.
Ik heb begrepen dat er een vraagstuk bestond over de vakantie van mevrouw in september. Dit is tijdens ons consult in juni besproken en mevrouw geeft aan dit met de specialist te hebben besproken, hierin is akkoord vanuit ons gegeven.’
2.4.
In het verslag van 1 december 2025 van de arbodienst staat het volgende:
‘Uitkomst
Uw medewerker is volledig arbeidsongeschikt wegens ziekte en/of gebrek.
Advies
Mevrouw [eiseres] werkt aan haar herstel. Mevrouw heeft hulpmiddelen en mevrouw heeft behandeling voor haar klachten.
Ik verwacht dat de beperkingen van mevrouw zullen verminderen, maar dit gaat niet snel: mevrouw heeft nog grote beperkingen in haar sociale functioneren. Mevrouw neemt beperkt deel aan sociale activiteiten en moet daarna rust nemen. Er is, naar ik begrijp, een busreis gepland op 9 december. dit kan mevrouw aan als ze haar hulpmiddelen gebruikt en daarna kan herstellen. Mevrouw geeft aan dat de advocaten aan het overleggen zijn over de mogelijkheden voor mevrouw in werk. Terugkeer in het werk lijkt daarbij, naar ik begrijp, klein.
Als er geen overeenstemming bereikt kan worden in het overleg tussen de advocaten, dan raad ik aan om in december of januari een arbeidsdeskundig onderzoek in te zetten. Ik zal dan een inzetbaarheidsprofiel opstellen.’
2.5.
Op 5 maart 2026 is een inzetbaarheidsprofiel opgesteld. Hierin beschrijft de bedrijfsarts de belastbaarheid van [eiseres] . In dit profiel zijn de volgende passages te lezen:
‘Vervoer
Toelichting: Mevrouw maakt niet zelfstandig gebruik van eigen of openbaar vervoer.
Overige beperkingen in het sociaal functioneren
Toelichting: Ze heeft moeite om in een omgeving te zijn met veel mensen: dit vermijdt ze daarom zo veel mogelijk.
Specifieke voorwaarden voor het sociaal functioneren in arbeid
Toelichting: Mevrouw kan niet goed omgaan met lastige situaties: klachten, conflicten, klachten. Ze moet terug kunnen vallen op collega’s of haar leidinggevende.’
en:
‘Geluidsbelasting
Toelichting: Mevrouw kan niet werken in een ruimte met veel of storend geluid (radio, collega’s aan de telefoon).’
2.6.
Bewindvoering aan Zee heeft in een Whatsapp-bericht van 13 maart 2026 geschreven dat [eiseres] een officiële waarschuwing krijgt omdat zij gezien is bij de bingo waar zij met haar eigen auto naartoe is gereden. Bewindvoering aan Zee vindt dit haaks staan op de beperkingen die [eiseres] zelf heeft opgegeven en ziet dit als een belemmering van de genezing. Bij een volgende overtreding zal een loonstop volgen, schrijft Bewindvoering aan Zee.
2.7.
De gemachtigde van [eiseres] heeft hierop gereageerd met de opmerking dat het bezoeken van de bingo niet is verboden door de arbo-arts. Verder schrijft de gemachtigde dat [eiseres] niet als beperking heeft opgegeven dat zij niet kan autorijden; [eiseres] rijdt alleen niet buiten de stad.
2.8.
In een brief van 16 maart 2026 heeft Bewindvoering aan Zee een loonstop doorgevoerd met als reden dat [eiseres] , ondanks waarschuwingen, toch weer naar de bingo is gegaan op 15 maart 2026. Bewindvoering aan Zee heeft het loon over de periode 16 tot en met 31 maart 2026 stopgezet. Het loon over de maand april 2026 is weer wel betaald.
2.9.
In het (aangepaste) inzetbaarheidsprofiel van 30 maart 2026 staat onder het kopje ‘vervoer’ dat [eiseres] minimaal zelfstandig gebruik maakt van haar auto en dat ze niet op de grote weg rijdt, alleen kleine stukjes in [woonplaats] . Voor het overige is het inzetbaarheidsprofiel niet aangepast.

3.Het geschil

3.1.
[eiseres] vordert - samengevat - dat de kantonrechter voor recht verklaart dat de loonstop onrechtmatig is en met terugwerkende kracht per 16 maart 2026 dient te worden opgeheven, althans dat de kantonrechter de loonstop opheft. [eiseres] vordert daarnaast dat Bewindvoering aan Zee veroordeeld wordt om het achterstallige salaris vanaf 16 maart 2026 te betalen, vermeerderd met de wettelijke verhoging. [eiseres] vordert ook dat de kantonrechter bepaalt dat Bewindvoering aan Zee voor zij weer een waarschuwing wil geven of een loonsanctie wil opleggen, hierover eerst advies vraagt aan de arbodienst.
3.2.
[eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. De loonstop is ten onrechte ingesteld en in strijd met het goed werkgeverschap. Bewindvoering aan Zee is dus gehouden het loon door te betalen. Omdat het loon niet tijdig is betaald, is Bewindvoering aan Zee ook de wettelijke verhoging over het loon verschuldigd. Ook als geoordeeld wordt dat de loonstop wel terecht is ingesteld, moet deze weer opgeheven worden omdat [eiseres] sinds 16 maart 2026 geen bingo’s meer bezoekt.
3.3.
Bewindvoering aan Zee voert verweer en is van mening dat de vordering moet worden afgewezen. Bewindvoering aan Zee voert aan dat de loonstop wel degelijk terecht is geweest. [eiseres] heeft tweemaal in korte tijd een bingo bezocht waar sprake is van grote groepen mensen en een aanzienlijke geluidsbelasting, terwijl zij stelt niet te kunnen werken in een ruimte met veel of storend geluid. [eiseres] belemmerde hiermee haar genezing en daarom heeft zij geen recht op loon over de periode 16 tot en met 31 maart 2026. Daarmee is de loonstop terecht opgelegd. Mocht het oordeel zijn dat het loon moet worden doorbetaald dan is Bewindvoering aan Zee van oordeel dat de wettelijke verhoging moet worden gematigd tot nihil.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiseres] daarbij een spoedeisend belang heeft. De kort geding-rechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering en hoe aannemelijk het is dat de eis in een bodemprocedure wordt toegewezen aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling.
4.2.
Het spoedeisend belang volgt uit de aard van de vordering (loonvordering).
Toetsing loonstop 16 maart – 31 maart 2026
4.3.
Vast is komen te staan dat Bewindvoering aan Zee de loonbetaling met ingang van april 2026 heeft hervat. Het gaat in deze zaak dus om de vraag of Bewindvoering aan Zee de loonbetaling heeft mogen staken over de periode 16 tot en met 31 maart 2026. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Bewindvoering aan Zee dit mogen doen. Dit wordt hierna uitgelegd.
4.4.
[eiseres] is sinds 25 maart 2025 arbeidsongeschikt. Een werknemer houdt in geval van arbeidsongeschiktheid recht op loon. Daarop zijn uitzonderingen mogelijk. In dit geval beroept Bewindvoering aan Zee zich erop dat [eiseres] haar genezing belemmert of vertraagt en daarom geen recht heeft op loon [1] .
4.5.
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat deze regel een ruime strekking heeft en dat deze niet alleen ziet op gevallen waarin de werknemer door actief optreden aan zijn genezing in de weg staat, maar ook op de gevallen waarin de werknemer door nalaten zijn herstel verstoort. Waar het om gaat is dat de werknemer steeds die dingen doet en nalaat die van een zieke in zijn omstandigheden met het oog op een voorspoedige genezing kunnen worden verlangd. In het algemeen moet de werknemer alles doen wat zijn genezing bevordert en nalaten wat daaraan in de weg kan staan. [2]
4.6.
Uitgaande van dit beoordelingskader vindt de kantonrechter dat de loonstop terecht is opgelegd. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.7.
[eiseres] heeft in korte tijd twee maal achter elkaar, op 12 en 15 maart 2026 een bingoavond bezocht. Uit wat partijen naar voren hebben gebracht en op grond van het (korte) filmpje dat op de zitting is getoond, leidt de kantonrechter af dat, anders dan [eiseres] suggereert, er op de bingoavonden sprake is van een rumoerige omgeving met geroezemoes en dat de getallen niet alleen worden getoond, maar ook omgeroepen. Ook is naar voren gekomen dat een bezoek aan een bingoavond een paar uur duurt. De kantonrechter vindt het te ver gaan om de conclusie te trekken dat [eiseres] helemaal nooit naar een bingoavond zou mogen gaan, maar de bewuste bezoeken hebben kort op elkaar plaatsgevonden. [eiseres] is op 13 maart 2026 door Bewindvoering aan Zee is gewaarschuwd voor een loonstop in verband met het inzetbaarheidsprofiel van 5 maart 2026. Daarin staat dat zij moeite heeft om te functioneren in een omgeving met veel mensen en dat zij niet kan werken in een omgeving met veel geluid. Door vervolgens toch op 15 maart 2026 weer een bingoavond te bezoeken is de kantonrechter voorlopig van oordeel dat de handelwijze van [eiseres] verstorend werkt op het herstel en dat zij onvoldoende rekenschap geeft van haar verplichting om alles te doen wat haar genezing bevordert en na te laten wat daaraan in de weg kan staan. Dat het inzetbaarheidsprofiel later is aangepast maakt dit niet anders, de aanpassing betrof alleen het punt ‘eigen vervoer’, de beperkingen met betrekking tot het verblijven in een omgeving met veel mensen of storend of veel geluid, zijn ongewijzigd gebleven.
4.8.
Omdat het oordeel luidt dat de loonstop terecht is geweest, zal de gevraagde verklaring voor recht dat de loonstop onrechtmatig is, niet worden gegeven. Daargelaten dat een verklaring voor recht niet mogelijk is in een kort geding.
4.9.
De vordering tot betaling van het loon over de periode 16 tot en met 31 maart 2026 (de loonstop) en de wettelijke verhoging daarover zullen daarom worden afgewezen.
Wettelijke verhoging loon april 2026
4.10.
[eiseres] vordert ook de wettelijke verhoging over het te laat betaalde loon over de maand april 2026. Vaststaat dat het loon over april 2026 is betaald, maar te laat, pas op 14 mei 2026, terwijl 30 april 2026 als uiterste betaaldatum geldt. De wettelijke verhoging is verschuldigd vanaf de derde werkdag na de dag dat het loon betaald had moeten zijn, in dit geval 5 mei 2026 [3] . De wettelijke verhoging over het salaris over de maand april 2026 zal daarom worden toegewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding de wettelijke verhoging te matigen. Bewindvoering aan Zee voert aan dat de vertraging is gelegen in de omstandigheid dat zij gedurende de vakantieperiode met haar gemachtigde overleg diende te voeren over het hervatten van de loonbetaling, echter daarin ziet de kantonrechter onvoldoende grond tot matiging.
Overig
4.11.
[eiseres] vraagt dat de kantonrechter bepaalt dat Bewindvoering aan Zee eerst aan de bedrijfsarts advies vraagt voordat zij overgaat tot het geven van waarschuwingen of het opleggen van loonsancties. Hiervoor bestaat geen wettelijke basis zodat dit deel van de vordering wordt afgewezen.
4.12.
Bewindvoering aan Zee heeft de loonstop met ingang van 1 april 2026 opgeheven. [eiseres] heeft daarom geen belang meer bij de gevraagde opheffing van de loonstop. Dit deel van de vordering wordt niet toegewezen.
4.13.
[eiseres] krijgt grotendeels ongelijk. Echter, omdat het gaat om een loonvordering tijdens ziekte kan de werknemer ( [eiseres] ) alleen in de kosten van de procedure worden veroordeeld als sprake is van kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht [4] . Die situatie doet zich niet voor. De kantonrechter zal daarom bepalen dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Bewindvoering aan Zee om aan [eiseres] te betalen de wettelijke verhoging op grond van artikel 7:625 BW Pro over het loon van april 2026,
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt,
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2026.

Voetnoten

1.Artikel 7:629 lid 3 aanhef Pro onder b BW
2.MvT,
3.Artikel 7:265 BW Pro
4.Artikel 7:629a lid 6 BW